Het rippen van softies en politiemannen

Wij, gewone burgers, dromen misschien van een lot uit de loterij of een mooie vakantie, boeven hebben hun eigen dagdromen. En niet alleen eigen dagdromen, ook eigen mythes, gewoonten en taal. In vijf afleveringen praten mensen uit het milieu over wat hen zoal bezighoudt.

Tussen beroet zilverfolie, exotische steekwapens en willekeurig bijeen vergaard meubilair zit een oudere man. Hij staart verzaligd voor zich uit. De kamer is duister, naast hem snurkt een dikke kater. Na een goede deal hangt zwaar de damp van crack-cocaïne in de kamer.

“Het mooiste wat ik zou kunnen dromen”, zegt de oudere man “is het rippen van een politieman.” Rippen is in het spraakgebruik van de boeven het roven van contrabande, meestal drugs. In eerste instantie zal de crimineel, net als een roofdier, de zwakste onder de prooidieren uitzoeken. In het criminele milieu zijn dat de 'softies'.

Softies zijn wel illegaal bezig, maar het zijn geen criminelen. Ze zijn tegen het overheidsverbod op drugs, denken door het gebruik van XTC een hogere waarheid waar te nemen of zien in hasj de sleutel tot het paradijs. Met overtuiging handelen ze in drugs en met verbazing worden ze rijk. Tot ze een echte crimineel tegenkomen, dan worden ze weer arm. Als ze geluk hebben, want de ripper is een echte boef die weinig mededogen kent.

De kleine gedrongen man op een receptie is zo iemand. Hij is wegens geweldpleging, overvallen en vuurwapenbezit veroordeeld geweest. “Ken jij niet iemand met pillen of hasj? Gaan we die even rippen.” Kleine handelaartjes van hun illegale waar afhelpen is voor hem een betrekkelijk risicoloze onderneming. Ze bieden nauwelijks tegenstand, hebben geen beschermheren en durven niet naar de politie te stappen.

“Ik heb nu een .22”, zegt de gedrongen man. Omdat hij bij een vorige beroving gebruik had gemaakt van een veel zwaarder kaliber had de rechter hem een psychopaat genoemd. “Met zo'n wapen schiet je gewoon iemand z'n kop eraf. Dat vond die rechter gestoord. Nu heb ik een .22 en ik moet zeggen dat schiet nog veel zuiverder ook. Schiet je met een .45 dan vliegt je arm er zowat af. Maar die .22 is een heel licht dingetje.” Als de politie hem nu pakt, denkt hij, zal hij niet tot psychopaat worden bestempeld.

De oudere man is ook een echte boef, maar hij is niet uit op het rippen van softies. In zijn jonge jaren was hij smokkelaar in drugs, handelaar in wapens en bodyguard van een grote crimineel. Nu zit hij al weer een tiental jaren in de periferie van de cocaïnehandel. Van politiemensen heeft hij een aan haat grenzende lage dunk.

De politie, zegt hij, probeert in het milieu met drugs, geld of informatie te betalen voor inlichtingen over criminelen. “Of ze zeggen tegen je: 'ik weet het adres van een goed gevulde stash (bergplaats voor verdovende middelen of gestolen goederen). Dat adres mag jij hebben wanneer je er voor zorgt dat we die en die achterover kunnen trekken.” (In politiejargon wordt een boef 'achterover getrokken' of 'onderuit gehaald', dat wil zeggen tot gevangenisstraf veroordeeld, ook wel 'verschut laten gaan'.)

De oudere man in het paradijs van zijn crack-walmen droomt ervan een politieman aan zich te binden. Hem langzaam lekker te maken met gedoseerde informatie over het criminele milieu. Tenslotte, wanneer de politieman denkt dat hij een belangrijke criminele informant runt (runnen is het 'aansturen' van een criminele informant), zal hij zijn slag slaan.

“Dan zeg ik dat ik voor hem wel wil proberen om een grote partij drugs aan iemand door te verkopen. Dan kunnen ze die weer op heterdaad betrappen. Maar heb ik die partij dan verkoop ik hem buiten beeld van de politie en ben ik meteen weg natuurlijk.” Iedereen met lege handen achterlatend, de ultieme oplichterstruc.