'Waarom moet ik op Jonk wachten, ik ben toch geen kleine jongen'

Morgenavond neemt hij afscheid van het Catalaanse voetbalpubliek. Volgend weekeinde speelt hij in Bilbao voor het laatst in het rood-blauwe tenue van de club die hem na de winnende goal op Wembley eeuwig dankbaar is. Na een zesjarig verblijf in Barcelona vertrekt RONALD KOEMAN (32) deze zomer naar Feyenoord. “Respect, dat zal ik misschien nog het meest gaan missen.”

Het is zaterdagmorgen, de lucht is blauw en de training van Johan Cruijff is achter de rug. In de wandelgangen van Nou Camp staan tientallen journalisten te wachten op de voetballers van FC Barcelona. De meeste spelers banen zich zonder commentaar een weg door de persruimte. Aan het eind van de gang staat Ronald Koeman een journaliste te woord, met zoontje Tim aan zijn zijde. “Die neem ik elke zaterdag mee naar het stadion. Dan loopt hij wat te schieten op het veld. Dat is zo gegroeid.”

Zijn stem houdt het midden tussen zangerig en zeurderig. Het woord 'Barcelona' wordt door niemand zo mooi uitgesproken als door Koeman. Zijn gezicht zit vol sproeten en blijkt nauwelijks bestand tegen het mediterrane klimaat. Hij is verbrand tot over zijn oren. In de ontvangstkamer van Nou Camp neemt hij een ontspannen houding aan. Hij vlijt zich neer op een leren bank. Af en toe streelt hij zijn blote benen. Af en toe spreekt hij op vaderlijke toon tegen zijn zoon. En telkens kijkt hij zijn gesprekspartner vriendelijk aan. Zijn ster-allures liggen op het veld.

De taxichauffeurs zijn lyrisch als hun held ter sprake komt. De portier van het stadion spreekt liefkozend over Ronal. Het Groningse talent is een Catalaanse volksheld geworden. Hij heeft de club aan vier landstitels geholpen en in 1992 maakte hij zich bijna onsterfelijk door in de Europa Cup 1-finale tegen Sampdoria de winnende goal te maken. Qua populariteit kan hij in Barcelona wedijveren met Johan Neeskens, de middenvelder uit de jaren zeventig. Zelfs Cruijff was in zijn actieve periode niet zo geliefd als Ronald Koeman.

“De eerste maanden dat ik hier speelde, was het qua voetbal wat minder. Ik voelde dat er nogal wat van mij werd verwacht. Ik was voor verschrikkelijk veel geld gekocht en de mensen hadden beelden gezien van de Nederlandse competitie waarin bij wijze van spreken elk schot van mij in de kruising belandde. Ze verwachtten dat dat hier meteen weer zou gebeuren. Die aanpassing duurde een half jaar, daarna ging het steeds beter lopen. Met dat doelpunt op Wembley natuurlijk als hoogtepunt. Niet alleen voor mijzelf, maar voor de hele club. Barcelona had de Europa Cup 1 nog niet eerder gewonnen. De mensen zullen dat nooit vergeten.

“Achteraf weet je dat je het goed gedaan hebt bij de club, dat je een leuke gozer wordt gevonden. Zowel binnen als buiten het veld. Toch heeft al die aandacht van de laatste weken mij een beetje verrast. Pas als je vertrekt, gaan de mensen pas echt zeggen wat ze van je denken. Voor hen heb je blijkbaar toch wat neergezet. Ze hebben vaak problemen gehad met buitenlandse spelers. Maar ik heb hier in zes jaar tijd nog nooit een probleem gehad. Altijd hard werken en altijd eerlijk zijn, dat spreekt de mensen aan.”

De sportman voelde zich in Spanje even goed thuis als de levensgenieter. Hij speelde golf in de vrije uren, hij genoot van de etentjes met sommige ploeggenoten. Cruijff, Bakero, Beguiristain en Guardiola beschouwt hij als goede vrienden. “Het contact met Cruijff was heel belangrijk, zeker in het begin als je nog geen houvast hebt. Ik had bij Ajax een jaar met hem gewerkt, maar buiten het voetbal sprak ik toen nooit met hem. Nu zijn we goeie vrienden. De families doen veel samen. Cruijff praat thuis wel eens over voetbal, maar dat hij het gezinsbelang altijd heeft laten prevaleren is voor mij een goed voorbeeld geweest.”

