Stadsprovincie (2)

Na de Amsterdamse 'stadsprovincie' is dan ook de Rotterdamse met grote meerderheid worden afgestemd. Hoewel ik bijna alle argumenten vóór regiovorming volledig onderschrijf, en op grond daarvan voor had moeten stemmen, was ik toch een van de tegenstemmers. Mijn tegenstem was een stem tegen de conceptuele ondoorzichtigheid van de stadsprovincie en een protest tegen het feit dat de politiek er niet in is geslaagd mij de principiële bestuurlijke onderbouwing op tijd duidelijk te maken.

Zelfs na alle voorlichting waaraan ik mij de afgelopen tijd gewillig heb onderworpen is mij nog steeds niet duidelijk op welke principes de de voorgestelde taakverdeling tussen gemeente en provincie stoelde. Dat een vijfde (ik woon in een Rotterdamse deelgemeente) bestuurslaag, zoals het Openbaar Lichaam Rijnmond dat was, niet wenselijk is, begrijp ik. Vier is al erg genoeg - ik vind deelgemeenten een monstrum. Maar is het niet even onwenselijk om ons bestel te vervuilen met verschillende soorten provincies? Rotterdam heet in de voorlichting een 'sterke stads-provincie' te moeten worden: in tegenstelling dus tot de zwakke provincies waar de rest van Nederland het mee moet stellen.

Zijn wij dan straks beter af in onze sterke Rotterdamse stadsprovincie? Natuurlijk niet. Het blijft dezelfde hoeveelheid macht, op een andere manier verdeeld. Minder goed dan? Ook niet. Maar ik woon, als ik mag kiezen, en het heeft er de schijn van dat ik dat mag, liever in een stad dan in een provincie - ook al is het woord stad eraan vastgeplakt. Ik kan me bij een stadsprovincie eenvoudig te weinig voorstellen. En soms bekruipt me het onbehaaglijke gevoel dat die benaming alleen bedoeld is om te verhullen dat Rotterdam weer eens aan gebiedsuitbreiding toe is. Vroeger deden we daar minder hypocriet over: dan annexeerden we gewoon.

    • Adriaan van der Weel