Topman monetair instituut A. Lamfalussy: 'Europese munt kan eenheid EU bedreigen'

FRANKFURT, 10 JUNI. Het succes van de gemeenschappelijke Europese munt kan een bedreiging vormen voor de eenheid binnen de Europese Unie, wanneer de landen die niet meedoen achterblijven bij het saneren van de overheidsfinanciën.

Dit zegt Alexandre Lamfalussy, de president van het Europese Monetaire Instituut (EMI) in Frankfurt, vandaag in een vraaggesprek met deze krant.

Het EMI is de voorloper van de Europese Centrale Bank, die per 1999 gaat functioneren wanneer de Economische en Monetaire Unie (EMU) van de Europese Unie van start gaat met de lidstaten die voldoen aan de financiële criteria voor deelname aan de muntunie die in het Verdrag van Maastricht zijn neergeschreven. Deelnemers moeten onder meer een begrotingstekort hebben van hooguit drie procent van het bruo binnenlands produkt (bbp) en een staatsschuld die niet hoger is dan zestig procent van het bbp, of tenminste structureel daalt.

Volgens Lamfalussy is het van groot belang dat het verschil in financieel beleid tussen de EMU-landen en de overige lidstaten van de Europese Unie die nog niet aan de criteria voldoen, in de toekomst zo klein mogelijk blijft. Daarmee kan worden voorkomen dat er door de waardedaling van de munten van de landen buiten de EMU spanningen komen in de onderlinge handelsbetrekkingen tussen de EMU-landen en de overige EU-leden.

“Alleen daarom al prefereer ik zelf de datum voor het begin van de EMU in 1999 boven een vroeg begin in 1997. Met die twee jaar extra tijd is er in landen als Italië en Spanje al weer meer vooruitgang geboekt bij het nastreven van de Maastricht-criteria. Als er in 1997 met acht landen zou wordenn begonnen, dan veroorzaak je echt een tweedeling in de Europese Unie.”

Om dit probleem op te lossen, stelt Lamfalussy voor om een nieuw stelsel van wisselkoersen op te zetten tussen de gemeenschappelijke munt en de overige valuta's in de hele EU. Binnen zo'n nieuw Europees Monetair Stelsel zou de overige valuta's moeten zijn toegestaan - in tegenstelling tot het huidige stelsel - om geleidelijk te depreciëren op basis van inflatieverschillen met de EMU-groep.

Lamfalussy deelt de, met name Duitse, bezorgdheid dat de landen die straks eenmaal binnen de monetaire unie zijn de financiële teugels weer zullen laten vieren. “Dan zouden de anderen met een hogere rente worden gestraft voor de fouten van de één. Maar ik denk dat dit probleem pas op dat moment moet worden opgelost, als het acuut is en de belangen duidelijk zijn.” Het van te voren regelen van dit punt, bijvoorbeeld door het openbreken van het Verdrag van Maastricht op de intergouvernementele conferentie van de EU volgend jaar, is voor Lamfalussy geen optie. “Dan opent men een Doos van Pandora.”

    • Maarten Schinkel