Pier voor reizigers buiten 'Schengen' komt eerder klaar

DEN HAAG, 10 JUNI. De directie van Schiphol zal de voltooiing van de zogenoemde wisselpier vervroegen. De pier, die de passagiers van buiten het Verdragsgebied van Schengen moet scheiden van de overige, zou oorspronkelijk begin 1997 klaar zijn.

Dit blijkt uit een brief die de staatssecretarissen Patijn (buitenlandse zaken) en Schmitz (justitie) en minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) aan de Tweede Kamer hebben geschreven.

In april van dit jaar ontstond commotie in de Tweede Kamer toen bleek dat de verbouwingen op Schiphol voor 'Schengen' niet op tijd klaar zouden zijn. Na de ondertekening van dat verdrag beëindigden België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Portugal in maart de persoonscontrole binnen de grenzen van het verdragsgebied. Om de passagiers te scheiden, moesten op Schiphol verschillende maatregelen worden genomen. Vorige maand werd duidelijk dat die niet voor 1997 gereed zouden zijn, tot groot ongenoegen van de Tweede Kamer.

De fracties van CDA, GroenLinks, AOV en SP dienden daarop een motie van afkeuring in tegen de staatssecretarissen Patijn en Schmitz omdat zij zouden hebben verzwegen dat de verbouwingen op Schiphol voor een vrij personenverkeer voor 'Schengen-passagiers' veel langer zouden duren. De bewindslieden behielden echter de steun van een meerderheid van de Kamer, die overigens wel vond dat er fouten waren gemaakt.

Eén daarvan was het pasjessysteem dat tijdelijk werd ingevoerd voor reizigers op Schiphol. Daarmee zouden passagiers binnen 'Schengen' de paspoortcontrole kunnen ontlopen. Al snel werd echter duidelijk dat het systeem fraudegevoelig was. Op 1 mei werd de paspoortcontrole daarom weer ingevoerd.

In de brief die de bewindslieden gisteren naar de Kamer stuurden, geven zij een verklaring voor de onduidelijkheid over het tijdstip waarop Schiphol gereed zou zijn met de verbouwingen die Schengen- en niet-Schengen-passagiers fysiek moest scheiden. Zo was er volgens de bewindslieden onder meer lange tijd onzekerheid over de invoering van het vrije personenverkeer, zo melden zij de Kamer. “De datum van inwerkingstelling en soms zelfs de wenselijkheid” van de voortgang van het Schengen-verdrag bleef onzeker. Daardoor ontstond bij de betrokkenen “een gevoel dat het niet zo'n vaart zou lopen en dat er in ieder geval nog voldoende tijd zou zijn” voor de benodigde aanpassingen.