Naarmate de protestantse kerkfusie naderbij komt, groeit de tegenstand; De laatste ontzuiling

In het land vieren gereformeerden, hervormden en luthersen al jarenlang samen de zondag. In de praktijk bestaat de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland (VPKN) dus al. Maar de fusieplannen stuiten toch op verzet. De Gereformeerde Bond is tegen, de Gekrookte Rieters denken er niet aan en ook bij sommige luthersen is de aarzeling begonnen.

De omwenteling in kerkelijk Nederland.

Een kerkfusie lijkt eenvoudig. Neem de Kievietkerk in Wassenaar, een schilderachtig godshuis waar hervormden en gereformeerden samen psalmen uit het Liedboek der Kerken zingen en welwillend luisteren naar het woord van dominee J. Visser. De kinderen krijgen een aangepast programma in de 'nevendienst'. Na afloop van de dienst staat de dominee bij de uitgang om iedereen persoonlijk de hand te drukken. Sommigen blijven nog even na en drinken koffie, voor de kinderen is er limonade, anderen schieten het mooie weer in. Het is in deze van oorsprong hervormde kerk niet goed meer uit te maken of het karakter van de zondagse eredienst hervormd of gereformeerd moet worden genoemd. De verschillen lijken verdwenen.

“We zijn inderdaad een vrij hechte gemeenschap”, zegt dominee Visser. “Er zijn geen onderlinge verschillen tussen de hervormden en gereformeerden. Sommige mensen weten het nog wel van elkaar, maar het speelt geen enkele rol meer.” De hervormde predikant kwam acht jaar geleden naar Wassenaar, een jaar nadat ter plaatse een federatie tot stand was gebracht. De gereformeerden verkochten hun kerkgebouw dat te klein voor beide gemeenten zou zijn, met de opbrengst werd onder meer het orgel van de Kievietkerk uitgebreid. Als een signaal van het grote onderlinge vertrouwen mag verder gelden dat drie jaar geleden Vissers eveneens hervormde echtgenote werd benoemd tot predikant namens het gereformeerde deel van zijn gemeente. Visser: “Ze dachten dat ik het wel goed met mijn vrouw zou kunnen vinden. Dat is ook zo. De benoeming tekent de uitstekende verhoudingen.”

Het moet, zou je denken, toch niet zo moeilijk zijn om net als in Wassenaar in het hele land tussen de twee grootste protestantse gezindten, plus de lutheranen, een religieuze band te smeden die in het geseculariseerde Nederland aan de behoeften van mondige gelovigen tegemoet kan komen. Maar eenvoudig is dat allerminst. Naarmate definitieve besluiten voor een echte fusie naderen, lijken velen terug te willen krabbelen. Samenwerking is mooi, aldus de redenering met name bij groeperingen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk, maar onze eeuwenoude traditie opgeven voor iets dat zich nog maar moet bewijzen - dat is weer iets heel anders, daar moeten we nog eens goed over nadenken.

Godswonder

De weerstand aan de kerkelijke top is de laatste maanden gegroeid. Een synode (landelijke kerkvergadering) waarop de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk, over de voortgang van de fusie zouden spreken, is tot volgend jaar januari uitgesteld. En nu, een week voor een synode in Doorn waar de hervormden zich opnieuw gaan bezinnen, is het nog allerminst zeker of er nog wel een Verenigde Protestantse Kerk in Nederland (VPKN) zal komen. “Kerkscheidingen zijn normaal, maar een kerkvereniging is eigenlijk een Godswonder”, zegt dominee W. Beekman uit het Friese Koudum en voorzitter van de hervormde synode.

Al sinds 1973 wordt er openlijk gesproken over een samengaan van de Nederlandse Hervormde Kerk (2,3 miljoen leden), de Gereformeerde Kerken in Nederland (750.000 leden) en de Evangelisch-Lutherse Kerk (20.000 leden). Het gesprek over een fusie was een min of meer logisch vervolg op de ontwikkelingen in het 'grondvlak'; de plaatselijke gemeenten die steeds vaker naar elkaar toeschoven en op verschillende terreinen gingen samenwerken. Sinds die tijd bestaat er een Raad van Deputaten die het samengaan van de drie kerkgenootschappen daadwerkelijk voorbereidt.

