Column

Spoorslag

Dus de rechter wil het perron op, stuit op een conducteur die haar naar haar geldig plaatsbewijs vraagt, zij ziet dat zij door dit irritante oponthoud haar trein zal missen, gaat in discussie met de plichtsgetrouwe kaartjesknipper, doet uiteindelijk wat hij vraagt, mist door alle rompslomp inderdaad de bewuste trein, gaat terug naar de schat die gedaan heeft wat hij moest doen en geeft hem zo'n ongelofelijke hijs voor zijn treiter dat hij het wit van zijn ogen zwart voor zijn kont ziet draaien. Einde bericht.

Ik ben tegen geweld, veroordeel het gedrag van de vice-president van de Amsterdamse rechtbank onmiddellijk, schreeuw dat het niet kan, maar ik snap haar wel. Ik weet trouwens ook hoe het komt dat zij zo verschrikkelijk heeft uitgehaald. Het komt door de reclame van de NS. Die afschuwelijke We gaan er voor-campagne. Elke avond zie je bij de STER goed gekapte modellen voor conducteur spelen en die leggen dan uit dat zij er alles aan doen om het ons naar de zin te maken. Volgens dat spotje werken alle seinwachters, machinisten, planners, conducteurs, loketbeambten en baanwerkers tot diep in de nacht door om er voor te zorgen dat wij geruisloos van het ene station naar het andere kunnen zoeven. Alle hoofdconducteurs hebben een cursus klantvriendelijkheid gevolgd en in de trein word je suf geluld door een krakerige stem die je biels voor biels service verleent tot je gek van woede opstaat, je attachékoffer pakt en op het plafondspeakertje gaat rammen om deze verschrikkelijke wijsneus de mond te snoeren. Medereizigers moedigen je aan en helpen een handje. Keurige CAO-ambtenaren worden wilde hooligans en beuken mee, tl-buizen worden versplinterd tegen de formica wandjes, de stoelen worden uit de vloer gerukt en tot verbazing van de grazende koeien in het weiland gesmeten. De NS moet niet raar opkijken van dit gedrag. De treinreis is een marteling geworden, de intercity een geestelijke foltering, de regiorunner beukt de mens murw en haalt het slechtste in ons boven.

Je wilt de krant lezen of wat werk doornemen en wordt gek van de man die je op de hoogte houdt van de snelheid waarmee wij op dat moment rijden, de temperatuur buiten, de weersgesteldheid in de plaats van bestemming, welke treinen er daar op ons wachten en op welke perrons, hoe de stationschef heet, waar men in dat plaatsje vooral van leeft, wat de toeristische attracties zijn en waar je vooral op moet letten als je het station uitkomt. Verder vraagt hij drie keer of we, als we de trein verlaten, onze bagage niet willen vergeten en worden we bedankt voor het meerijden en of we op het afstapje letten als we er straks uitgaan en hij wenst ons tot slot nog een prettige avond. Op het perron neemt de stationspeaker het over, heet ons welkom, vraagt of we lekker gezeten hebben en of we niks hebben vergeten en of we weten dat de treintaxi aan de achterkant van het station staat en dat de broodjes in de aanbieding zijn en dat je in de restauratie het tweede kopje koffie gratis krijgt en dat er in de fietsenstalling ook fietsen te huur zijn, maar dat je er ook je band kunt laten plakken en dat het station ook een reisburo heeft en dat je daar een lekker weg in eigen land-tripje kan boeken en dat hij hoopt dat Nederland vanavond wint en dat de aansluitende trein richting Tilburg helaas niet kon wachten, maar over een half uur bent u de eerste!

Iedereen is op dat moment in staat om een korenblauwe conducteur of een wijnrode machinist de pet zo over zijn kop te trekken dat hij een weekend lang bezig is om het ding van zijn klantvriendelijke hoofd te peuteren. En ik voorspel dat de Amsterdamse rechter een begin heeft gemaakt en dat het NS-personeel de komende maanden als Hutu's wordt afgeslacht. Of ze moeten de reclamecampagne stoppen en vervangen door waarheidsgetrouwe spotjes, waarin ze melden dat de treinen tijdens de spits uitpuilen, naar zweet stinken, dat de aansluitingen zelden kloppen, dat bij de minste geringste bliksem de bovenleiding breekt, bij één graad vorst alle wissels vastvriezen en dat de kaartjesautomaten in negen van de tien gevallen stuk zijn. Dat is de enige manier om een massale spoorslachting te voorkomen.