Psycho

ITE RÜMKE: In psychotherapie

144 blz., Swets & Zeitlinger 1995, ƒ 37,50

Psychotherapie is een buyer's market, zegt men in de Amerika en het gaat ook voor Nederland wel op. Een groot deel van de 50.000 mensen, die gemiddeld per jaar in psychotherapie gaan, neemt zelf, vaak in overleg met de huisarts of de Riagg, het besluit daartoe. Een kleiner deel draagt ook zelf de kosten. Bij een 'buyer's market' past een consumentengids en die is nu geschreven door NRC Handelsblad-redacteur Ite Rümke, als cliënt zelf vertrouwd met de materie, maar als lid van een familie die al drie of vier generaties lang psychiaters aflevert ook bekend met het milieu en het métier.

In psychotherapie (wanneer, waarom, wie, wat, waar en hoe?) is een nuttig en informatief boekje van een bijna-insider, maar het moet niet gelezen worden door mensen die willen weten of ze in behandeling moeten gaan en welke vorm of benadering dan voor hen het meest geschikt zou zijn. Dat kan geen enkel boekje vertellen, dat is in elk individueel geval een kwestie van onderzoek en overleg.

Ite Rümke geeft een goed beeld van hoe het er in een psychotherapie aan toegaat, wat er ongeveer mee bereikt kan worden, welke vormen van behandeling er zijn en hoe het psychotherapeutische bedrijf in Nederland georganiseerd is. Ze is daarbij welbewust niet neutraal, maar kiest voor de psychodynamische invalshoek en voor de cliënt, die nog redelijk goed functioneert, maar het gevoel heeft in zijn studie, werk, relatie, gezin of leven te zijn vastgelopen.

Ze beperkt zich ook tot de vormen van psychotherapie, die in de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg regulier geaccepteerd zijn, en tot de psychotherapeuten, die bij de Inspectie Gezondheidszorg als zodanig geregistreerd staan. Behalve alle ruim 1800 psychiaters zijn dat zo'n 2300 psychologen en anderen met een speciale opleiding psychotherapie. Het aantal beroepsbeoefenaren met een geheel of gedeeltelijke eigen praktijk bedraagt ongeveer 1500, samen goed voor ongeveer 25.000 behandelingen per jaar.

Simpel gezegd gaat dit boekje vooral over gesprekstherapie voor redelijk normale en behoorlijk ongelukkige volwassenen, die gemiddeld met één uur per week in 20 of 30 gesprekken weer op weg geholpen kunnen worden. Dat is een vrij grote groep, waarvan het merendeel in de eigen behandeling zeker niet de specifieke vormen en kenmerken zal herkennen, die Ite Rümke suggereert in haar beschrijving van de verschillende therapierichtingen. Hoe specifieker de vorm, hoe specifieker en vaak ook ernstiger de problematiek van de patiënt. Wie kampt met fobieën, angsten of dwanghandelingen hoort eigenlijk niet meer tot de doelgroep van In psychotherapie, wat uiteraard niet wil zeggen dat men geen baat zou hebben bij een psychotherapeutische behandeling.

In het kennelijk in haast geschreven laatste hoofdstuk (vol slordigheden in de namen van de beroepsverenigingen en ook de inspectie en het ministerie worden fout aangeduid) wordt ook nog ingegaan op het vraagstuk van de betaling. Dat is ook wel nodig, want dat is inmiddels een vrij ingewikkelde kwestie geworden, met name voor de zelfstandig gevestigde psychotherapeuten die geen psychiater zijn. Het heeft er even op geleken, dat het budget voor hen dit jaar absoluut ontoereikend zou zijn, maar inmiddels heeft minister Borst wat meer ruimte gegeven en is er in totaal zo'n 40 miljoen beschikbaar gekomen.

De vraag naar behandeling blijft echter altijd groter dan het uit de AWBZ betaalde aanbod. Ik denk dat cliënten met een behoorlijk eigen inkomen er goed aan zouden doen te overwegen een niet al te lange behandeling maar zelf te betalen. Het gaat allemaal veel vlugger, er komen minder formaliteiten aan te pas, er is meer vrijheid in de keuze van de therapeut en er is vaak ook nog wel over de prijs te praten. Een 'buyer's market', ik zei het al.