In 1986 kwam het tot een verklaring waarin de fusie een “onomkeerbaar proces” werd genoemd. Er zijn, zo heette het, “niet zulke verschillen dat die als kerkscheidend beschouwd kunnen worden”, een voorzichtige formulering die haar waarde nog zou bewijzen. Vorig jaar werd een belangrijke stap gezet, toen een concept-kerkorde naar de aangesloten kerken werden gestuurd van de toekomstige Verenigde Protestantse Kerk in Nederland.

Het is deze kerkorde die onderwerp is van felle discussie. Er zijn bij de Raad van Deputaten in Driebergen stapels wijzigingsvoorstellen ingediend, bij elkaar goed voor 250 à 300 pagina's tekst. De lutherse reacties zijn afgewerkt, aan de rest is men nog niet toegekomen. Secretaris B. Wallet van de Raad: “Je moet er eerst een tijdje voor gaan zitten om er enige consistentie in te ontdekken, er ordening in aan te brengen. Het is nog te vroeg om nu al conclusies te trekken.” Uit de reacties van de kerkeraden blijkt onder meer dat de nieuwe kerkorde 'niet belijdend' zou genoeg zijn: teveel zou 'verwateren'. De term 'voortzetting' voor de nieuwe kerkvereniging zou suggereren dat de drie fuserende kerken helemaal opgeheven worden. Dat is tegen het zere been van de voorstanders van een losse federatie.

Bonders

De meeste gereformeerden zien een fusie best zitten. In een geseculariseerde maatschappij met afnemende kerkelijkheid sta je samen sterker, vinden ze. De vorige maand aangetreden gereformeerde synodevoorzitter Vissinga uit Kampen verklaarde onlangs persoonlijk een warm voorstander van fusie te zijn. Ook van een hechtere band met rooms-katholieken trouwens; Vissinga ziet zelfs op tegen het gesprek met de tegenstanders van dit 'Samen op Weg' proces. Ook de lutheranen hebben zich tot op heden tamelijk meegaand opgesteld. Hoewel onlangs zich toch een aantal gemeenten hebben verenigd uit bezorgdheid over de identiteit van de Evangelisch-Lutherse Kerk na de fusie. De zwaarste kritiek komt echter uit de rechtervleugel van de Nederlandse Hervormde Kerk, de orthodoxe Gereformeerde Bond, voluit de 'Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Nederlandse (Ger.) Hervormde Kerk'. Dit zijn, voor een goed begrip, de gereformeerden binnen de Nederlandse Hervormde kerk. Hetgeen iets anders is dan de Gereformeerden, die zich in 1834 hebben afgescheiden. Met deze opstelling ergeren ze de wat wereldser ingestelde hervormden in eigen kring. Maar ach, die zijn eigenlijk niet anders gewend van hun Bonders. “De verschillen binnen de Nederlandse Hervormde Kerk zijn groter dan die tussen hervormden en gereformeerden”, zegt voorzitter W. Beekman van de hervormde synode.

De onverzettelijke Bonders, die een derde van het aantal hervormde predikanten leveren, wonen grotendeels in de 'bible belt' die loopt van Zuid-Holland over de Veluwe naar Overijssel. Zij hebben weinig te winnen bij de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland - hun kerken zitten vol en van een financiële noodzaak om met wie dan ook samen te gaan, is geen sprake.

We gaan op zoek naar hun voorman, algemeen-secretaris J. van der Graaf. Hij heeft zich vooral de laatste jaren ontwikkeld tot het levende symbool van verzet tegen de komst van Verenigde Protestantse Kerk in Nederland, vooral als redacteur van 'De Waarheidsvriend', het orgaan van de Bonders. Van der Graaf was een aantal jaren lid van de Raad van Deputaten die de fusie voorbereidde, maar is er mee gestopt. Hij zetelt in het in de bossen verscholen kantoor van de Bond in Huizen. Op tafel liggen twee bijbels. Om te beginnen zegt Van der Graaf er niets voor te voelen met de gereformeerden buiten de Hervormde kerk samen te werken, die wel voorstander van de fusie zijn. “Er is een groot verschil in mentaliteit. Gereformeerden zijn dynamisch en snel. Ze hebben weinig geduld. Ze zijn organisatorisch ingesteld. De gereformeerden willen de nieuwe kerk in elkaar timmeren alsof het een bedrijf is. Voor zo'n kerk kunnen wij geen liefde opbrengen.”

