Schiphol

Never let facts spoil a good story. Onder dit motto plaatst Schiphol-perschef Wever (NRC Handelsblad, 23 mei) in zijn reactie op onze bijdrage van 17 mei over de werkgelegenheidseffecten van Mainport Schiphol. Maar welke feiten bedoelt Wever eigenlijk? Hijzelf houdt krampachtig vast aan het getal van 55.000 banen dat uitbreiding van Schiphol zou opleveren.

Ook de heren Blok en De Boer (3 juni) verwarren in hun reactie de verandering van de werkgelegenheid met het effect van het project Mainport Schiphol op de Nederlandse economie. Verder vergelijken zij de situatie op en om Schiphol ná uitbreiding ervan in 2015 met de toestand in 1990. Op die manier laten zij buiten beschouwing dat ook zonder mainport de regio een bepaalde dynamiek vertoont.

Het is in de economie gebruikelijk effecten van projecten te vergelijken met die van een nulalternatief. Voor Mainport Schiphol is het nulalternatief een beperking van de vliegbewegingen tot 300.000 per jaar. Alleen in het allergunstigste economische scenario en bij een luchthaven die geacht wordt 56 miljoen passagiers te verwerken bedragen de projecteffecten van Schiphol zo'n 55.000 banen. Maar in dat geval zijn de effecten van Schiphol op de werkgelegenheid in Nederland slechts 22.000 banen. Dit getal is berekend door het Centraal Planbureau en opgenomen in de Inventarisatie Economische Effecten. De Staf van de algemene commissie voor de Rijksuitgaven concludeerde dan ook onlangs in een rapport dat het werkgelegenheidseffect van Mainport Schiphol ruim 20.000 arbeidsjaren is. Het spreken over 55.000 banen door uitbreiding van Schiphol moet daarom als misleidend betiteld worden. Maar zelfs 20.000 is volgens ons nog veel te optimistisch, omdat het Centraal Planbureau de negatieve gevolgen van de zeer omvangrijke kosten van het project buiten beschouwing heeft gelaten.

    • Casper van Ewijk
    • Bert Scholtens