In Slowakije woedt 'koude burgeroorlog'

BRATISLAVA, 12 JUNI. Er woedt een burgeroorlog in Slowakije. Niet letterlijk: de Slowaakse burgeroorlog verloopt zonder enig bloedvergieten, zonder straatgevechten, zonder sluipschutters of wegversperringen. Het is de koude burgeroorlog tussen de aanhangers en de tegenstanders van premier Vladimír Meciar, leider van de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS).

Meciars tegenstanders staan veelal achter de Slowaakse president, Michal Kovác, de man die zich de eeuwige woede van de premier op de hals heeft gehaald toen hij vorig jaar maart de val van Meciars toenmalige regering inluidde.

Meciar kwam terug met een verkiezingszege in de herfst. Hij formeerde met veel moeite een coalitiekabinet met een uiterst linkse (de Arbeiderspartij ZRS) en een uiterst rechtse (de nationalistische SNS) partij. Sindsdien werkt hij aan de opbouw van een onaantastbare, volgens sommigen dictatoriale machtspositie.

Dat begon met het bemannen van parlementscommissies met voornamelijk coalitiegetrouwe afgevaardigden en het vervangen van de directeuren van radio, tv en het Slowaakse persbureau TASR. Op niveaus, zelfs de laagste, in de bureaucratie en bij overheids- en semi-overheidsdiensten zijn functionarissen vervangen door mensen die trouw zijn aan de partijen in de coalitie. In de top van belangrijke staatsbedrijven zijn managers ontslagen die zich onafhankelijk opstelden.

Daarnaast houdt de premier zich voornamelijk bezig met het vereffenen van oude openstaande rekeningen: de meerderheid in het parlement stelde hem in staat de president te beroven van bepaalde bevoegdheden, zoals de zeggenschap over de geheime dienst. Drieëntachtig van de 150 parlementariërs eisten zelfs het aftreden van Kovác, maar dat was een loos gebaar, omdat de Slowaakse president volgens de grondwet alleen met een drievijfde meerderheid (dus 90 stemmen) kan worden afgezet.

Een andere campagne van de premier om tegenstanders uit te schakelen is nog steeds in volle gang: dat is die tegen de DU, de Democratische Unie, een partij waarin veel vroegere afvallige HZDS-leden zijn verenigd. Bij de verkiezingen kreeg de DU meer dan acht procent, 250.000 stemmen, goed voor vijftien zetels in het parlement. Als die zetels ongeldig zouden worden verklaard en herverdeeld, zou de drievijfde meerderheid wél gehaald kunnen worden om de president af te zetten.

Pag 6: 'Slowakije ziet er dom uit'

De DU, zo beweert Meciar, heeft gesjoemeld met het verkrijgen van de 10.000 handtekeningen die nodig waren om aan de verkiezingen te mogen meedoen. Om dat te bewijzen is de Slowaakse politie ingeschakeld om al die duizenden handtekeningen op de lijsten op hun echtheid te controleren.

Milan Knazko, vice-voorzitter van de DU, minister van buitenlandse zaken in het kabinet van Meciar dat na de splitsing van de Tsjechoslowaakse federatie op 1 januari 1993 aantrad, heft z'n handen in wanhoop omhoog: “Het is waanzin om die lijsten te gaan controleren. Het is stupide en ongelofelijk. Er zal wel een grappenmaker zijn geweest die 'Mickey Mouse' of zoiets heeft ingevuld, maar van de 14.000 handtekeningen die we hebben zijn er misschien 2400 ongeldig. Bovendien, zowel de verkiezingscommissie als het Hooggerechtshof had de lijsten al eerder geldig verklaard.” Knazko maakt zich de meeste zorgen over het intimiderende effect van de actie: “Je kunt je voorstellen dat als er een politie-agent aan de deur staat, er mensen zijn die bang zijn om toe te geven dat ze hun handtekening hebben gezet. Het is een manier om iedereen die niet voor HZDS heeft gestemd verdacht te maken, te bestempelen tot misdadiger. De samenleving wordt gespleten in Meciaristen, de zogenaamd echte Slowaken, en de rest, de vijanden, de verraders, de judassen.”

