Souvenir

Vijf weken staan zijn tanden nu al in mijn arm, de tanden van een hond, niet mijn eigen hond, de hond van iemand anders, een dalmatiner, een reu.

Hij lag aan een touw, maar dat touw was langer dan ik dacht. Dus daar komt een hond op je af en je weet dat die hond een hekel aan je heeft. Je grijpt naar zijn halsband, béét! Hij grijpt naar je arm, ook beet.

Dan moet je naar de dokter gaan. Maar eerst lijkt het allemaal maar half zo erg en daarna wordt het almaar dommer dat je zo lang hebt gewacht.

Mijn arm, die hond. Ik sluit niet uit dat mijn reflex de oorzaak was van de zijne, dat hij mij greep omdat ik hem greep. Honden houden niet van gebaren naar de achterkant van hun kop.

Aan de andere kant: ik had stellig de indruk dat hij van plan was de wangen uit mijn gezicht te rukken. Moet je dan afwachten of die indruk wel helemaal juist is? Hoe moet je verder zonder wangen? Zonder wangen kun je niet op de foto, niet op de achterflap, niet op de televisie. Zonder wangen kun je eigenlijk geen schrijver zijn.

Terwijl de hersenen dralen, heeft het lichaam allang zijn conclusies getrokken. Bij de volgende dalmatiner: een huivering en als vanzelf een stapje terug.

Nee, je hoeft me niet terug te schrijven, ik weet dat jouw dalmatiner de liefste hond van de wereld is.