Nederlands bedrijfsleven heeft Vietnam herondekt

Vietnam is door jarenlange oorlogen als een van de weinige landen in 'booming' Zuid Oost Azië lang achtergebleven in economische ontwikkeling. Maar sinds het begin van de jaren negentig neemt de trek van bedrijven naar Vietnam weer toe. Maandag begint premier Kok aan een tweedaags bezoek aan het land. Met een groep zakenlieden bekijkt hij de investeringskansen in Vietnam.

HO CHI MIN STAD, 10 JUNI. Het is feest vanavond in Maxim's, het beroemde theater-restaurant in het hart van Ho Chi Minh Stad, het vroegere Saigon. Vietnamese obers lopen het vuur uit hun sloffen voor de veertig Amerikaanse topgasten die zich aan twee lange tafels in het midden van de zaal te goed doen aan Tiger-bier en 'Tam To', een lokale lekkernij van kip, krab en ham. Slechts een klein deel van het rumoerige gezelschap heeft oog voor het podium waar zeven meisjes in klederdracht onverstoorbaar een Vietnamees volksdansje opvoeren.

De 'American Society of Travel Agents', een vereniging van reisbureaus uit de Verenigde Staten, bezoekt Vietnam dezer dagen en wordt van de ene naar de andere attractie gesleept.

Vanmorgen was er een groots ontbijt in het Rex Hotel, de verblijfplaats van Amerikaanse officieren en veel westerse journalisten tijdens de Vietnam-oorlog. Morgen bezoekt de groep het Reunification Palace, het voormalige presidentiële paleis waar de eerste communistische tanks op 30 april 1975 Saigon binnenvielen.

Sinds februari 1994, toen de Amerikaanse regering het handelsembargo met Vietnam beëindigde, zijn de Amerikanen terug in Vietnam. Nog niet zo massaal als aanvankelijk werd gedacht, maar omvangrijk genoeg om Vietnam verder op weg te helpen in haar economische ontwikkeling. Het toerisme behoort daarbij tot de industrieën waarvan de komende jaren de sterkste groei wordt verwacht.

De Vietnamese regering gaf onlangs haar goedkeuring aan een 'master-plan' voor de toeristen-industrie dat uitgaat van een groei van buitenlandse bezoekers tot negen miljoen in 2010, meer dan negen keer zoveel als het huidige aantal. De wereld wil, zo is de verwachting, Vietnam ontdekken.

Amerikaanse reisbureaus en hun Vietnamese partners spelen vooral in op een soort oorlogsnostalgie. Zo besloot een Amerikaans consortium van banken en projectontwikkelaars een maand geleden 180 miljoen dollar te investeren in een gigantisch vakantie-oord bij China Beach, de plek waar de Amerikaanse soldaten konden uitrusten tussen de gevechten door.

De Vietnamese partner in het project, dat moet uitmondden in vijf hotels en een achttien holes golfbaan, is Danang Tourism Services dat ironisch genoeg wordt geleid door een voormalig Vietcong-officier die tien jaar lang in de jungle tegen de Amerikanen vocht. Het gezelschap in Maxim's gaat de plek volgende week bezoeken, vertelt de overenthousiaste reisleider der reisleiders.

De ontdekking van Vietnam gaat verder dan de VS, dat met 28 projecten ter waarde van 270 miljoen dollar vorig jaar een bescheiden dertiende positie innam op de lijst van buitenlandse investeerders.

Nederland staat twee plaatsen hoger op die lijst en heeft in totaal 432 miljoen dollar aan investeringen uitstaan voor 19 projecten. De twee grootste Nederlandse investeerders zijn Heineken, dat een nieuwe brouwerij bouwde aan de noordkant van Ho Chi Minh Stad, en Shell dat op verschillende plekken voor de Vietnamese kust naar olie boort. De komende jaren hoopt Vietnam vooral gebruik te maken van Nederlandse investeringen en expertise op het gebied van landbouw en de voedselverwerkende industrie. Verder is een belangrijke rol voor Nederlandse bedrijven weggelegd bij Vietnam's waterhuishouding, zo concludeerde het Nederlandse ingenieurskantoor Nedeco al een paar jaar geleden na een uitgebreide studie naar de Mekong Delta.

Het Nederlands bedrijfsleven heeft Vietnam de afgelopen jaren herontdekt. Inmiddels hebben ruim dertig Nederlandse bedrijven hier een vestiging. De meeste bedrijven zitten in Ho Chi Minh Stad. Slechts een handjevol heeft een vestiging in Hanoi waar sinds december 1993 de Nederlandse ambassade ook weer is teruggekeerd.

Recht tegenover restaurant Maxim's in Ho Chi Minh Stad ligt het kantoor van ABN Amro, dat naast het geel-groene logo boven de ingang, opvalt door de grote posters op de ramen waarop een Ajax-shirt en de woorden 'We are the Champions' staan afgedrukt. Ook in het voetbalgekke Vietnam pronkt de bank graag met zijn sterren uit de Meer.

