Omstreden methode gemeengoed; Politie: strijd tegen drugshandel mislukt

DEN HAAG, 10 JUNI. De hoofdcommissarissen van politie zijn unaniem van mening dat de strijd tegen de drugshandel is mislukt en dat Nederland zich internationaal “tot het uiterste moet inspannen” voor een “verdere decriminalisering van handel in softdrugs”.

De politiechefs hebben deze conclusie vorige week getrokken op een speciale bijeenkomst in Harmelen.

De Haagse korpschef J. Brand, voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen, zegt in een vraaggesprek met deze krant dat het “almaar opvoeren van de jacht op drugs er alleen maar toe leidt dat de criminelen steeds rijker worden”.

De hoofdcommissarissen willen hun standpunt nog voor de zomer aan de betrokken ministers kenbaar maken met het oog op de te verschijnen drugsnota die een alomvattende oplossing moet bieden voor het drugsbeleid. Deze wordt in september gepubliceerd.

Eerder hebben individuele hoofdcommissarissen, zoals Wiarda (Utrecht) en IJzerman (Enschede), al gepleit voor liberalisering van het drugsbeleid. Maar het is nu voor het eerst dat de korpschefs gezamenlijk pleiten voor een liberalisering van de handel in verdovende middelen.

In het vraaggesprek zegt Brand ook dat “door meer politiekorpsen in het hele land” de afgelopen jaren bewust partijen drugs op de vrije markt zijn gebracht. Hij noemt dit een toelaatbare opsporingsmethode. Tot nu toe was alleen bekend dat de Haarlemse politie zo'n methodiek toepaste. De top van het openbaar ministerie gelastte twee maanden geleden een onderzoek van de rijksrecherche naar die werkwijze.

De politie in Haarlem heeft in vijf jaar minimaal vijftig containers met criminele goederen op de markt gebracht. Zo wilde de politie criminele informanten laten 'groeien' in misdaadorganisaties om zicht te krijgen op de top van dergelijke bendes.

De hoofdcommissarissen zijn verbolgen over het optreden van de begin dit jaar aangetreden nieuwe topman van het openbaar ministerie, de procureur-generaal in Den Haag, Docters van Leeuwen. Deze sommeerde vorige maand dat de hoofdofficieren van justitie er nog eens bij de politiekorpsen op moeten aandringen dat nu toch echt álle ongebruikelijke opsporingsmethoden worden aangemeld. Brand over deze sommatie van Docters van Leeuwen: “Er mag niet een situatie ontstaan waarbij het openbaar ministerie de politie als zondebok aanwijst voor het uit de hand lopen van misdaadbestrijding. Die brief had niet geschreven behoeven te worden, want de politie doet al haar werk in verdomd nauwe samenwerking met de officieren van justitie.”

De hoofdcommissaris acht het onjuist dat voor sommige functionarissen maatregelen dreigen, omdat er te veel risico's zouden zijn genomen. “Ik zou het heel slecht vinden als genomen risico's worden teruggeleid op personen. Een generaal die oorlog voert, wil wel eens een stapje te ver gaan. Dat moet je hem achteraf niet kwalijk nemen.”