Biennale opent met prijzen voor Amerikanen Kitaj en Hill

De Biennale duurt tot 15/10, veel exposities zijn op maandag gesloten.

VENETIE, 12 JUNI. De Italiaanse president Scalfaro heeft zaterdag de 46ste aflevering van de Biennale van Venetië, die dit jaar een eeuw bestaat, officieel geopend. Bij die gelegenheid kende een internationale jury de Gouden Leeuwen, de Biennale-onderscheidingen, toe aan de schilder R.B. Kitaj (1932) en de beeldhouwer/ videomaker Gary Hill (1951), beide Amerikanen.

De landenprijs voor het beste van de 27 paviljoens op het Biennale-terrein ging naar Egypte. De drie jonge kunstenaars hebben een brug geslagen tussen de traditionele westerse kunstvormen en de wortels van Egyptische beschaving, meende de jury, die een duidelijke voorkeur had voor ambachtelijkheid, traditie en 'synthese', verwijzingen in de kunst van nu naar vormen van weleer.

De Prijs 2000, voor een kunstenaar onder de veertig jaar, kreeg de Ierse Kathy Pendergeist (1958), en ereprijzen kende men toe aan de Italiaan Nunzio, maker van eenvoudige houten sculpturen, de Japanner Hiroshi Senju die met wandschilderingen en waterbassins een kolossale, maar muisstille waterval wist te suggereren, de Koreaan Jheon SooCheon, wiens honderden aardewerken poppetjes op een met glas toegedekte ravage van afval ronddartelen, en aan Richard Kriesche, een van de zes medewerkers van het Oostenrijkse multi-media paviljoen.

De twee bekroonde Amerikanen nemen deel aan Identiteit en verandering. Deze hoofdtentoonstelling werd samengesteld door de Fransman Jean Clair, directeur van het Picasso Museum in Parijs. Zijn selectie van zeshonderd kunstwerken uit de afgelopen eeuw, verspreid over drie locaties, waaronder Palazzo Grassi, spitste hij toe op de menselijke gestalte, veelal figuratief verbeeld: van 19de-eeuwse foto's voor geneeskundige doeleinden via Bonnard, Malewitsj, De Chirico, Balthus, Bacon en Lucian Freud naar de 'zelfportretten' van Cindy Sherman, de mortuarium-opnamen van Andres Serrano en naar de manipulatieve fotografie van nu, de virtual reality, die elke mensfiguur onbegrensd en geloofwaardig kan deformeren.

Prijswinnaar Gary Hill maakte in het Italiaanse paviljoen een labyrint van aluminium buizen temidden van twee video-projecties. De ene wand toont het achterhoofd van een man, op de andere muur lijken diens handen een doventaal te spreken. Afhankelijk van de kant waarop men het labyrint betreedt neemt een man of vrouw het woord. De verhalende schilderijen van de bekroonde R.B. Kitaj 'herontdekken in het eigentijdse de wortels van de Europese schilderkunst', vond de jury. Kitaj, een kameleontische stilist, wordt samen met Bacon, Freud en Hockney wel tot de behoudende London School gerekend. Het werk van beide winnaars is niet in de catalogus geïllustreerd.

Dat de Egyptenaren - de architect Akram El Magdoub, de schilder Medhat Shafik en de beeldhouwer Hamdi Attia - in de prijzen zijn gevallen is gezien het rommelige karakter van hun paviljoen, verbazingwekkend. Toen het nieuws vroegtijdig uitlekte, dacht menigeen met een grap van doen te hebben. De doeken van Shafik, sinds 1976 woonachtig in Italië, overheersen de ruimte. In zijn intuïtief gecomponeerde schilderijen gedraagt de verf zich als pastelkrijt. Eerst laten zijn zonnige schilderijen zich lezen als archaïsche plattegronden. Pas later herkent men er dieren, verftubes en ornamentjes in. Een zelfde gevoel van déjà vu roept de Egyptische beeldhouwer Shafik op met zijn geometrische reliëfs in robuuste, rechthoekige zuilen.

Nederland leek hoge ogen te gooien met het onberispelijk gerestaureerde Rietveld-paviljoen, waaraan buiten nogal wat marmer is toegevoegd. De presentatie van drie vrouwelijke kunstenaars - Marlene Dumas met hoge, donkere schilderijen van veelal zwarte vrouwen, Maria Roosen met glazen sculpturen van vrouweborsten en Marijke van Warmerdam, die op een van haar drie video's een man onophoudelijk onder de douche laat staan - sluit met verbeeldingen van het lichaam onbedoeld thematisch aan op de hoofdtentoonstelling en roept door de harmonische combinatie vaak zichtbaar publieke verwondering op. Spijtig dat het kraakheldere daglicht de metershoge projectie van een man in 'eeuwige salto' (Marijke van Warmerdam) slecht zichtbaar maakt. Tentoonstellingscommissaris Chris Dercon achtte dat geen bezwaar; integendeel, laat het verglijdende Venetiaanse licht maar meespelen, vond hij. Voortaan mag niets aan het interieur van het paviljoen meer worden gewijzigd.

