Guerrillagroepen eisen bomaanslag in Medellín op

MEXICO-STAD, 12 JUNI. Een Colombiaans televisiestation zegt een communiqué ontvangen te hebben waarin linkse guerrillastrijders de verantwoordelijkheid opeisen voor de bomaanslag in Medellín, waarbij zaterdagavond 28 doden en meer dan 200 gewonden vielen.

In een brief die gisteren werd voorgelezen voor het tv-station '7' eisen de drie grootste guerrillagroeperingen van Colombia, de FARC, het ELN en het EPL de aanslag op. Radio Caracol zei later dat de FARC elke verantwoordelijkheid in een communiqué had afgewezen.

De bom, die ontplofte in een park waar een drukbezocht muziekfestival ten einde liep, zou bedoeld zijn om een beeld te vernielen van Fernando Botero, een wereldberoemde Colombiaanse schilder en beeldhouwer en vader van de huidige minister van defensie, Fernando Botero.

Deze had vorige week een prijs uitgeloofd voor de aanhouding van de kopstukken van de guerrillabewegingen. Zijn aankondiging maakte een voorlopig einde aan toenaderingspogingen tussen de regering van president Ernesto Samper en enkele guerrillabewegingen om een eind te maken aan de dertig jaar oude burgeroorlog. Botero geldt als een invloedrijk tegenstander van vrede door middel van onderhandelingen. Gisteren loofde hij een bedrag van een miljoen gulden uit voor informatie die zou leiden tot de aanhouding van de daders van de aanslag.

Volgens de autoriteiten was de tien kilo zware bom geladen met schroot, spijkers en schroeven, waardoor het dodelijke effect ervan werd verhoogd. Onder de slachtoffers was een groot aantal kinderen. Kort voor de aanslag hield de politie een man aan die met vijf blikjes kruit rondliep. Hij wordt vastgehouden op verdenking de aanslag (mede) te hebben gepleegd.

De bom werd aanvankelijk in verband gebracht met de arrestatie, afgelopen vrijdag, van Gilberto Rodríguez Orejuela, één van de twee hoogste leiders van het zogenoemde cocaïnekartel van Cali. Tegen deze theorie zou volgens waarnemers pleiten dat het kartel van Cali, in tegenstelling tot dat van de stad Medellín, zich nooit heeft ingelaten met terreuracties. De stad Medellín, die jarenlang het bloedige centrum van het voortdurende geweld in Colombia was, kende een relatieve rust sinds de dood van de leider van het Medellín-kartel, Pablo Escobar. Deze kwam in december 1993 om tijdens een vuurgevecht met leger en politie.

De aanslag gebeurde op een moment dat de marxistische FARC, de oudste nog strijdende guerrillabeweging van het Latijns-Amerikaanse continent, bezig is met een groot offensief. Doel hiervan zou kunnen zijn de Colombiaanse autoriteiten te dwingen tot concessies bij komende vredesbesprekingen of om deze juist te dwarsbomen. In de aan het televisiestation gestuurde verklaring zou de FARC laten weten de tientallen burgerslachtoffers als gevolg van de aanslag te betreuren, “maar er was geen alternatief gezien de onbuigzame houding van de autoriteiten”.

Gisteren slaagden guerrilleros van de FARC er bijna in de gouverneur van het departement Caldas gevangen te nemen. Gouverneur Ricardo Zapata Arias was op weg van de hoofdstad Santafé de Bogotá naar Caldas toen het konvooi voertuigen waarin hij zich verplaatste werd aangevallen nabij de stad Pensilvania, op n 150 kilometer van Bogotà. Bij het vuurgevecht dat hierop volgde, werden twee lijfwachten van de gouverneur gedood en liep de burgemeester van Pensilvania verwondingen op.