Steun de assepoesters van de verzorgingsstaat

De tienduizenden vrouwen die als hulp in de huishouding werken zijn veelal niet verzekerd en betalen ook geen belasting. Daarmee doen ze zichzelf en de samenleving tekort, vindt Hilda Verwey-Jonker.

Ze pleit voor goede regelingen voor deze groep, en vooral voor de vorming van pensioenfondsen.

De laatste tijd is er weer meer belangstelling voor werk in de huishoudelijke sector, met name in particuliere huishoudingen. Een sector van de arbeidsmarkt waarover lang discreet gezwegen is omdat men wel wist dat er dingen omgingen die niet onder de bepalingen van de wet vielen en in het systeem van de verzorgingsstaat eigenlijk niet pasten. Het opmerkelijke is nu dat men over wat er werkelijk omgaat nog steeds blijft zwijgen, maar langs andere ingangen deze beroepsgroep erbij betrekt. Die ingangen zijn: de oplossing van het probleem van de langdurig werklozen en de vraag of het minimumloon niet naar beneden kan.

In de artikelen van Van Praag en van Van Empel bijvoorbeeld (NRC Handelsblad, 11 en 29 april) wordt gesuggereerd dat arbeid in particuliere huishoudingen tegen lage betaling een goede oplossing zou zijn. Ik vraag me af hoe de heren er bij komen. Huishoudelijk werk is bij uitstek vrouwenwerk. Hoeveel langdurig werkloze vrouwen zijn er eigenlijk? En hoe velen van hen zijn bereid en in staat om professioneel huishoudelijk werk te verrichten? En als er dan zo'n gebrek is aan dit soort van werkkrachten, waarom hebben ze die kans dan niet al lang geleden gegrepen?

Aan de andere kant: zouden er werkgeefsters in de particuliere sfeer te vinden zijn, die mannen in dienst zouden willen nemen? Ja, misschien als het om een student zou gaan, die gewend is zijn eigen potje te koken en zijn kamer schoon te houden, maar die valt niet onder de categorie 'langdurig werkloos'. En welke huisvrouw zou een bouwvakker van een jaar of veertig of een allochtone schoolverlater haar huishouding en misschien ook haar kinderen toevertrouwen? Ik denk geen enkele.

Het probleem is dat er in deze sector twee circuits bestaan: het eerste waar bedrijven en instellingen hun schoonmaakpersoneel werven, die belasting en sociale premies betalen en waar voornamelijk ongetrouwde vrouwen werken, en het tweede, waarin zich hoofdzakelijk getrouwde vrouwen bevinden, die al via hun man tegen ziektekosten verzekerd zijn. De werkgeeefster hoeft geen premie te betalen voor de werknemersverzekeringen, mits zij maar minder dan twee dagdelen per week bij haar werkt. Ze werken meestal bij meer dan één familie en dat betekent dat ze met ongeveer 15 gulden per uur een vrij hoog inkomen hebben, veel hoger dan de belastingvrije voet. Dus werken zij 'zwart'. De veronderstelling is nu dat deze vrouwen dat niet prettig vinden en veel liever wel premie en belasting zouden willen betalen. Daarvoor zijn onder andere door Rinnooy Kan ook al vormen van betaling ontworpen met 'vouchers' ofzo. Maar het lijkt me een illusie dat je ze ooit zo ver zou kunnen krijgen.

Met de komst van de tweeverdienersbelasting is het werken van getrouwde vrouwen niet alleen een erkend en aanvaard verschijnsel geworden, het betekende ook dat er belasting betaald moest worden en dat de vrouw in het sociale verzekeringssysteem opgenomen moest worden, misschien wel in een ander ziekenfonds. Daardoor is het tweede circuit, het 'zwarte', enorm gegroeid. De gezinsverzorging en de thuiszorginstellingen waren genoodzaakt om 'alpha-hulpen' aan te nemen; vrouwen die bemiddeld worden door de instellingen maar officieel in dienst zijn van de cliënt. Het blad van de beroepsvereniging 'Sting' schat hun aantal op 25 procent van de Thuiszorgwerksters. Sommige gemeenten geven subsidie aan cliënten die zelfs het lage loon niet kunnen betalen.

Nu is het niet-betalen van belasting en premie voor deze categorie geen nieuw verschijnsel. Toen de sociale verzekeringswetten werden ingevoerd, was ikzelf in het stadium van een jong gezin en bezig - nauwelijks betaald en geheel onverzekerd - in Raden en Commissies te helpen om het land te besturen. We hadden toen goed opgeleide huishoudsters en mijn man en ik waren wetsgetrouwe burgers en bovendien sociaal-democraten, die in sociale verzekering geloofden. We meldden dus die meisjes aan bij het ziekenfonds en de bedrijfsvereniging, maar dat werd ons niet in dank afgenomen. Het ziekenfonds reageerde zelfs vijandig: “Och mevrouw, dat doet toch niemand. Zo'n meisje is toch nooit echt ziek, en als ze eens iets mankeert kunt u haar veel beter naar uw eigen huisarts sturen en een aparte rekening vragen.”

