Nederland in sleutelrol

DAVID OWEN is een teleurgesteld en gefrustreerd man. Hij meent de oplossing voor het Bosnische conflict waarin hij bijna drie jaar bemiddelde, op zak te hebben gehad. Maar drie landen hadden hem dat succes onthouden: “Nederland, Amerika en tot op zekere hoogte Duitsland”, zoals hij zaterdag in een vraaggesprek met deze krant suggereerde. Wie de rol van Nederland in deze kwestie tot dusver als betrekkelijk onbeduidend heeft beschouwd, zal verrast hebben opgekeken. De buitelingen in de Amerikaanse Bosnië-politiek in het eerste jaar van de regering-Clinton zijn onder andere veroorzaakt door Haagse impulsen, als men Owen geloven mag. En die impulsen kwamen weer voort uit “onwetendheid en onwerkelijk moralisme”.

“Nederland speelde een belangrijke rol bij het torpederen van het Vance-Owenplan”, zegt Owen. Alleen al die opmerking komt op historische gronden voor relativering in aanmerking. Het verdelingsplan dat Bosnië als façade van een staat min of meer overeind moest houden, eiste van de Bosnische Serviërs teruggave van 24 procent van het door hen veroverde grondgebied, zoals Owen zelf in herinnering roept. Het waren dan ook de Bosnische Serviërs die het werkstuk van de Amerikaan Vance en de Brit Owen om zeep hielpen. En derhalve kan worden geconcludeerd dat het plan in diplomatieke zin een belangrijk mankement vertoonde: het beantwoordde niet aan de eisen van de sterkste tegenspeler.

DAT DE DRIE door Owen als kritisch ten opzichte van zijn plan genoemde landen een zekere hypocrisie mag worden verweten, is iets anders. Owen heeft gelijk wanneer hij er op wijst dat geen van de betrokken staten “wilde vechten”, en dat betekende dat de bemiddelaars vanuit een positie van zwakte moesten opereren. Het is vervolgens begrijpelijk dat iemand die zijn eigen plan zag als “de laatste mogelijkheid om Bosnië weer aan elkaar te plakken” weinig goede woorden over heeft voor opdrachtgevers die hem daarover hebben gekapitteld zonder er consequenties aan te verbinden. Maar of iedereen die er anders over heeft gedacht dan Owen onwetendheid en moralisme mag worden verweten, is de vraag. Een tikkeltje (Britse) zelfingenomenheid kan deze bemiddelaar niet worden ontzegd.