Omstreden thema's blijven nagenoeg onbesproken; FDP loopt om hete brij heen

MAINZ, 12 JUNI. Deze keer geen gemeenheden!, had Otto graaf Lambsdorff, ooit minister van economische zaken en FDP-voorzitter, het congres van zijn partij vooraf gevraagd. Dat sloeg op de onvervalste keelafsnijderij volgens vertrouwd recept die het congres van de kleine Duitse liberale partij ruim een half jaar geleden in de Oostduitse stad Gera had vertoond jegens Klaus Kinkel, de arme man die niet opgewassen bleek tegen de gelijktijdige last van ministerschap (van buitenlandse zaken) en partijleiderschap. De arme man die in Gera wegens aanhoudend gebrek aan succes eerst door de wringer ging, daarom wilde aftreden en daarvan vervolgens werd weerhouden door algemeen applaus en een massage van zijn politieke pleegvader Hans-Dietrich Genscher.

Nu, het driedaagse congres dat de intussen door verkiezingsdebâcles in Bremen en Noordrijn-Westfalen verder gedeukte liberalen afgelopen weekeinde in Mainz hielden was zeker niet gemeen. Meer nog: Lambsdorffs oproep had zóveel succes, en het congres was zó voorzichtig, dat het de vraag is of hij daarmee wèl blij zal zijn. Gekozen werd immers in plaats de nu dan toch opgestapte Kinkel, en met een deprimerend laag percentage, een politiek nogal bleek-compromissoire voorzitter, de beminnelijke Wolfgang Gerhardt uit Hessen.

Die man is al tien jaar een nagenoeg onopgemerkte ondervoorzitter geweest, wat betekent dat hij er enige verantwoordelijkheid voor draagt dat de FDP nu weer eens zichtbaar op haar sterfbed ligt. Gerhardt niettemin, als een Duitse Colijn zestig jaar later, tot zijn congres: eigenlijk is de FDP er goed aan toe, haar programma en ideeën deugen, alleen kiezers hebben dat even niet door, ontspant u zich maar, congresgangers, we redden het zo dadelijk nog best. Waarbij “dadelijk” staat voor de regionale verkiezingen die in de komende twaalf maanden zullen volgen in Berlijn, Baden-Württemberg, Rijnland-Palts en Sleeswijk-Holstein, waar de FDP nu nog wèl in de parlementen zit.

Het congres van een liberale partij in doodsnood gedroeg zich alsof er geschuild moest worden voor ongewoon langdurig slecht weer dat zometeen - natuurlijk - wel weer veel beter zal worden. Al die kwesties die de FDP de afgelopen jaren grote groepen kiezers moeten hebben gekost bleven nagenoeg onbesproken. Zoals: de Pflegeversicherung (de onder druk van CDU/CSU en SPD praktisch collectief opgezette verzekering voor de bejaardenzorg), de sanering van het volksgezondheidsstelsel, die een belangrijke FDP-doelgroep (artsen, specialisten, apothekers) razend maakte, de sterk opgelopen belasting- en premiedruk, de onverminderde omvang van het subsidiewezen, het onvoldoende accent op technologische vernieuwing, wetenschapsbeleid en deregulering, de “vlucht” van risicodragend kapitaal naar het buitenland. Enzovoort.

In plaats daarvan raakte het FDP-congres liever enthousiast over enig in erg algemene termen gesteld links-liberaal hobbyisme dat de door kanselier Kohl en de CDU/CSU onbeminde minister van justitie Sabine Leutheusser kwam voordragen namens de zogeheten 'Freiburger Kreis'. Mooie dingen voor de mensen, daar niet van, bevatte haar Dringlichkeitsantrag inzake rechten van homofiele samenlevers, minderheden, buitenlanders, en de gewenste vrijheid van de mens jegens de staat, maar wat zij daarover te zeggen had is eigenlijk zó onbetwist - ook in andere partijen - dat het electoraal weinig kan brengen en hier en daar zelfs eerder contraproduktief leek.

Tijdens de rede van de in krap pauwblauw gestoken mevrouw Leutheusser kon de Nederlandse luisteraar niet ontkomen aan de herinnering aan de vroegere VVD-fractieleider Ed Nijpels, die CDA-premier Lubbers in de eerste helft van de jaren tachtig nogal vergeefs met dergelijke thema's te lijf ging. De liberaal geraakte katholieke bakker uit Ulm en de tot de FDP bekeerde protestantse politieman uit Bremen zullen daarop vermoedelijk niet anders reageren dan hun Nederlandse collega's in Roermond en Winschoten het tien jaar geleden in de stembus deden. Namelijk: negatief.

Wat dat betreft was het een curiosum dat het FDP-congres, dat toch erfgenaam is van de Duits-nationale democraten die in 1848 in de Frankfurtse Paulskirche mislukten, zó kort-categorisch weigerde ook maar te praten over de nationaal-liberale receptuur die enkele Berlijnse FDP'ers rondom de vroegere procureur-generaal Alexander von Stahl hadden aanbevolen. In de bijsluiter van hun recept, waarover de Duitse patiënt volgens de tv-reclame altijd eerst moet praten met zijn arts of apotheker, hadden Stahl c.s. trouwens gewezen op de electoraal-succesvolle voorbeelden van zo'n conservatief-liberale koers in Nederland (Bolkesteins VVD) en Denemarken.

Ook omdat daarmee in Den Haag en Kopenhagen niet de totale zedenverwildering is losgebarsten, was het wonderlijk dat het FDP-congres voor Stahls suggesties zelfs geen discussie over had. Nu de Verenigde Staten van Europa nog even op zich laten wachten en de verenigde Duitsers zich meer dan voorzien op het karakter en de handel en wandel van hun staat moeten bezinnen, was het vrij verbazend dat zo'n politiek en electoraal interessant vraagstuk werd behandeld alsof het door enkele leprozen was bedacht.

Waar staat de FDP nu? Ze staat op een leeg station waarover de wind van alle kanten hard blaast - op een station als dat van Bad Kleinen, in het Oostduitse Mecklenburg, waar de chaotische arrestatie van twee RAF-leden in de zomer van 1993 uitliep op het ontslag van Stahl. Met meer of minder liberaal heeft en had dat weinig te maken. Twee jaar later staan minister Sabine Leutheusser en de door haar ontslagen procureur-generaal voor een ernstig dilemma tussen liberaal en praktisch. Natuurlijk sprak zij dáárover niet, tot genoegen van haar congres, dat haar óók liever over liberale “orchideeënthema's” hoorde spreken.

De FDP heeft een nieuwe voorzitter, die over eenheid van zijn partij spreekt zonder keuzes te maken. Of hij zijn partij daarmee echt kan bewaren voor haar ondergang is de vraag. De FDP zegt in Mainz een nieuwe kans op een nieuw begin te hebben besproken. Maar kanselier Kohl zal acht maanden na de Bondsdagverkiezingen zijn hart vasthouden. Wat zou Kohl wel denken over Hans-Dietrich Genscher, politiek pleegvader van de FDP'ers Kinkel en Möllemann en boegbeeld van een partij die nu op haar sterfbed roept dat het goed gaat?