Pag.19: 'Vietnam loopt nog decennia achter'

De benedenverdieping van het statige witte pand, dat op steenworp afstand van de Saigon River ligt, werd uitgezocht en ingericht door de huidige directeur Boudewijn Poldermans. Hij begon twee jaar geleden, zoals hij het zelf uitdrukt, met potlood en gum als bankier in Ho Chi Minh Stad. In de jaren daarvoor werkte de sinoloog, die tevens honorair consul is voor Nederland in Ho Chi Minh Stad, voor ABN Amro in Hongkong. “In 1990 kwam ik voor het eerst hierheen om de kansen voor de bank te onderzoeken. Twee jaar later diende ik een verzoek in om in Ho Chi Minh Stad een kantoor te openen, en sinds juni 1993 zitten we hier”, vertelt hij.

Bankieren in Vietnam is niet makkelijk, weet Poldermans inmiddels. Geduld en het opbouwen van goede relaties zijn absolute voorwaarden voor succes. “Een gouden regel is dat je eerst het vertrouwen van je klanten moet winnen, voordat je echt zaken met ze kunt doen”, vertelt hij. “En dat simpele gegeven wordt nog vaak onderschat. Een Vietnamees doet geen zaken met het bedrijf, maar met de persoon die het bedrijf vertegenwoordigt. Als hij plotseling een nieuw gezicht voor zich krijgt, omdat er wat personeelswisselingen zijn geweest, kan alles weer opnieuw beginnen”.

De meeste buitenlandse banken in Vietnam hebben een zogeheten representative office. Dat betekent dat ze wel een kantoor mogen hebben, maar beperkt zijn in het aanbod van hun diensten. Met name de uitgave van leningen is beperkt. De meeste buitenlandse banken die in Vietnam opereren, hebben een voorzieningsverplichting die voor de twee Nederlandse banken - ABN Amro en ING - inhoudt dat zij voor alle leningen van langer dan een jaar een voorziening moeten treffen bij de Nederlandsche Bank van 30 procent van de omvang van die lening. Het percentage is de afgelopen jaren sterk gedaald en dergelijke regelingen zijn ook in andere landen gebruikelijk, maar de situatie in Vietnam geldt niet voor alle buitenlandse banken, legt Poldermans uit. Aziatische en Australische banken kennen geen voorzieningsverplichting en lopen daarmee een stap voor op hun concurrenten uit Amerika en Europa.

Desondanks is er voor westerse banken als ABN Amro genoeg reden om in Vietnam vertegenwoordigd te zijn. “Veel van onze Aziatische klanten zijn hier actief. Vietnam ligt strategisch heel mooi in Zuidoost-Azië en vormt een belangrijke schakel in de steeds omvangrijkere intra-Aziatische handel”, vertelt Poldermans. Zeker als Vietnam eind juli lid wordt van de ASEAN, de groep van Zuidoostaziatische landen waartoe Singapore, Indonesië, Thailand, Maleisië, de Filippijnen en Brunei behoren, zal de onderlinge handel tussen deze landen en Vietnam sterk toenemen, is de verwachting.

Tussen een scooter-verhuur bedrijf en een klein restaurant aan de Nguyen Hue Street, een drukke boulevard die door het hart van Ho Chi Minh Stad loopt, hangt aan de gevel van een oud pand een zwart bord met gouden letters. Foreign Trade and Investment Development Center', staat er op. Achter deze indrukwekkende naam gaat een organisatie van tachtig man schuil die namens de regering de buitenlandse investeringen in kaart brengt en verder probeert te ontwikkelen. Kieu Ngog, de vrouwelijke manager die zich chief trade promotion noemt, wijst in gebroken Engels op de nieuwe investeringswet, die in februari van dit jaar door de Vietnamese regering werd goedgekeurd. De nieuwe wet biedt buitenlandse bedrijven betere kansen, kortere procedures en meer zekerheid bij het afsluiten van contracten in Vietnam dan voorheen. “De investeringsmogelijkheden en de wetgeving zijn zoveel mogelijk aangepast aan de wensen van de buitenlanders”, legt Kieu uit. In totaal werd vorig jaar, zo laat Kieu zien aan de hand van keurige tabellen, door buitenlandse bedrijven voor ruim 11 miljard dollar geïnvesteerd in Vietnam. De sectoren waarin het sterkst werd geïnvesteerd waren naast de algemene industrie, de olie- en gasindustrie, het toerisme en transport. Taiwan, Hongkong en Singapore lopen voorop in investeringen. Het trio is goed voor bijna vijf miljard dollar. Frankrijk, dat Vietnam tot 1954 in handen had, is de grootste Europese investeerder met 512 miljoen dollar.

