Intense muziekmarathon met Rihm en Lachenmann

Concerten door Asko-, Schönberg- en Nederlands Blazers Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw, Michael Zilm en Zoltán Peskó. Werken van Rihm, Lachenmann en anderen. Gehoord 11/6 Paradiso Amsterdam.

'O Mensch gib acht', klinkt in het hart van Helmut Lachenmanns compositie Zwei Gefühle. Lachenmanns werk vormde ook het hart van het marathonconcert zondagmiddag en zondagavond in Paradiso, gewijd aan muziek uit Duitsland, het centrale thema van het Holland Festival. Weliswaar werden ook van Wolfgang Rihm meerdere werken uitgevoerd, maar de blikseminslagen van deze componist, gevolgd door minutenlange belichting van een kaal en ruw landschap - hoe indrukwekkend ook - kent men zo langzamerhand wel. Lachenmann daarentegen wordt zelden uitgevoerd en is intrigerender, ongrijpbaar.

In Zwei Gefühle uit '91/'92 loopt de luisteraar als het ware in een betoverd woud met geheimzinnige suizelingen in een hoog ritsel- en ruisgehalte. Niet zomaar ruis, voor de blazers zijn meerdere soorten aan ademklanken voorgeschreven, variërend van onbestemd tot klankrijk. Het fonetisch versplinterde materiaal van de Leonardo-tekst in de spreekstemmen wordt door het instrumentale ensemble geraffineerd overgenomen en versterkt.

Maar dit fraaie netwerk is niet zonder gevaren. Halverwege ruikt de wandelaar lont en voelt dat de sfinx zich gereedmaakt hem te bespringen - het beeld is van Henze naar aanleiding van Nono's eerste belangrijke compositie en voor mij tevens van toepassing op het werk van diens leerling Lachenmann. Halverwege verstart de muziek, er is geen loopbeweging meer, alleen die vier tekstflarden gescheiden door huiveringwekkende stiltes: O-Mensch-gib-acht. Vanaf dat moment kun je niet meer achteloos luisteren zoals voorheen, vanaf dat moment blijf je op je hoede!

Lachenmanns Allegro sostenuto uit '87/'88 voor klarinet, cello en piano, in 1991 op verzoek van Harry Sparnaay herschreven voor altklarnet-basklarinet (en daardoor met aanmerkelijk meer mogelijkheden in ruisvariëteiten), klinkt minder als de achterkant van het musiceren. Hier toont Lachenmann verrassenderwijze zijn latijnse inslag, soms als op vlinderjacht in elegante arabesken.

Rihms gekwelde expressie is zeker niet die van Lachenmann. In zijn bos ben je meer op je hoede voor landmijnen, een muziek vol ruige ontploffingen. Die zijn in Sine nomine tevens aangebracht met behulp van Xenakis, gehoord de verwantschap met diens Eonta. Aan de verrassingen in Erscheinung - Skizze über Schubert werkten naast laatstgenoemde ook nog Sibelius en Berg mee. Wil de echte Rihm eens opstaan?

Toch is er een overeenkomst. Rihm en Lachenmann hebben veelvuldig Nono eer aangedaan, zoals blijkt uit de stukken waarin een spannende dialectiek van klank en stilte overheerste. Die zorgt voor de intrigerendste momenten in Sphere ('92/'94) met als ondertitel Kontrafraktur mit Klavier - Gegenkörper für Klavier, Bläser und Schlagzeug, waarin bliksemstaccati in de piano uitrommelen in echo's van gedempte blazers.

Ook Rihm toont ons een Januskop, ook Rihm is niet eenduidig te klassificeren. Maar Lachenmann houdt je toch langer in spanning. Waarom? Omdat juist als je meent dat je greep op hem hebt, je gaat twijfelen. Zijn muziek doet buitenmuzikaal aan - vol verwijzingen - en is tegelijkertijd van een hoge koele abstracte waarde. Veel geïsoleerde klankvelden vallen op, tegelijkertijd is zijn vormbewustzijn uitzonderlijk sterk. Het materiaal zelf is onestetisch en het resultaat van grote inspanning. Maar het komt toch esthetisch over in een beweging waarin de ontspanning in een geleidelijk laten vieren opmerkelijk is. Enzovoort. Enzovoort.

Kortom, er viel zondag in Paradiso te genieten van zeer intense polemische en avantgardistische muziek, bovendien indrukwekkend uitgevoerd. Helaas heerste wat mij betreft een overdaad aan werken (zes composities 's middags en zes 's avonds). Lachenmann, net als bij voorbeeld Webern of Feldman, verdraagt eigenlijk geen andere componisten naast zich. Hij schrijft te uitputtende muziek. Wie dat allemaal volgde kon worden weggedragen.