De officiële ingebruikneming waarbij staatssecretaris van cultuur Aad Nuis de vlag hees, viel ongelukkigerwijs samen met een uiteenzetting van Jean Clair, iets verderop, en met een bijeenkomst rondom de alom geprezen video-kunstenaar Bill Viola in het Amerikaanse paviljoen, die tijdens de voorbezichtiging lange rijen wachtenden op de been bracht. Nu veroorzaakt een toespraak in het Nederlands in zo'n internationaal tumult bij voorbaat al weinig opwinding, maar als er ook nog niets te schenken valt omdat de drank ergens is opgehouden, loopt de vreemdeling graag aan een officieel opstootje voorbij. De Hollandse soberheid werd 's avonds succesvol gecompenseerd met een boottocht van zo'n 500 binnen- en buitenlandse genodigden die op Murano, het eiland van de glasblazers, op een buffet werden onthaald.

Bij het Belgische paviljoen, met lege, gipsen 'sarcofagen' van Didier Vermeiren, viel er tijdens de opening gezien de enorme drukte rondom de provisorische bar wèl meteen al iets te vieren. Later deden tientallen Belgen er tijdens een voornaam diner nog een schepje bovenop. Ja, het was wel een beetje vervelend dat men vergeten was daarvoor ook exposant Vermeiren te inviteren.

De Giardini di Castello, het Biennale-park, heeft er intussen een nieuwe bewoner bijgekregen. Korea liet een markant, zilverkleurig gebouwtje achter het Japanse paviljoen neerzetten. De cirkelvormige uitbouw in combinatie met een kleine rechthoek zal menige tentoonstellingsmaker veel hoofdbrekens gaan bezorgen. In de cirkel wandelt men door een spiraal van glas de trap naar het dak op, die omringd is met een dubbele wand vol borrelend water.

Ook landen als Japan en Oostenrijk doen net of ze een nieuw paviljoen hebben. De architecten Coöp Himmelb(l)au verpakten de Oostenrijkse recht-toe-recht-aan constructie, nu een multi-media bolwerk, in een glooiend dak en schuine, transparante ribbelwanden en Japan omwikkelde zijn gehele paviljoen met een breed, veelkleurig type tuinslang.

Vier miljoen gulden spendeerde Frankrijk aan de opeengeperste autowrakken van beeldhouwer César. Hij mocht voor deze gelegenheid ook nieuwe, maar helaas toch weer platgewalste Citroëns aan de muur hangen. Engeland, dat voor de vorige Biennale de schilderijen van de 'veteraan' Richard Hamilton presenteerde, brengt nu op nieuw een klassieke meester, Leon Kossoff, die portretten en stadsgezichten neerzet in pasteuze, troebel gekleurde verflagen.

Deed op de vorige Biennale Hans Haacke in het Duitse paviljoen onmiddellijk van zich spreken toen hij de marmeren vloer daar in puin had laten hakken, deze keer ontbreekt het aan spectaculaire blikvangers. En dat de Joegoslaven als voormalige landgenoten onderling hebben gebekvecht en daarom maar op verschillende locaties in de stad hun eigen tentoonstelling hebben gemaakt, bracht in de vijver ook al geen rimpels teweeg. Alleen bij het bezoek van Lady Diana, vrijdag, toen een leger van telelensen het op een draven zette, dacht men even dat er iets belangrijks gebeurde.

Een enkel schandaaltje deed zich elders voor, op de Vlaams-Nederlandse presentatie Amongst Others in de kloostertuin van San Francesco della Vigna. Beeldhouwer David Bade moest op verzoek van de pater de condooms in een van zijn staketsels in omvang doen afzwakken en Job Koelewijn, een andere Nederlandse exposant, kreeg het aan de stok met de gemeentelijke monumentenzorg. Hij wilde veertig containertjes met water en eucalyptus-olie laten druppelen op de 14de- en 15de-eeuwse grafstenen, om dood, verleden en Biennale tot nieuw leven te wekken. Dat ging dus niet door. Afgezien van mogelijke schade aan plafond en graven in het mooie klooster kan men zich afvragen of Venetie op zo'n bevruchting zit te wachten. Geen stad in Europa waar verleden en vergankelijkheid het zo triomfantelijk voor het zeggen hebben.