Van der Graaf legt uit dat de Nederlandse Hervormde Kerk Gods “planting” is met diepe wortels in het Nederlandse volk. “Het is de kerk van onze vaderen en die geven wij niet zomaar prijs aan dit proces.” Hij noemt zijn Bonders een “kritisch volkje”, maar wijst erop dat de Gereformeerde Bond nooit is bezweken voor de verleiding om zich af te scheiden van de Hervormde kerk. Hoezeer men het sinds de oprichting in 1906 ook vaak oneens is geweest met de vrijzinnige koers van de Nederlandse Hervormde Kerk, altijd heeft de Bond zijn verantwoordelijkheid genomen, en is trouw gebleven aan de eigen traditie. Dát is volgens Van der Graaf het grote verschil met de Gereformeerden, die eerst in 1834 bij de Afscheiding en daarna in 1886 bij de Doleantie uit de Hervormde kerk zijn weggelopen, hoe begrijpelijk dat met name in 1834 misschien ook geweest moge zijn. “Jarenlang hebben we de hete adem van de gereformeerden in onze nek gevoeld die ons tot de orde hebben geroepen en hebben gezegd: ga uit de Hervormde Kerk, jullie zijn gereformeerd net als wij. Maar nooit hebben we daar aan toegegeven.”

Planting

Natuurlijk bestaat er het hartstochtelijke verlangen naar eenheid waar Christus om vraagt, erkent Van der Graaf, maar dit samengaan tot een volkomen nieuwe kerk is niet het samengaan zoals Christus het wil, dat wil zeggen in eenheid van geloof en belijdenis. Deze vorm van eenheid is, zegt hij, maakwerk. Hij is blij met de afgesproken adempauze tot volgend jaar januari, die zou moeten worden gebruikt om zich te bezinnen op de theologische uitgangspunten van de kerkfusie. Niet de “humanistische praatjes” van de modernistische gereformeerden die allang niet meer de bagage meebrengen die ze in de vorige eeuw nog wel hadden. En ook niet, aldus Van der Graaf, de “afschuwelijke” opvattingen van de gereformeerde theoloog H.M. Kuitert in diens bestseller 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof' die helaas niet meer worden weersproken door andere gereformeerde theologen. Nee, de uitgangspunten zijn te vinden in de bijbel en in de officiële belijdenisgeschriften, en nergens anders.

Dit fusieproces, zegt Van der Graaf, moet worden afgeblazen. De Gereformeerde Bond wil de gemeenten die nu samenwerken niet dwars zitten. Laat er samengewerkt worden waar dat kan, maar zet de spa niet zo diep in de grond dat de boom, de planting Gods, wordt omgespit. Samenwerking is goed, maar dan wel op basis van gelijkwaardige uitgangspunten. Tot zover Van der Graaf.

Nog kritischer over de fusieplannen, ja op het onverschillige af, zijn orthodox-bevindelijke groeperingen in de Nederlandse Hervormde Kerk die zich hebben verzameld rond het tijdschrift 'Het Gekrookte Riet'. Orthodoxer kan het niet. Zo meldt dominee A. Kort uit Garderen dat de reacties van de gelovigen in zijn gemeente op de nieuwe kerkorde lauw zijn - men maakt zich eigenlijk al veel langer zorgen over ontwikkelingen binnen de eigen kerk waarvan deze kerkorde een uitvloeisel is. Ds. Kort: “We zijn als kerk zo ver afgeweken van de belijdenis, dat de kerk gericht moet worden.”

Hij vindt dat ambtsdragers in de kerk de plicht hebben om zich uit te spreken tegen de fusieplannen: “Als de belijdenis in strijd is met de wil van God, dan moet er een Jeremia opstaan.” Zelf verklaart hij onder de fusieplannen daadwerkelijk te lijden, in zoverre hij zich namens zijn gemeente moet afvragen of hij mag meegaan in een verenigde kerk die vrouwen in het ambt tolereert, psalmen uit het moderne Liedboek zingt en homoseksualiteit (“iets wat God een gruwel is”) accepteert.

