Ramola-zaak

Onze opinie over de Ramola-zaak (NRC Handelsblad, 27 mei) leidde tot een typisch juridische reactie van strafpleiter Ties Prakken (1 juni). Prakken komt op voor de belangen van verdachten en gebruikt de middelen die de huidige rechtspraak daartoe biedt. De eigenlijke vraag is of belangen van verdachten ook altijd rechten zijn, op grond van beginselen van strafrecht en bestuursrecht. Daaraan komt de juridische discussie over het 'spel' van de strafrechtspleging niet toe en Ties Prakken evenmin.

Het gaat hier niet om het vanzelfsprekende belang van bescherming van verdachten, maar om de 'Ramola-logica' waarmee de strafrechter die wil waarborgen: “Wij kunnen niet weten of verdachten rechtmatig bejegend zijn, daarom gaan wij niet nader onderzoeken of zij de tenlastengelegde feiten hebben gepleegd, wij doen alsof zij de tenlastegelegde feiten niet hebben gepleegd, want wij laten hen gaan.” Ook Prakken kan die redenering niet redden, al helemaal niet met de retoriek van bescherming van de verdachten tegen de boze burger en zijn politiestaat.

De rechter behoort burgers tegen de overheid te beschermen, door herstel van de rechtmatige situatie en/of schadevergoeding. Als de strafrechter de verdachte laat gaan omdat het OM zijn werk niet goed zou hebben gedaan, is dat geen herstel van een rechtmatige situatie. De klok van vervolging en berechting kan immers zelden of nooit worden teruggedraaid. De verdachte krijgt een buitenproportionele 'schadevergoeding' en het belang van strafrechtpleging tegen ernstige criminaliteit worden genegeerd.

Advocaten en andere strafrechtgeleerden beheersen de technische en ontoegankelijke discussie over bescherming van verdachten en het spel van de strafrechtspleging. Zin en doel van strafrecht komen niet aan de orde. In Marokko, land van herkomst van de Ramola-verdachten, is straffeloosheid voor grote criminelen niet uit te leggen. Daar wordt het gezien als corruptie van politie en justitie. In Nederland is het ook niet uit te leggen, al denken wij dat de rechter niet corrupt maar kortzichtig is. Strafrecht is meer dan een spel voor insiders. Beginselen van strafrecht zijn in ieder geval dat misdaad straf verdient en dat schuldige verdachten niet zomaar vrijuit mogen gaan. Die beginselen zijn ook bepalend voor de gevolgen van onrechtmatig verkrijgen bewijs. Hier ligt een taak voor de wetgever. Het wordt tijd voor de knikkers.