Commissie boos over vernietigen IDB-archieven

ROTTERDAM, 12 JUNI. Met de vernietiging van de dossiers uit de archieven van de Inlichtingendienst Buitenland (IDB) zijn “de principes van de rechtsstaat nodeloos veronachtzaamd”.

Dit concludeert de rijkscommissie voor de archieven in een schriftelijke reactie op het verwijderen van een deel van de IDB-archieven. “Een dergelijke handelwijze schaadt onnodig het vertrouwen van de burger in de overheid”, aldus de commissie. Ze stuurt staatssecretaris Nuis (cultuur) binnenkort een advies over de kwestie.

Minister-president Kok antwoordde half mei de Tweede Kamerleden Van Oven en Valk (beiden PvdA) dat de leiding van de in januari 1994 opgeheven dienst een groot aantal rapportages uit de afgelopen vijftig jaar had laten vernietigen. Volgens Kok was hierbij een afweging gemaakt tussen de belangen van staatsveiligheid en de belangen van de archiefwet. “Gekozen is om de belangen van staatsveiligheid te laten prevaleren”, aldus de minister-president. Dit spreekt de commissie in het geheel niet aan: “De archiefwet biedt voldoende mogelijkheden en waarborgen om rekening te houden met belangen van staatsveiligheid, zoals recentelijk nog is gebleken bij de opstelling van een concept-vernietigingslijst voor de BVD.” Deze lijst ligt sinds vorige week in de Tweede Kamer, waar beide zaken eind deze maand zullen worden besproken met de verantwoordelijke bewindslieden van binnenlandse zaken en van cultuur.

In vervolg op zijn antwoorden deelde Kok de Kamer nog mee dat het versnipperen van de IDB-dossiers tot 1992 had geduurd, onder verantwoordelijkheid van minister-president Lubbers dus. Eerder had Lubbers de Tweede Kamer de verzekering gegeven dat er geen geheime stukken zouden worden opgeruimd.

De volgens Kok bewaarde bronarchieven van de IDB zijn (nog) niet toegankelijk zijn voor onderzoekers. Bovendien bevatten ze volgens deskundigen veel minder informatie. De door de dienst zelf gemaakte rapportages, ter beschikking gesteld aan onder meer departementen, hadden volgens de 'spionage'-onderzoekers B. de Graaff en C. Wiebes een een goed beeld kunnen geven van de werkwijze van de Nederlandse spionagedienst. Vooral omdat uit de rapportages de eigen opvattingen van de dienst, prioriteiten en accenten zouden kunnen worden afgeleid. De rijkscommissie voor de archieven schrijft verder ontsteld en geschokt te zijn over het feit dat de IDB-top geheel zelfstandig heeft kunnen beslissen over de vernietiging en daarbij de rijksarchivaris heeft gepasseerd. Volgens de commissie, die de taak heeft de regering te adviseren over onder meer de (grote) archieven, is dat geheel in strijd met de Archiefwet van 1962.