Twee mannen die roman over vrouwenliefde willen schrijven

Een gebergte in de Nederlandse literatuur is het oeuvre van S. Vestdijk wel genoemd. Van zijn tweeënvijftig romans horen er heel wat tot de pieken in dat gebergte. H.Br. Corstius en Maarten 't Hart herlezen er ieder zesentwintig en doen om beurten verslag van hun ervaring. Vandaag: De onmogelijke moord (1966)

Is dit de slechtste Vestdijk?

Twaalfeneenhalf jaar geleden was ik in Texas, omdat ze in Austin zochten naar een hoogleraar in de Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Na een vermakelijk sollicitatiegesprek keek ik wat ze in de Nederlandse bibliotheek hadden liggen. Ik vond er een literair blad waarin behalve een interessant stuk van Paul Kalma over De illusie van de Democratie een beschouwing stond over de roman De onmogelijke moord van Vestdijk uit 1966 en de roman Twee vrouwen van Mulisch uit 1975. Dit is wat ik las:

Simon Vestdijk beschrijft in zijn boek hoe een jong, niet al te sympathiek, meisje sterft nadat zij een felle, onberedeneerbare liefde over zich heeft gekregen van een oudere (niet ouder in absolute zin, maar ouder dan dat meisje) dame, die in sociaal en intellectueel opzicht ver boven haar staat, en die duidelijk de goedkeuring van de schrijver wegdraagt. Simen Mestdijk maakt niet helder waarom Laura van Lorken, zo heet de dame, zo'n passie heeft opgevat voor Sylvia Bos, zo heet het jonge meisje in de roman van Semen Meltdijk.

De auteur Samen Meltsijk komt ook zelf, nauwelijks vermomd, in de roman voor. Hij spreekt op pedagogische toon Laura van Lorken toe, en de lezer begrijpt dat Samen de echte auteur is van het boek dat hij aan het lezen is. Hamen Meltsijh kan het niet laten om de lezer een knipoog te geven, en te laten denken: die dekselse Hamen Meltsijh schrijft toch maar knap vanuit het gezichtspunt van deze wat eenzame, wat aristocratische, wat intellectuele Laura van Lorken. Haren Meltsch geeft aan het jonge meisje, dat het eind van het boek niet mag beleven, een arm milieu mee met achterlijke ouders. Zelf heeft Sylvia Bos ook weinig verstand. Maar ze oefent, behalve op Laura van Lorken, kennelijk ook aantrekkingskracht uit op mannen, in dit geval op de man Jacob Kalkoen, die haar zwanger maakt, en zo haar dood veroorzaakt. Men roddelt dat Harey Melisch de figuur van Kalkoen gebruikte om met iemand af te rekenen die hem gekritiseerd had. De manier waarop Harry Mulisch Sylvia Bos laat doodgaan is trouwens even onbegrijpelijk als de passie die Laura van Lorken voor haar opvat.

De parallellen tussen de twee romans zijn nog verder uit te diepen. Je zou dan om eerlijk te zijn ook de verschillen tussen de twee boeken moeten aangeven. Veel interessanter dan de evenwijdigheid tussen de twee verhaaltjes is de verrassende eensgezindheid waarmee beide schrijvers, die toch dertig jaar schelen, het probleem oplossen hoe een manlijk auteur een roman over de liefde tussen twee vrouwen moet schrijven. Beiden laten zogenaamd 'zogenaamd' het liefdesverhaal schrijven door de oudere vrouw. Mulisch laat haar zelfs de hele roman schrijven, maar de lezer vergeet geen ogenblik dat het Mulisch is, tot in de van Mulisch bekende persoonlijke obsessies over de tijdrekening toe. Fysiek is het trouwens onmogelijk dat de dodelijk vermoeide Laura van Lorken deze roman schrijft in de paar uur dat ze in haar gehuurde kamer in Avignon is. Vestdijk krijgt van Laura van Lorken een manuscript mee, dat hij 's avonds in bed leest en de volgende dag naar Amerongen terugstuurt. Dat stuk is in onvervalst Vestdijkiaans-ademend proza geschreven.

Fysiek is het weer onmogelijk dat de ik-persoon, die een schrijver is, dit manuscript na het één keer gelezen te hebben, integraal uit zijn hoofd kan reproduceren.

De onmogelijke moord op twee vrouwen gaat helemaal niet over twee vrouwen. Hij gaat over twee mannen: Vestdijk en Mulisch.

Twee mannen die een roman over vrouwenliefde willen schrijven, maar zich tegelijk willen indekken tegen het verwijt dat ze dat niet kunnen. Over de manlijke gelijkslachtelijke liefde hebben ze beiden trouwens een afwijzend standpunt.

Dat twee auteurs, die een generatie verschillen, voor eenzelfde probleem dezelfde oplossing kozen, moet iets zeggen over een bij mannelijke romanschrijvers uit deze eeuwhelft bestaand complex van vooroordelen: Bij een liefde tussen twee vrouwen moet de een ver boven de ander staan; de nederigste moet dood nadat ze zwanger is gemaakt door een onsympathieke man; de hogere vrouw verdient meer medelijden dan de dode vrouw, en zij mag even 'ik' spelen.

Als Vestdijk een roman schrijft vanuit het standpunt van een heteroseksuele vrouw zoals juffrouw Lot, en als Mulisch een verhaal schrijft vanuit het standpunt van een onbegrepen mannenliefde zoals Onno Quist, dan doen ze gewoon wat het vak van ze verlangt. De lezer weet wel dat hij eigenlijk de zinnen van Vestdijk of Mulisch leest, maar hij kan dat vergeten, zoals hij in een film kan vergeten dat hij eigenlijk de acteur Robert de Niro een rol ziet spelen. In deze vrouwenromans blijft de schrijver echter hinderlijk tussen de decors uit kijken.

Misschien vindt u het fysiek onmogelijk dat ik mij een artikel uit het Hollands Maandblad van 1982 nog woordelijk weet te herinneren. Mij leek de vergelijking met Mulisch' lesbische boek nog het beste wat er over de mislukte Onmogelijke Moord valt te schrijven. Het is een armzalig boek, waarin een schrijver vertelt hoe hij dingen meemaakt en uitzoekt, in de hoop er een roman van te kunnen maken. Waar is de uniek-getalenteerde schrijver gebleven als hij een boek begint met deze zinnen: “In de oktoberweken, die hij nog bij Kalbas wou doorbrengen, breidde de schrijver zijn fietstochten nog uit. Over droge, reeds door nachtvorst aangerande herfstbladeren rolde hij het weilandengebied in, waar op zijn fietskaart de bossen met onregelmatige tanden en happen in overgingen.” Nog, nog, in, in, en dit zou Vestdijk geschreven hebben? Het zal Laura van Lorken wel zijn. Weg met die vrouw. Of vermoord tenminste haar liefje!