Stadsprovincie (1)

Bij het lezen van de plannen van de Rotterdamse PvdA-wethouder Kombrink om de uitslag van het referendum over een stadsprovincie te omzeilen (NRC Handelsblad, 2 juni) moest ik in eerste instantie hard lachen. Het is toch ook lachwekkend om te lezen hoe de wethouder de negatieve uitkomst van de volksraadpleging al aan voelde komen en daarom alvast een excuus bedacht om die ongunstige uitslag ongeldig te kunnen verklaren! In tweede instantie was ik minder blij met zijn voornemen om een enquête-bureau in te schakelen om de argumenten van de kiezer te kunnen achterhalen. Een uitslag die te veel op emotionele argumenten steunt zou niet genoeg draagvlak hebben om aan het referendum enige waarde te kunnen ontlenen. Met het achteraf beoordelen van de toegevoegde waarde van het referendum op de rationaliteit van de argumenten van de kiezer wil Kombrink voorkomen dat een toevallige emotionele meerderheid Rotterdam de verkeerde weg wijst. Mijns inziens ondergraaft wethouder Kombrink hiermee de fundamenten van onze democratie.

Wie stemt er vandaag de dag nog rationeel? Alleen de politici zèlf zijn politiek genoeg betrokken om een compleet beeld te kunnen vormen van de maatschappelijke ontwikkelingen en zelfs hun stem staat van tevoren al praktisch vast! Maakt emotionaliteit een stem minder waard? Er wordt verwijtend gewezen naar Bolkestein die de VVD haar enorme zetelwinst zou hebben bezorgd met zijn populistische uitlatingen. Heeft de kiezer zich vergist? Is de uitslag niet representatief voor de heersende opvattingen?

Politiek is emotionaliteit, met name in verkiezingstijd. De partijen werven hun stemmen al lang niet meer met argumenten, ze hebben een makkelijker alternatief gevonden: stickers, buttons, ballonnen en snoepjes. Verwacht Kombrink soms dat we ons slechts zijn snoepjes herinneren en niet die van de Stadspartij? Een halve democratie is geen democratie...