Cruijff zag hem uitblinken in zijn laatste wedstrijd tegen Real Madrid. Tijdens het Spaanse topduel voelde Koeman dat het afscheid nabij was. Nog één keer hoorde hij de menigte zijn naam scanderen. Kuifje en Sneeuwvlokje werden toegejuicht, zoals ze in 1989 nogal eens werden uitgefloten. Toen was hij voor veel criticasters de trage libero. In de loop der jaren werd het gebrek aan snelheid ruimschoots gecompenseerd door zijn spelinzicht, zijn wedstrijdmentaliteit en zijn befaamde traptechniek. Hij werd op een voetstuk geplaatst.

“In het begin vond ik het indrukwekkend, al die aandacht. Maar de laatste jaren werd het steeds gekker. Tijdens uitwedstijden stond er overal politie om je te beschermen. Het vliegveld stond vol met mensen. In het hotel kon je nog geen kop koffie drinken. De mensen leven met de successen mee. Als het goed gaat met Barcelona, gaat het goed met de mensen. Maar ik voel de laatste tijd dat ik al die drukte niet meer wil. Eigenlijk had ik dat gevoel vorig seizoen al, maar toen waren er nog geen serieuze onderhandelingen met andere clubs.”

Inmiddels neemt hij beetje bij beetje afscheid van de club en zijn supporters. “De laatste weken is het hier net een gekkenhuis. Ieder dorp rond Barcelona heeft zijn eigen pena, een eigen supportersvereniging. En elke pena wil zijn eigen afscheidsfeest organiseren, maar Cruijff heeft dat een beetje tegengehouden. Gelukkig heeft hij het tegengehouden, want ik vond het moeilijk om de mensen teleur te stellen. Het zijn wel de socios en die voelen zich heel belangrijk.”

De strakke hand van Cruijff heeft te maken met het spannende slot van de Spaanse competitie. Barcelona is nog altijd niet verzekerd van een plaats in het UEFA-Cuptoernooi, sowieso een troostprijs na al die fraaie zeges in de voorgaande jaren. “Ons mindere spel is een beetje een smet op het laatste jaar bij Barcelona. Ik had het liever op een andere manier willen afsluiten. Als we weer kampioen zouden zijn geworden, had het een mooier afscheid opgeleverd. Maar ook als we beter hadden gepresteerd, was ik hier weggegaan. Die beslissing heb ik vorig jaar al gemaakt. Helaas kun je niet alles van tevoren vaststellen.”

Koeman spreekt de woorden uit alsof het lot zijn sportieve leven heeft bepaald. Het debuut bij FC Groningen, de overgang naar Ajax, de transfer naar PSV, de gloriejaren bij Barcelona en uiteindelijk de terugkeer naar Nederland. Of is zijn voetballoopbaan een weloverwogen planning geweest? Geen enkele Nederlandse topspeler heeft zo'n succesvolle carrière gehad over zo'n geëffend pad. Van Basten niet, Rijkaard niet en Gullit niet.

Aanvankelijk leek Koeman terug te keren naar Groningen, waar zijn vader manager is en zijn oudere broer Erwin spelverdeler. Maar Ronald koos voor een nieuwe uitdaging en niet voor jeugdsentiment. “Mijn vader heeft me altijd goed bijgestaan. Maar hij liet de beslissingen aan mij over. Ik heb nooit op emotionele gronden een beslissing genomen. Misschien dat mijn Groningse afkomst daar mee te maken heeft.” Op de vraag of hij bij de meest recente beslissing voor het eerst niet naar zijn vader heeft geluisterd, verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Hij kan het niet ontkennen.

“Mijn hele familie woont in de omgeving van Groningen, dus wil ik er in de nabije toekomst misschien wel weer gaan wonen. Maar als voetballer vond ik de tijd er nog niet rijp voor. Groningen was een te grote stap terug geweest. Feyenoord is voor mij toch meer een uitdaging. En die heb je nodig om het optimale uit jezelf te halen. Je moet ergens naar toe kunnen werken.

