Nordholt tegen vrij geven drugs

DEN HAAG, 12 JUNI. De Amsterdamse korpschef Nordholt distantieert zich van de opvatting van de Raad van Hoofdcommissarissen die zaterdag in deze krant via hun voorzitter Brand te kennen gaven dat de strijd tegen de drugshandel is mislukt en dat de handel in softdrugs op termijn moet worden vrijgegeven.

“Amsterdam is juist voor een veel strikter beleid ten aanzien van de handel en verkoop van softdrugs. Zeker gezien de internationale verhoudingen is het op dit moment volstrekt zinloos om over het vrijgeven van drugs te praten”, zegt de woordvoerder van Nordholt.

Op een vergadering in Harmelen bereikten de hoofdcommissarissen volgens de Haagse korpschef Brand twee weken geleden unaniem overeenstemming over een decriminalisering van de handel in softdrugs. Nordholt acht zich niet aan dat standpunt gebonden omdat hij niet bij die bijeenkomst is geweest, aldus zijn zegsman. Brand zei vanmiddag dat ook Nordholt gebonden is aan het standpunt van de korpschefs omdat “er in het verleden ook met Nordholt is afgesproken dat degenen die niet op een vergadering konden komen, zich conformeren aan ingenomen standpunten”. “Tenzij ze vooraf een afwijkende opinie kenbaar maken en dat was niet het geval.”

In de Tweede Kamer zeggen VVD en CDA dat de hoofdcommissarissen in het openbaar geen politieke uitspraken moeten doen. CDA-fractievoorzitter Heerma zei vanmorgen voor de NCRV-radio “niet gelukkig” te zijn met de uitlatingen. Hij zal morgen opheldering vragen bij de ministers Sorgdrager (justitie) en Dijkstal (binnenlandse zaken).

Pag.3: VVD vindt discussie politiechefs 'voorbarig'

Tweede-Kamerlid Korthals (VVD) zei vanochtend dat de politiechefs de discussie over het softdrugsbeleid “aan justitie en de politiek” moeten overlaten. “Er komt over enkele maanden een nota van de ministers Sorgdrager en Borst over dit onderwerp. Deze opmerkingen zijn voorbarig. De hoofdcommissarissen moeten er in de eerste plaats voor zorgen dat er een betere politie komt en dat de reorganisatie van de korpsen in goede banen wordt geleid.” Korthals zegt dat hij “best begrip” heeft voor de zorgen van Brand, maar waarschuwt voor de “onwaarschijnlijk aanzuigende kracht” die een liberalisering van het drugsbeleid in Nederland kan hebben.

Binnen het CDA lijkt ondertussen interne verdeeldheid te ontstaan over het softdrugsbeleid. De partijcommissie die werkt aan een nieuwe toekomstvisie, het zogeheten Stategisch Beraad, overweegt het gebruik en de verkoop van softdrugs “in zekere mate” toe te laten. De Kamerfractie heeft daarentegen onlangs in een notitie gesteld dat het huidige gedoogbeleid moet worden vervangen door een algeheel verbod. De verdeeldheid kwam zaterdag aan het licht tijdens de partijraad van het CDA. Volgens de Leidse hoogleraar mr. H. Franken, lid van de beraadsgroep, is er sprake van spanning tussen een stringent maar moeilijk handhaafbaar beleid en een soepeler gedoogbeleid dat mogelijk een deel van de criminaliteit terugdringt. Vandaar zijn keuze voor het in zekere mate toelaten van softdrugs, omdat “we moeten constateren dat het politie-apparaat een stringente bestrijding niet aankan”.

Deze visie is opmerkelijk tegen het licht van een nota die de Kamerfractie vorige maand uitbracht. Hierin staat juist dat het aantal coffeeshops op termijn moet worden teruggebracht tot nul.

Nordholt is het er ook niet mee eens dat zijn collega Brand in het interview met deze krant de opsporingsmethode van de Haarlemse politie verdedigde. Nordholt acht die mening voorbarig omdat er een rijksrecherche-onderzoek naar deze kwestie loopt.