Amerikaans spektakel overheerst tijdens luchtvaartshow in Parijs

PARIJS, 12 JUNI. De luchtvaartshow van Parijs wordt dit keer sterker dan ooit gekenmerkt door de terugkeer van de Amerikanen. Gesteund door een zwakke dollar heeft de Amerikaanse luchtvaart- en defensie-industrie zowel op civiel- als militair gebied tijdens het tweejaarlijks terugkerende vliegfeest op Le Bourget een imponerend offensief ontketend.

Nadat de Franse president Chirac afgelopen zaterdag de eenenveertigste luchtvaartshow had geopend, presenteerden Lockheed Martin, Northrop Grumman, Mc Donnell Douglas en Boeing zich vol zelfvertrouwen in Parijs. De wapen- en luchtvaartindustrie-giganten wilden de indruk vestigen dat zij de enorme bezuinigingen op defensiebudgetten overal ter wereld en de nog immer stagnerende orders voor nieuwe vliegtuigen door de burgerluchtvaart kunnen overleven.

De Amerikanen etaleerden dit weekeinde de grootste pracht en praal onder de 1620 exposanten uit 40 landen die de Parijse luchtvaartshow dit jaar gestalte geven. Zelfs hun op een vliegende schol lijkende en voor radar onzichtbare Stealth B2 bommenwerper van Northrop maakte een paar rondjes over het Noordparijse vliegveld. De B2 was een van de 20 nieuwe produkten (vliegtuigen, helicopters en raketten) die deze week in Parijs te zien zijn.

Verbaal vertaalde het Amerikaanse geweld zich wat de civiele luchtvaart betreft gisteren in een wat ordinair afgeven van Boeing-president Ron Woodard op zijn grootste concurrent Airbus. Centraal in Woodards verkooppraatje stond de nieuwe Boeing 777, de grootste tweemotorige jet ter wereld, die het gat tussen de grootste Airbus A340 en de Boeing 747-400 moet opvullen. Woodard omschreef de tripple seven als het mooiste, meest economische produkt dat er momenteel vliegt.

Niettemin heeft Airbus met de A330 en A340 de markt voor grote vliegtuigen de afgelopen twee jaar flink afgeroomd. Er zijn 260 toestellen van deze types verkocht tegenover 140 Boeings 777. In totaal verkocht Boeing vorig jaar 120 toestellen tegen Airbus 125. Volgens Woodard komt dat omdat “Airbus de zwaarst gesubsidieerde vliegtuigfabrikant ter wereld is.”

“Dat moet Boeing nodig beweren”, pareert Manfred Bischoff, president van Fokker-moeder Daimler-Benz Aerospace in Parijs de aantijgingen van Woodard. “Als er één markt is dichtgetimmerd, is het wel de Amerikaanse. De regering doet niets aan de lage dollar die de export van de eigen industrie sterk bevordert. Des te knapper is het dat Airbus vanuit het niets is opgeklommen tot de tweede vliegtuigfabrikant in de wereld. Airbus is in mijn ogen daarom het mooiste voorbeeld waartoe een goede samenwerking tussen verschillende bedrijven allemaal kan leiden.”

Daimler-Benz Aerospace vormt met het Franse Aerospatiale de grootste aandeelhouder van Airbus, waarin ook British Aerospace (18 procent) en het Spaanse Casa (4 procent) deelnemen. Om de concurrentie met Boeing verder aan te scherpen onderzoekt Daimler-Benz Aerospace (het voormalige Dasa) de mogelijkheid een nieuw klein straaltoestel met 120 stoelen te bouwen. Fokker zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen. Een dergelijk toestel zou in feite de kleinste van de Airbus-familie worden.

Zowel in Europa als in Korea en China zoekt Daimler Benz Aerospace momenteel naar partners voor Fokker om een dergelijk toestel te kunnen realiseren. Bischoff streeft daarmee voor Fokker naar een samenwerkingsconcept dat in de praktijk ook succesvol voor Airbus is gebleken. “We praten met z'n allen en hebben één gemeenschappelijk doel”, formuleert Bischoff voorzichtig. “Ik ben van nature een optimistisch mens. En zeker nu Aerospatiale recent de deur weer wat verder heeft opengezet voor een dergelijke samenwerking waar ook de Aziaten bij betrokken kunnen worden.”

De ontwikkelingskosten van een 120-zitter, binnen Fokker-kringen in het verleden altijd bestempeld als een verlengde Fokker 100, kan de Nederlandse vliegtuigfabrikant alleen nooit dragen. Daar is de inmiddels sterk afgeslankte Nederlandse vliegtuigbouwer te klein voor. “Dat zie je ook in de strijd om de grote orders. Wanneer Boeing of Airbus zich in het spel mengen dan is Fokker onder de huidige omstandigheden kansloos”, zegt een woordvoerder van de Nederlandse vliegtuigfabrikant in Parijs. “Boeing heeft 737-600 toestellen aan SAS verkocht voor minder dan de prijs van een Fokker 70. Zo duwen ze hun produkten in de markt die niet echt goed lopen. Boeing kan zich zo'n verliesorder wel permitteren. Wanneer wij Fokker 100's voor een dergelijke prijs aan SAS hadden geleverd, dan hadden we als bedrijf niet meer bestaan. Dat is het grote verschil.”

Zo eensgezind als de Europese betrokkenen een strategie voor de bouw van een nieuw regionaal straalvliegtuig voor ogen staat, zo verdeeld zijn de meningen over de propeller-vliegtuigen. In deze sector hebben het Italiaanse Alenia, Aerospatiale en British Aerospace recent een monsterverbond gesloten om Saab en Daimler-Benz Aerospace (Dornier en Fokker 50) buiten de deur te houden.

Een dergelijke Europese verdeeldheid manifesteert zich nog sterker op wapengebied waar de Amerikanen helemaal heer en meester lijken. De fusie tussen Lockheed en Martin Marietta (Lockheed Martin) heeft de grootste wapenfabrikant ter wereld gecreëerd, die in 1994 goed was voor een omzet van 23 miljard dollar aan wapenverkopen. Waar Lockheed een nieuwe F22 (opvolger van de F15 én F16) produceert, staan van de Eurofighter 2000 op Le Bourget slechts twee prototypes tentoongesteld. Het welslagen van dit Duits-Engelse-Italiaans-Spaanse produkt is in hoge mate afhankelijk van de geldstroom uit Bonn, waar echter zwaar op het defensiebudget wordt beknibbeld.

Verder ontwikkelt Frankrijk alleen de Rafale (opvolger van de Mirage 2000) en hebben Saab en British Aerospace een joint venture gesloten om de Saab-Gripen beter te kunnen verkopen. De Engelsen denken voor de verkoop van deze superjager beter de weg bij die regeringen te weten waar Saab zelf van de Zweedse overheid niet aan mag leveren.

Niettemin hebben de Amerikanen op defensiegebied grote bressen geschoten in 'fort Europa.' Mede door de Europese verdeeldheid. Serge Dassault, eigenaar van Dassault Aviation en mede-organisator van Le Bourget, hekelde daarom dit weekeinde in Parijs opnieuw de keus van Nederland voor de gevechtshelicopter van Mc Donnell Douglas, de Apache, boven de Europese Tiger. “Die Amerikaanse verkopen hollen de Europese wapenindustrie alleen maar verder uit”, meent Dassault, die bevreesd is dat Engeland, dat dit najaar een order voor 3,7 miljard dollar voor gevechtshelicopters te besteden heeft, eveneens voor de Apache zal kiezen.