“Wat is er nu leuker om bij Feyenoord te beginnen na een matig seizoen? Om een elftal aan meer succes te helpen? Het mag dan even wat minder gaan, maar Feyenoord heeft een geweldige impact. Het publiek is fantastisch en het thuistenue vind ik heel mooi. Dat heeft stijl. Feyenoord heeft veel meer impact dan PSV. Dat merk je ook in Spanje: als ze het over Nederland hebben, hebben ze het over Ajax en Feyenoord. Dat zal altijd zo blijven.”

Hij is terughoudend in zijn commentaar over PSV, zijn voormalige werkgever die interesse leek te hebben in een rentree. “Er werd altijd gezegd dat Koeman weer terug zou gaan naar PSV. Dat gevoel had ik zelf ook wel een beetje, omdat er al contacten waren met het bestuur van PSV. Toen kreeg je het ontslag van De Mos en werd Advocaat aangesteld. En die stond niet achter mijn komst. Toen zeiden ze: 'Als Jonk nou niet doorgaat, kun jij misschien tòch naar Eindhoven komen'. Maar ik ben natuurlijk geen kleine jongen. Met alle respect, maar wie ben ik op om op Jonk te moeten wachten?”

“Ik kan me nog wel voorstellen dat Advocaat voor iemand anders kiest, maar het minste dat hij even had kunnen doen, was mij een belletje geven. En niet publiekelijk zeggen dat ik te oud ben. Gezien de goeie verhouding die ik met hem had, valt me dat een beetje van hem tegen. Ik had best nog bij PSV willen voetballen. Ik bewaar mooie herinneringen aan de drie jaar dat ik daar heb gespeeld. Wij hadden een perfecte mix van strijdlust en kwaliteit. Zoiets komt niet gauw terug. Je kunt een elftal niet lukraak bij elkaar kopen.”

Na het WK in de Verenigde Staten nam hij afscheid van het Nederlands elftal. De kans om record-international Ruud Krol voorbij te streven, liet Koeman aan zich voorbijgaan. Hij bleef steken op 77 interlands en hoewel sommige media anders berichtten, lijkt een come-back in Oranje uitgesloten. “In principe keer ik niet terug in het Nederlands elftal. Ik ben niet iemand die afscheid neemt en twee dagen later weer terugkomt. Ik heb alleen gezegd dat als ik goed ga spelen bij Feyenoord, de roep om een terugkeer automatisch zal losbarsten.

“Ik zou Hiddink eventueel een dienst willen bewijzen. Voor hem zou ik het eerder doen dan voor iemand anders. Ik vind het een goede trainer en een aardige man. Maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat het helemaal niet meer aan de orde komt. Dat het niet zo goed gaat verrast mij wel, maar vergeet niet dat de kwalificatie van het Nederlands elftal altijd vrij moeilijk is gegaan.”

Mocht het bij geruchten blijven, dan bewaart Ronald Koeman het ontevreden gevoel van een weinig feestelijk afscheid bij het Nederlands elftal. Handjeschudden op Schiphol en wegwezen. Een half jaar later werd hij weliswaar uitgenodigd voor een soort van huldiging in de Utrechtse Galgenwaard, maar de invitatie bereikte hem te laat om tijdig aanwezig te kunnen zijn. “En als je ziet op wat voor manier mijn broer Erwin, Kieft, Rijkaard en Wouters bij hun afscheid een bloemetje in de hand gedrukt kregen, dan vind ik het niet zo erg dat ik daar niet bij kon zijn. Dat sloeg nergens op.

“In Nederland is geen respect voor grote sportmensen. Ik heb toch genoeg interlands gespeeld om daar een beetje aandacht aan te schenken. Respect, misschien zal ik dat nog het meeste gaan missen. De manier waarop de mensen je hier op een voetstuk plaatsen is af en toe iets te veel van het goede, maar in vergelijking met Nederland begrijpen ze hier wel wat een sportman voor een land betekent.”

    • Jaap Bloembergen