Resultaten Britse HBG dochters stellen teleur

EDINBURGH,10 JUNI. De winst van de Britse dochterondernemingen van de Hollandsche Beton Groep (HBG) valt sterk tegen. “De resultaten zijn lager dan we aanvankelijk gehoopt hadden”, aldus bestuursvoorzitter N. de Ronde Bresser gistermiddag tijdens een persbijeenkomst in het Schotse Edinburgh.

Van de drie dochters in Groot-Brittannië presteren GA en Kyle Stewart, beide actief in de utiliteitsbouw, beneden verwachting. GA behoort sinds 1992 tot HBG en is daarmee de jongste Britse dochter. Een jaar na de overname daalde de omzet met 25 procent tot 76 miljoen pond; inmiddels is de omzet opgelopen tot 92 miljoen pond ofwel circa 230 miljoen gulden. De winst verdrievoudigde in 1994 tot een nog altijd magere 880.000 gulden. Kyle Stewart, dat in het zuiden van Groot-Brittannië werkt, maakte bij een omzet van 515 miljoen gulden zelfs 4,4 miljoen gulden verlies.

De dochteronderneming Edmund Nuttall, gespecialiseerd in weg- en waterbouw, draaide beduidend beter. De winst bedroeg 9,7 miljoen gulden bij een omzet van 518 miljoen gulden.

Alle onderdelen van HBG samen maakten vorig jaar een netto winst (inclusief buitengewone baten en lasten) van 102 miljoen bij een omzet van 5,8 miljard gulden. Overigens zijn vergelijkingen tussen de groepswinst en de resultaten in het Verenigd Koninkrijk moeilijk omdat er volgens De Ronde Bresser met verschillende methodes wordt gerekend.

De slechte prestaties van de Britse dochters zijn volgens HBG het gevolg van de aanhoudend forse overcapaciteit aldaar. Volgens De Ronde Bresser kan het nog wel een jaar of vijf duren voordat de Britse onderdelen naar behoren presteren (ANP).