Gravelbeest Muster toont zich na finale eindelijk eens een heer

PARIJS, 12 JUNI. De 27-jarige Oostenrijker Thomas Muster is sinds gisteren onbetwist de sterkste graveltennisser ter wereld. Hij had op het gemalen baksteen al 27 toernooien gewonnen, had op gravel al vijf jaar lang geen finale meer verloren. Maar gisteren behaalde hij eindelijk de enige trofee die nog ontbrak. Zijn eerste grand-slamtitel. Hij versloeg in een bijzonder eenzijdige finale van de open Franse tenniskampioenschappen in Parijs de Amerikaan Michael Chang met 7-5, 6-2 en 6-4.

“Als klein kind zei ik bij ieder matchpoint tegen mezelf: dit is Roland Garros”, vertelde Muster na afloop. “Hier heb ik van gedroomd, er valt nu veel spanning van mijn schouders. Toch hoop ik dat deze overwinning mijn leven niet zal veranderen. En dat zal ook niet gebeuren. Als je zeventien bent, heeft zo'n overwinning veel meer invloed. Bij Boris Becker veranderde zijn leven in één minuut. Maar ik heb al de ervaring. Ik word oud en ik heb bijna geen haar meer.”

In een toernooi waar de nummers één tot en met vier van de plaatsingslijst (Agassi, Sampras, Becker en Ivanisevic) al in een vroeg stadium werden uitgeschakeld en de titelverdediger Sergi Bruguera zijn geduld verloor tegen Chang, bleek niemand in staat het power-tennis van Muster te ontregelen. De nummer vijf van de wereld, vanaf vandaag nummer drie, is inmiddels 35 partijen op gravel ongeslagen. Alleen Björn Borg en Guillermo Vilas slaagden er ooit in meer partijen achter elkaar te winnen.

Muster had het geluk dat hij in Parijs geen aanvaller tegenkwam. Vorig jaar verloor Muster op Roland Garros, nadat hij daarvoor Agassi had verslagen, in de derde ronde van serve-en-volley-speler Patrick Rafter. Vorig jaar in Hamburg versloeg Richard Krajicek hem eenvoudig in twee setjes. En ook Jacco Eltingh blufte niet toen hij zei dat hij de afgelopen week graag tegen Muster had gespeeld. Aanvallers geven Muster geen kans zich in een vast ritme te rennen, te zweten, te meppen.

Muster is op zijn sterkst tegen spelers die vanaf de baseline het duel met hem durven aan te gaan. Dan weet hij dat hij harder slaat en over meer wilskracht en uithoudingsvermogen beschikt. Dan straalt hij onkwetsbaarheid uit. Zelfs de slimme Chang, die tegen Bruguera zijn toevlucht had genomen tot tergend hoge 'maanballen', had geen trucs bedacht als antwoord op de krachtige topspin-forehand en de diepe backhands van Muster. Hij deed mee, dreun voor dreun, en kwam fysiek te kort.

Pas bij een 5-2 achterstand in de eerste set was Muster warmgedraaid. Toen won hij vijf games op rij, hield Chang eenmaal zijn service, en won Muster er weer vijf. In de derde set brak Muster naar 4-3, vocht Chang zich terug naar 4-4, maar versnelde Muster naar 6-4. Hij viel achterover op zijn rug in het gravel, beklom de tribune om zijn coach, manager en enige vriend Ronnie Leitgeb te omhelzen en nam na de ceremonie de tijd om alle ballenjongens en -meisjes persoonlijk met een handdruk te bedanken.

Daarmee toonde hij meer charme dan in een decennium als professional. Muster is niet bijzonder geliefd bij zijn collega's. Hij is arrogant, egoïstisch en zelden bescheiden. Hij aarzelt niet om de stijgende lijn in zijn prestaties te vergelijken met het jarenlange zoeken naar de juiste stijl van “kunstenaars als Kandinsky en Picasso”. Na zijn nederlaag tegen Eltingh op de Australian Open in januari noemde hij de Nederlander een clown. Alleen serveren en volleren, is volgens Muster geen echt tennis. Hij heeft zich later voor die uitspraak bij Eltingh verontschuldigd, maar zijn imago interesseert Muster weinig. “Tennis is mijn beroep”, zei hij in een interview, “daar hoef ik geen vrienden te hebben, daar wil ik ze zelfs niet. Ik zou niets vervelender vinden dan tegenover een vriend op de baan te staan. Dat zou het moeilijk maken zo agressief mogelijk te spelen.”

Zijn collega's aarzelen ook nooit om Muster te vergelijken met een beest, een gravelbeest, een monster. “Ik voelde me als een mot tegenover een olifant”, zei Kafelnikov na zijn kansloze nederlaag in de halve finale. Muster zegt zelf “dierlijk” te spelen. Hij is zo gretig dat hij na de pauzes in de wedstrijd altijd als eerste opstaat om te serveren, lang voordat de umpire om reprise heeft gevraagd. Ook als hij een punt verliest, staat hij direct weer dansend en dribbelend klaar om de volgende rally te beginnen.

Zijn kracht is dat hij vrijwel altijd onbevangen kan spelen en daardoor voluit kan slaan. Muster, die in 1986 in Hilversum zijn eerste toernooi won, heeft leren relativeren in 1989. In het eerste jaar dat hij doordrong in de top-tien, de avond voor de finale van een toernooi in Key Biscayne, stopte hij zijn auto om een sandwich te kopen. Hij wilde wat uit de achterbak halen en werd aangereden door een dronken automobilist. Hij kwam er nog genadig af met gescheurde banden in zijn linkerknie.

Tot verbazing van de medici lag Muster een paar weken later met een gipsen been al weer op een door zijn coach ontworpen pijnbank ballen te slaan. Binnen zes maanden speelde hij weer. “Sinds dat ongeluk denk ik niet meer aan winnen of verliezen. Ik probeer te genieten als ik op de baan staat. Als ik win, is het prachtig. Als ik verlies, realiseer ik me steeds dat ik blij mag zijn dat ik nog leef.”

Muster won dit jaar op Roland Garros achtereenvolgens van Solves, Pioline, Carlos Costa, Medvedev, Alberto Costa, Kafelnikov en Chang. Aan Wimbledon, over twee weken, doet hij niet mee. Hij verlangt naar rust en heeft bovendien, door zijn extreme grip, nog nooit enig succes gehad op gras. De vier keer dat hij in Londen meedeed, verloor hij steeds in de eerste ronde. Vorig jaar bijvoorbeeld van de Duitser Mronz.

“Als ik in 1989 geen ongeluk had gekregen, was ik toen al in de top-vijf terecht gekomen. Het doet me goed, ook zes jaar later, dat ik nu stijg op de ranglijst en een top-vijf-speler heb verslagen in de finale. Mijn volgende doel is nummer twee worden. En misschien per ongeluk ook nog een keertje nummer één.”