De vergelijking met een burgeroorlog gaat Brigita Schmognerova, vice-voorzitter van de linkse SDL, de sociaal-democratische opvolgster van de communistische partij, een beetje te ver. “De maatschappij is verdeeld en er zijn veel anti-democratische maatregelen die doen denken aan het vroegere totalitaire systeem, maar het meerpartijenstelsel functioneert nog steeds.” Mevrouw Schmognerova, vice-premier in de regering van Meciars voorganger, DU-leider Moravcik, is wel bang dat de politieke situatie nog verder verslechtert. Veel hangt af van wat er gebeurt met de president, “nog steeds het symbool van de grondwet”. “Mogelijk heeft Meciar ook nog een scenario klaarliggen om het Constitutionele Hof (een van de weinige instellingen waarin HZDS nog niet de toon aangeeft) uit te schakelen.”

Volgens Juraj Alner, de gezaghebbende commentator van het onafhankelijke dagblad Narodna Obroda, heeft de Slowaakse bevolking langzamerhand de buik vol van alle interne politieke problemen. “De publieke opinie”, gelooft hij, “is in meerderheid voor de president. In een recente peiling sprak 49 procent het vertrouwen in hem uit, 40 procent niet. Maar men heeft heel andere problemen. We krijgen veel brieven waarin men smeekt met rust gelaten te worden. Wat de mensen veel meer bezighoudt zijn de stijgende prijzen, de hoge criminaliteit, de werkloosheid en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Het conflict tussen premier en president komt op hun prioriteitenlijstje helemaal niet voor.”

Toch is dat conflict vooral in het buitenland bepalend voor het beeld van Slowakije. Veel buitenlandse investeerders laten Slowakije links liggen omdat de binnenlands-politieke situatie niet stabiel is. De investeringen zijn bijna tot stilstand gekomen, wat direct te maken heeft met de onzekerheid die het kabinet-Meciar lang heeft laten bestaan over zijn economische politiek en de privatisering. “Voor de buitenwereld”, vreest Alner, “ziet Slowakije er heel dom uit. En dat is jammer, want steun van buiten hebben we hard nodig. Nu wordt Slowakije in het buitenland niet serieus genomen.”

Het buitenland, dat is bijvoorbeeld de Europese Unie, waarvan ook de Slowaakse regering zegt zo graag lid te willen worden. Vorig jaar november stuurden ambassadeurs van de EU een demarche waarin zorg wordt uitgesproken over “sommige politieke ontwikkelingen die zich na de verkiezingen hebben voorgedaan”. Minister van buitenlandse zaken Juraj Schenk, gevraagd wat voor stappen de regering inmiddels heeft genomen om de Europese bezorgdheid weg te nemen, antwoordt hoogst geirriteerd: “Die demarche dateert van vorig jaar. Nu is de situatie normaal.”

“Dit is een post-moderne dictatuur”, zei de Slowaakse schrijver Martin Simecka een paar maanden geleden al, “een smeltkroes van alle -isme's die je maar kunt bedenken. Aan de ene kant heb je halve fascisten, de SNS, een partij die nog steeds de eerste Slowaakse (pro-nazi-)republiek van pater Jozef Tiso verheerlijkt, aan de andere kant staat de arbeiderspartij ZRS, een nostalgisch-communistische partij die bol staat van het ressentiment.” Ivan Melichercik, de vorig jaar ontslagen hoofdredacteur van het persbureau TASR, die bezig is een nieuw, objectief en professioneel persagentschap op te zetten, is niet verbaasd over het verloop van de recente Slowaakse geschiedenis: “Ach, deze natie heeft wat ze wil. Helaas is zestig procent van de bevolking daar het slachtoffer van.”