Kort ziet in het Samen op Weg proces de hand van God, die de kerk tot een loutering wil brengen. Ja, zegt Kort, deze moeilijke fase moet beschouwd worden als het vuur van de beproeving waarin God zal oordelen. “De Here laat dit toe in de weg naar de wederkomst van Christus. Dit is een appèl op wederkeer.”

Doop

Nu de voorstanders. Ze houden zich stil, maar het zijn er genoeg. Uit een enquête van de Nederlandse Hervormde Kerk twee jaar geleden bleek dat van de 1350 hervormde gemeenten in Nederland er al 150 een federatie zijn aangegaan. Voor hen had de Raad van Deputaten eerder een aparte kerkorde opgesteld, wetgeving waar plaatselijk samenwerkende gemeenten voorlopig mee uit de voeten kunnen. Eén derde kent geen enkele samenwerking, een kwart werkt verregaand samen en veertig procent betracht enige vorm van samenwerking bijvoorbeeld in het jeugdwerk, het diaconaat en soms een gezamenlijke dienst. Van de 860 gemeenten van de Gereformeerde Kerken in Nederland zijn er 150 officieel gefedereerd. Tien procent werkt in niets samen, één derde is bezig met een verregaande samenwerking en 55 procent werkt af en toe samen. Bij de 70 lutherse gemeenten is de helft aan het samenwerken, de andere helft is volkomen zelfstandig.

De meeste gefedereerde kerken hebben het naar hun zin. Ze spreken over een wederzijdse verrijking. Het enige vervelende is eigenlijk dat bij plechtige momenten zoals een doop of een bevestiging van nieuwe leden als gevolg van de landelijke strubbelingen er nog steeds moet worden gekozen tussen een lidmaatschap van de ene of de andere kerk. Dat de administraties nog steeds gescheiden zijn, noemen vrijwel alle samenwerkende kerken hinderlijk.

Vrijwel alle samenwerkende kerken hameren erop dat een eventuele mislukking van de landelijke fusie geen ernstige gevolgen voor de plaatselijke federaties zal hebben. We gaan gewoon door, zegt iedereen. Zo ook dominee H. Valk. Zij staat al 23 jaar in het kleine stadje Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen en noemt het een vorm van gehoorzaamheid aan de Heer om samen op weg te gaan. “Als de Heer zegt dat allen één zijn, dan hebben wij maar te zorgen dat het gebeurt.”

Zij beschouwt samenwerking als een getuigenis naar de wereld. Het is volgens haar te zot om niet samen op te trekken als je in dezelfde Heer gelooft. Bovendien kunnen de kerken het zich in een tijd van ontkerkelijking niet permitteren om gescheiden te werken. De hervormde dominee Valk erkent dat in veel gevallen de samenwerking uit puur financiële overwegingen is gegroeid, maar voegt daaraan toe dat ook als de Heilige Geest de weg van de financiën wijst, de kerken die weg moeten volgen.

Dominee Valk noemt de samenwerking met de gereformeerden een feest. “Ik heb er twintig jaar naar verlangd. Nu ben ik er verschrikkelijk gelukkig mee. Ik vind het heerlijk. In het begin kropen tijdens het koffiedrinken na de zondagse eredienst de twee groepen nog wel bij elkaar. Nu kruipen ze door elkaar heen.”

Ze hoopt dat de tegenstanders van kerkfusie tot bezinning komen en hun verzet tegen de nieuwe kerkorde zullen opgeven. Zelf is een een leerling van de Utrechtse hoogleraar Van Ruler die altijd zei: “De kerkorde is niet een stok om mee te slaan, maar een staf om mee te gaan.” Die uitspraak zouden de tegenstanders zich eens te binnen moeten brengen, meent de Zeeuwse predikante.

Koortje

Op naar een pioniersgemeente. In Almere moest de kerk van de grond af worden opgebouwd. Sinds vorig jaar september vieren in Almere-Stad hervormden, gereformeerden èn lutheranen gezamenlijk de wekelijkse eredienst. Ook wordt er regelmatig samengewerkt met de rooms-katholieken. “Wij delen op zondag de palmtakjes uit die de katholieken de avond tevoren hebben gewijd”, zegt kerklid mevrouw D. Heijsteeg in een kamer van het oecumenische kerkcentrum De Lichtboog. In de hoek hangt een wierookvat.