Later was ons gezin zo geslonken en de huishoudelijke arbeid dermate gemechaniseerd en geautomatiseerd, dat ik kon volstaan met huishoudelijke hulp voor twee dagdelen per week. Een vrouw die bij haar man in het ziekenfonds zat en ook niet meer wegging omdat ze al getrouwd was. Ze is nu zesentwintig jaar bij mij en als ik aan die twee dagdelen niet genoeg aan verzorging zou hebben, dan kan ik er altijd nog eentje bijnemen. Dat blijft altijd goedkoper dan een officieel verzorgingstehuis, waar je tweederde van je netto inkomen moet betalen voor veel minder ruimte en ook geen volledige verzorging. Het is ook goedkoper dan Thuishulp, waarbij je niets meer te vertellen hebt. Ik ben natuurlijk niet de enige die zo'n 'mevrouw' heeft als hulp. Maar hun aantal valt niet te schatten; ze worden niet door het Arbeidsbureau gerecruteerd, maar via buurtkrantjes, prikborden bij de kruidenier of via recommandatie.

Vroeger heb ik weleens een aantal genoemd dat gebaseerd was op het percentage huishoudens dat volgens de laatste vooroorlogse volkstelling inwonende dienstbodes had (rond 10 procent). Ik kwam toen op ongeveer een half miljoen gezinnen, die in de een of andere vorm huishoudelijke hulp zouden kunnen vragen. Dit aantal zal nu ongetwijfeld hoger liggen omdat er zoveel ouderen zijn en omdat er zoveel meer vrouwen zijn gaan werken in betaalde banen. Met de alpha-werksters mee gerekend mogen we ze toch wel schatten op 1 miljoen: vrouwen die behoorlijk verdienen maar daarvan geen belasting betalen.

Nu zou ik dat laatste zo erg niet vinden (getrouwde vrouwen zijn in Nederland zo lang gedwarsboomd, dat ze nu wel een beetje terug mogen slaan), als het niet tot grote nadelen leidde, voor de gemeenschap, maar ook voor henzelf. Een nadeel is er in de eerste plaats voor de huishoudelijke functies die verricht moeten worden in grotere instellingen, zoals verzorgingstehuizen en verpleeginrichtingen. Sterk getroffen worden daarbij de oudere service-flats. Veelal zijn bewoners daarvan gedwongen zelf voor hulp te zorgen en dat lukt dan slecht doordat ze niet meer thuis zijn in het 'tweede circuit'. Nieuwere 'seniorenflats' en appartementen wijzen er bij hun aanbiedingen dan ook wel eens op dat men beter doet zelf voor hulp te zorgen, maar ook heb ik al aanbiedingen gezien van heel dure appartementen, waarbij men hulp 'garandeert'. Hoe wordt er niet bij gezegd.

Ik heb het dan nog niet eens over de opkomst van particuliere verpleeg- en verzorgingstehuizen. Hoe wordt het personeel daar betaald? En de particuliere Thuiszorg die soms blijkt te zijn opgericht door functionarissen van de officiële gesubsidieerde instellingen?

Maar het ergste is, dat niet alleen de belastingen worden ontdoken, maar dat er ook geen premie voor de Volksverzekeringen wordt betaald. Onder andere niet voor de AOW, die toch al zo onder druk staat. En dat de vele vrouwen die nu in het tweede circuit werken daarmee geen pensioen opbouwen en afhankelijk worden van diezelfde AOW en van het weduwenpensioen van hun man.

Er moet dus nodig iets aan het verschijnsel gedaan worden. Ik wil niet zeggen dat ik een pasklare oplossing heb, maar een paar suggesties wil ik wel geven:

1. Voor deze vrouwen bestaat geen pensioenfonds. Er zouden er een paar moeten komen, liefst gekoppeld aan het pensioenfonds van hun man en los van de vraag of zij werkt. Pensioendwang kan niet, want dat vraagt om registratie. Verder zouden alle pensioenfondsen - en niet alleen om deze reden - ertoe gebracht moeten worden regelmatig aan alle deelnemers persoonlijk te melden wat zij aan eigen ouderdomspensioen en aan weduwenpensioen te verwachten hebben als de omstandigheden blijven zoals ze zijn. Veel mensen hebben namelijk veel te hoge verwachtingen van de hoogte van hun pensioen en daar zijn vooral weduwen de dupe van.

2. Ik zou over de hele linie meer de nadruk willen leggen op dat pensioen dan op de AOW, maar afschaffen of extra korten gaat natuurlijk niet. Te veel mensen zijn er afhankelijk van. De gedachte om de AOW afhankelijk te maken van het inkomen spreekt me wel aan, maar ik zou het dan liever in de uitkering zoeken dan in de premie: minder uitkering naarmate je andere inkomen hoger ligt.

3. In elk geval moet de positie van deze assepoesters onder ogen worden gezien. Niet door mensen, die er andere sociale problemen mee willen oplossen, maar door realistische kenners van het vak en van de beloningsstructuur. Dat wil zeggen: door vrouwen. Laat er een commissie komen van deskundige vrouwen, die uitgaan van de reële bezwaren en moeilijkheden; die en voor de korte en voor de lange termijn oplossingen suggereren.