Als een van de weinige landen in booming Zuidoost-Azië is Vietnam door de jarenlange oorlogen en de gevolgen daarvan min of meer stil blijven staan in haar economische ontwikkeling. De overgang van een plan-economie naar een vrijemarktsysteem met veel kapitalistische kenmerken kwam pas goed op gang in de jaren tachtig en werd versneld door de val van het communisme in Oost-Europa. De economische hervormingspolitiek die de Vietnamese regering in 1986 onder de noemer 'doi moi' inzette, werpt vooral in de grote steden nu zichtbaar vruchten af. In Ho Chi Minh rijst de ene na de andere hoteltoren uit de grond en schoolt de jeugd zich in de Engelse taal die nu nog maar matig tot slecht wordt beheerst door de meeste Vietnamezen.

Het optimistische deel van de buitenlandse projectontwikkelaars en investeerders staat te springen om in de Vietnamese markt te stappen. De 72 miljoen inwoners vormen na Indonesië de grootste consumentenmarkt van Zuidoost-Azië. En 50 procent van de bevolking is jonger dan 20 jaar. Ze hebben straks allemaal een telefoon, een ijskast en een auto nodig, is het idee. Bij die rooskleurige gedachten wordt gemakshalve de steeds verder stijgende corruptie en de groeiende sociale ongelijkheid vergeten. Vooral dat laatste kan op termijn zorgen voor sociale onrust waardoor het land weer een paar stappen wordt teruggezet in haar ontwikkeling.

Welvaart in Vietnam groeit vooralsnog alleen maar in het noorden en het zuiden, rond de steden Hanoi en Ho Chi Minh Stad. Om concentratie van investeringen in deze gebieden tegen te gaan - en de groeiende sociale ongelijkheid daarmee te bestrijden - wees de Vietnamese regering onlangs een bouwplan voor een nieuwe raffinaderij in het zuiden van het land af. De raffinaderij - een investering van 1,2 miljard dollar van het Franse Total samen met de China Petroleum Corporation en investeringsmaatschappij CIDC, beide uit Taiwan - moet in centraal Vietnam worden opgebouwd, zeer tegen de zin van de investeerders. Het gebied loopt nog ver achter in ontwikkeling vergeleken met de gebieden rond Ho Chi Minh Stad en Hanoi. De infrastructuur, die in heel Vietnam overigens nog ernstig moet worden uitgebreid, verkeert in Centraal Vietnam in dramatisch slechte staat.

Van de Nederlandse bedrijven die Vietnam in 1975 verlieten, was Shell in 1986 de eerste die terugkeerde. Samen met andere buitenlandse olieconcerns keerde Shell terug in de hoop dat Vietnam grote hoeveelheden olie onder haar aardbodem herbergde. Sinds de opheffing van het Amerikaanse handelsembargo trokken ook de grote oliemaatschappijen uit de VS ook om die reden massaal naar Vietnam. In totaal zijn op dit moment 27 buitenlandse maatschappijen actief. De meeste daarvan werken via joint-ventures met de Vietnamese staatsmaatschappij Petro Vietnam.

Maar de hoop op olie is na een paar jaar van onderzoek en boorpogingen flink gedaald. Vietnam blijkt bij lange na niet het Mekka zoals de maatschappijen zich dat hadden voorgesteld. Wat er wel gevonden werd was gas. British Petroleum (BP) ontdekte in de buurt van het zogeheten White Tiger Field, een gasveld met een inhoud van maar liefst 60 miljard kubieke meter. Een prachtvondst, heet het, en volgens deskundigen moet er haast gemaakt worden met het leggen van gasleidingen naar alle uithoeken van Vietnam zodat zo snel mogelijk geprofiteerd kan worden van het gas.

De ogen van het Westen zijn massaal op Vietnam gericht sinds de VS hun handelsembargo hebben opgeheven. Als een van de weinige landen in regio is het land, dat net iets groter is dan Italië, niet meegezogen in de explosieve economische groei die de welvaart in landen als Maleisië, Thailand en Indonesië in sneltreinvaart deed stijgen. Nu veel buitenlandse banken en bedrijven de weg naar Vietnam weer hebben ingeslagen, gaan stemmen op dat het land binnen een paar jaar kan uitgroeien tot een tijger-economie van het kaliber Thailand of Maleisië. “Maar men vergeet vaak hoe arm Vietnam nog is”, zegt Boudewijn Poldermans. “Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt amper 250 dollar per jaar. Daarmee loopt Vietnam nog mijlenver achter op een land als de Filippijnen waar jaarlijks drieënhalf keer zoveel wordt verdiend”. De conclusie van Poldermans is er één die door meerderen in Vietnam wordt onderschreven: het gaat met Vietnam de goede kant op, maar het duurt nog zeker twee decennia voordat het land het niveau van de Aziatische tijger-economieën heeft bereikt.