De komst van de lutheranen is volgens de van oorsprong gereformeerde dominee H. Hasper vanzelfsprekend gegaan. “Er zitten nu allerlei lutherse elementen in de diensten. Na iedere schriftlezing zingen we nu Halleluja en na de evangelielezing zingen we Lof zij U, o Here. En dankzij de lutheranen kunnen we ook weer een koortje samenstellen.”

Over theologische onderwerpen mag van Hasper tot in de eeuwigheid worden doorgepraat, maar niet als daardoor de samenwerking wordt geblokkeerd. “Je moet het niet eerst theologisch eens willen worden. De enige manier om het eens te worden is door samen te gaan vieren.” Voor het vertragen van het fusieproces door onder meer de Gereformeerde Bond heeft de polderkerk weinig begrip. Hasper: “De Gereformeerde Bond vraagt van de Nederlandse Hervormde Kerk het onmogelijke, namelijk om te kiezen voor de ene of de andere partij binnen de eigen kerk. Je zou deze handelwijze met het gijzelen van VN-militairen in Bosnië kunnen vergelijken. Maar misschien gaat deze vergelijking te ver.”Volgens Hasper is Almere wat de samenwerking betreft een verwende gemeenschap. Bij een van zijn vorige gemeenten in Drenthe zou er een opstand zijn uitgebroken als bijvoorbeeld niet meer iedere week de Tien Geboden zouden zijn voorgelezen. In Almere is men laconieker. Er zijn geen historische banden. Het probleem èn het leuke aan Almere is dat het geen religieuze traditie heeft, aldus Hasper.

Mocht de fusie op landelijk niveau mislukken en zo wellicht een verwijdering tussen de landelijke kerken veroorzaken, dan gaat Almere in elk geval gewoon door, zo haasten de vrouwen uit de kerk zich te zeggen. “Als wij uit elkaar moeten gaan, zouden we totaal ontredderd zijn”, zegt mevrouw G. Fisser. Mevrouw Heijsteeg: “Ik zou niet eens weten met wie ik mee zou moeten.”

Zo sleept het fusieproces zich voort. Secretaris Wallet van de Raad van Deputaten zegt op een gunstige uitkomst te vertrouwen: “Als ik uit een donker bos kom en ik een streepje licht zien, word ik vrolijk want dan wenkt een nieuwe dag”. Hij wijst op de discrepantie die er nu eenmaal bestaat tussen juridische procedures waarvan vooral de tegenstanders gebruik maken en de “dynamiek” van het fusieproces aan de basis dat gewoon doorgaat.

De argumenten van voor- en tegenstanders worden met de dag inventiever. Uit Groningen-centrum bericht scriba (secretaris) F. Kristensen van de vijf jaar geleden gefedereerde kerk dat de voordelen van samenwerking niet alleen op economisch of religieus terrein liggen, maar dat de samenwerking ook doorwerkt in de relationele sfeer. Kristensen: “Het is me een raadsel hoe het komt, maar er zijn hier opmerkelijk veel Samen op Weg-stellen. De meerderheid van de huwelijken in onze kerk bestaat uit een hervormde en een gereformeerde partij.” Als begin van een verklaring noemt hij de aantrekkingskracht van een leefwereld die op de eigen lijkt maar daar nèt even iets van afwijkt. Verder zegt Kristensen weinig spectaculairs te kunnen melden. Overigens stijgt het bezoek aan de kerk in Groningen.

Wat vindt de Wassenaarse dominee Visser van het traag verlopende fusieproces? Visser: “Ik vind het beschamend naar buiten toe dat het zo moeizaam gaat. Maar van de andere kant begrijp ik ook gemeenten als van de Gereformeerde Bond goed. Men is benauwd voor veranderingen. Men zegt dingen als dat men de vaderlandse kerk niet wil verliezen. Er zijn grote culturele verschillen. Dat het zo moeizaam verloopt, heeft culturele, theologische en sentimentele redenen. Ik verwacht dat het er wel van komt. Maar niet meer in deze eeuw.”