Politiek pokerspel om olie in Kaukasus

BAKOE, 10 JUNI. Rusland mag de politieke controle over Centraal-Azië en de Kaukasus kwijt zijn, het is niet van plan zijn greep op de oliereserves in en rondom de Kaspische Zee te verliezen. Met Turkije en Iran speelt het land een geo-politiek pokerspel met hoge inzet, waarbij elk land aast op het recht om gas en olie Azerbajdzjan en Kazachstan via pijpleidingen en in schepen naar de Westerse en Aziatische markten te transporteren.

Azerische gezagsdragers zeggen dat economische argumenten bepalen of de olie door Rusland, Turkije of Iran stroomt, maar het is onmogelijke de economie los te zien van de politiek.

“De Kaukasus is altijd van grote betekenis geweest voor transcontinentale routes, die West-Europa met Azië verbinden, en het noorden met het zuiden”, zegt Natik Aliyev, hoofd van de Azerische staatsoliemaatschappij Socar. “Vanouds heeft dit gebied de aandacht getrokken van machtige staten die hun beleid wilden opleggen.” Rusland, dat de regio beschouwt als deel van zijn traditonele invloedssfeer, heeft nimmer een geheim gemaakt van zijn grootste troef - de wettelijke status van de Kaspische Zee. Het Kremlin zegt dat deze zee, met bewezen oliereserves gelijk aan die in de Noordzee, gemeenschappelijk eigendom is van de vijf oeverstaten. Die opvatting wordt gedeeld door Iran en Turkmenistan.

Maar Azerbajdzjan en Kazachstan, de twee Kaspische staten die werken aan offshore-projecten ter waarde van miljarden dollars, vinden dat de zee in sectoren moet worden verdeeld. Analisten in de oliebranche zeggen dat de eigendomskwestie slechts deel uitmaakt van een veelomvattender strijd van Moskou om de strategische invloed te heroveren die verloren ging bij de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991.

De belangrijkste slagen worden uitgevochten over de pijpleidingen die de produktie zullen afvoeren van het acht miljard dollar kostende offshore-project dat Azerbajdzjan momenteel uitvoert in samenwerking met een internationaal consortium. Dit consortium wordt aangevoerd door Britisch Petroleum en het Noorse Statoil en bestaat verder uit Amoco, Exxon, McDermott, Pennzoil, Unocal, Ramco, Lukoil, Delta Nimir en Turkish Petroleum.

De belangrijkste kwestie is nu hoe de eerste olie van het project zal worden geëxporteerd als volgend jaar de produktie begint. Het consortium heeft zijn transportopties beperkt tot Rusland en Georgië, die beide havens aan de Zwarte Zee hebben.

Rusland lijkt vastbesloten de olie over zijn grondgebied via een bestaande pijpleiding te vervoeren naar de haven van Novorossisk. Daarvoor dient de huidige oliestroom vanuit de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny naar Baku te worden omgedraaid.

“Wij staan op de Novorossisk-optie”, zegt president Vagit Alekperov van de Russische maatschappij Lukoil, voor 10 procent deelnemer in het Azerische consortium. “De leiding ligt er en verder heb je alleen 16 tot 18 miljoen dollar nodig om de bestaande oliestroom te verleggen.” Probleem is dat deze verbinding dwars door het hart van het door oorlog getroffen Tsjetsjenië loopt. Daarnaast verzet Turkije zich wegens de risico's voor het milieu tegen toename van de tankvaart tussen Zwarte en Middellandse Zee via de nauwe Bosporus.

Westerse waarnemers noemen als tijdelijke oplossing een route van Baku door Georgië naar Novorrosisk. “Dit biedt het consortium de mogelijkheid in een later stadium een zuidelijker route te kiezen en een nieuwe leiding door Turkije aan te leggen”, aldus een analist. “Rusland zou dit kunnen aanvaarden als de Westerse oliemaatschappijen het Kaspische Pijpleiding Consortium (CPC) ondersteunen.” Hierbij gaat het om een door de Russen eveneens gewenste nieuwe verbinding van het grote Tengiz-olieveld in Kazachstan, over Russisch gebied ten noorden van de Kaspische Zee naar Novorossisk.

De meeste deskundigen zijn het erover eens dat er meer dan één oliepijpleiding nodig is als de produktie van de verschillende Kaspische projecten volledig op gang komt. Een route via Iran lijkt echter onwaarschijnlijk wegens bezwaren van de Amerikaanse autoriteiten en de dominante rol van Amerikaanse maatschappijen in de projecten. (Reuter)