Drugsjongens Terneuzen 'niet meer te harden'

Zelf gebruikt ze, zegt ze, slaaptabletten om de nacht door te komen. “Maar vaak word ik dan nog wakker. Er wordt op straat geschreeuwd, met messen gevochten. En soms wordt er geschoten.” Vijf jaar geleden trok mevrouw N. Laffeber met echtgenoot naar de binnenstad van Terneuzen om er een antiekzaak te beginnen.

De binnenstad had weliswaar een slechte naam wegens prostitutie en drugshandel. Maar de gemeente deed grote moeite het stadscentrum aantrekkelijk te maken. Oude verwaarloosde panden werden vervangen voor nieuwbouw. Er kwamen nieuwe winkels. Het karakter van het gebied zou veel vriendelijker worden. Totdat ongeveer drie jaar geleden drugshandelaren uit België en Noord-Frankrijk Terneuzen ontdekten. “Vooral Marokkanen. Ze namen elkaar mee. Vroeger hadden we te maken met lokale drugsjongens. Je kende ze, en had er verder weinig last van. Maar nu is het niet meer te harden”, zegt Laffeber. De handelaren kochten panden en richten zich voor een groot deel op drugstoeristen uit het zuiden. “Vanuit Lille zit je met een dik uur rijden in Terneuzen. De drugs is hier veel goedkoper. De politie is soepel. Dus wat wil je nog meer.”

Mevrouw Laffeber wil dolgraag verhuizen, maar raakt haar woning “aan de straatstenen niet meer kwijt”. “Wie wil hier nou wonen.” Samen met een aantal buurtbewoners richtte ze enkele weken geleden het comité Leefbaar Terneuzen op. Een van de eerste acties was het ondersmeren van de tuinpaden van burgemeester en enkele wethouders met ketchup en poedersuiker. “Dan weten ze ook eens wat wij meemaken.” Een tweede actie was een brief aan de koningin waarin de bewoners melden ten einde raad te zijn.

Bij een wandeling rond haar huis wijst Laffeber zonder aarzeling de drugspanden aan die door de politie zijn gesloten, maar waar de handel, voor iedereen zichtbaar, doorgaat, ondanks het officiële document dat door de gemeente op de voorgevel is gehangen. Jongens houden haar op straat staande en informeren of ze misschien wat wil kopen. Een groot deel van de nieuwbouwwonngen staat weer leeg.

De plaatselijke D66-fractie vindt, met de bewoners, dat de lokale politiek heeft gefaald in het aanpakken van de problemen. “De gemeente heeft wel van alles gedaan”, zegt het raadslid D. Tanis, “maar het beleid is niet doorgezet.” Voor een deel heeft dat volgens hem te maken met het politiekorps dat in het verleden niet goed functioneerde. “Nu is de politie landelijk gereorganiseerd, en dat heeft weer nieuwe problemen opgeleverd.”

Burgemeester R. C. E. Barbé van Terneuzen hapt naar adem. “Wij zouden te weinig doen aan bestrijding van de drugsoverlast? Wij doen daar juist van alles aan. De afgelopen maanden hebben we acht panden gesloten, 54 mensen staande gehouden, zeven vuurwapens in beslag genomen en grote hoeveelheden drugs.” Maar, moet hij toegeven, de acties hebben niet geholpen de overlast te verminderen. “Dat is ook niet eenvoudig. We hebben hier te maken met handelaren die voor een groot deel illegaal zijn. Zonder papieren. Wij moeten aantonen waar ze vandaan komen. Mensen zeggen tegen ons: Je ziét toch dat er gedeald wordt in die panden die jullie hebben gesloten. Doe er dan wat aan! Alsof dat zo eenvoudig is. Wij moeten bewijzen dat er wordt gehandeld in verdovende middelen. En daarbij hebben we aan één verklaring niet genoeg. Dat moeten er drie zijn.”

Volgens Barbé is zijn gemeente de dupe van het drugsbeleid dat landelijk wordt gevoerd. “En dat wordt verdedigd door een D66-minister, dezelfde partij die in Terneuzen kennelijk kritiek op ons heeft.”