Kok reist 'resultaatgericht' naar China en Vietnam

Een zeer grote handelsmissie vergezelt premier Kok op zijn reis naar China en Vietnam. Vooral de Chinese markt staat bij de Nederlandse bedrijven in de belangstelling.

HANOI, 10 JUNI. Het is de bloem der economische natie die vandaag met de KL 877 is gearriveerd in het Verre Oosten. Omvang en samenstelling van de Parallelle Economische Missie (PEM) die meereist met het bezoek van minister-president Kok aan Vietnam en China, de komende week, kent zijn weerga niet. Zowat de gehele elite van het internationaal opererende Nederlandse bedrijfsleven gaat, onder voorzitterschap van VNO-NCW-voorman A. Rinnooy Kan, de komende tien dagen luisteren naar het brullen van de beide nieuwe Aziatische Tijgers.

Onder de circa vijfendertig captains of industry bevinden zich bijvoorbeeld KLM-president P. Bouw, KPN-voorzitter W. Dik, S. Bergsma van AKZO Nobel, L. Ligthart van DSM, J. Kroon van Fokker, F. Mathijsen Gerst van TNO en H. van Ass van SHV Makro. Terwijl topinvesteerder in China, Philips, de lokale in Hong-Kong gevestigde president J. Bergvelt afvaardigt en de financiële wereld vertegenwoordigd wordt door H. Huizinga van ING Group en M. Drabbe van ABN AMRO. Speciale vermelding verdient baggeraar IHC, die tijdens het komende bezoek zijn honderdjarige aanwezigheid in het Rijk van het Midden viert.

Overigens betwijfelt het Haagse departement van Economische Zaken, onder welks auspiciën het gezelschap is samengesteld, of Vietnam in de toekomst nu écht zo'n Tijger zal worden als Hongkong, Zuid-Korea, Singapore of Taiwan. Vorig jaar bedroeg de Nederlandse export naar het Indochinese schiereiland een schamele 49 miljoen gulden, terwijl de invoer uit Vietnam 165 miljoen bedroeg. En die invoer bestaat voor ongeveer een derde uit kleding en schoeisel. Het enige bedrijf dat premier Kok tijdens zijn vierdaagse verblijf in Hanoi zal aandoen, is dan ook een textielfabriek. Maar het directoraat-generaal voor de buitenlandse economische betrekkingen (BEB) van het ministerie van economische zaken, signaleert dat het internationaal bedrijfsleven “niet geheel ten onrechte” de kat uit de boom kijkt in Vietnam. “Want nog steeds is en blijft de wetgeving op het gebied van de buitenlandse investeringen onvoldoende specifiek en duidelijk”, schrijft het departement.

De hoofdprijs van de Azië-reis is China, vinden ze bij Economische Zaken. De Chinese ambassadeur in Nederland, Wu Jiamin, onderstreepte in een gloedvol betoog onlangs tijdens een persbriefing dan ook de “tremendous opportunities” die er voor het Nederlandse bedrijfsleven in zijn land liggen. Economie is in de Chinees-Nederlandse betrekkingen “the name of the game”, aldus Wu, van wie gezegd wordt dat hij de drijvende kracht is achter het bezoek van Kok. De sterke punten van Nederland op het gebied van landbouw, infrastructuur, technologie en financiële instituties passen perfect in de prioriteiten van China.

Steeds meer Nederlandse bedrijven tonen belangstelling voor China. Dit blijkt onder meer uit een stuk of vijftig joint ventures met Chinese ondernemingen. Volgens gegevens van de Nederlandse Bank had het Nederlandse bedrijfsleven eind 1992 in totaal voor 101 miljoen gulden aan investeringen in China uitstaan, tegen 17 miljoen in 1991. Vorig jaar hebben Nederlandse bedrijven voor 344 miljoen in dat land geïnvesteerd. Philips, Unilever, Akzo Nobel, Heineken en Shell behoren tot de grootste investeerders in China.

Toch is het met de handelsbetrekkingen tussen Nederland en China niet helemaal Yin en Yang; uit de jongste gegevens van EZ blijkt dat de groei van Nederlandse investeringen inzakt. Bovendien is de frequente aanwezigheid van liefst hoge Nederlandse regeringsvertegenwoordigers vereist om iets van de grond te krijgen in de nog immer sterk centraal geleide economie van China. Tijdens een voorbereidende reis in maart dit jaar van staatssecretaris Van Dok (buitenlandse handel) naar China schatte de leider van de handelsdelegatie A. Kraaijeveld van de FME (werkgevers in metaal en elektrotechniek) dat de komende twintig jaar geen orders in China zullen worden binnengehaald zonder politieke en ambtelijke druk.

De reis van Kok en zijn ambtgenoot Van Mierlo, van Buitenlandse Zaken, die zich volgende week bij het gezelschap voegt in Peking, verschilt echter sterk van de beroemde missie van oud-minister Andriessen (economische zaken) in 1992 naar China. Die reis stond onder zware politieke pressie vanuit de Tweede Kamer waar een motie van de toenmalige oppositiepartij D66 was aangenomen die de regering dwong om compensatie-orders binnen te halen voor het niet bouwen van onderzeeërs voor Taiwan onder Chinese druk. Met veel kunst en vliegwerk presenteerde Andriessen uiteindelijk een voor de Kamer bevredigend positief saldo van 1,8 miljard gulden aan orders. Hoewel deskundigen over de interpretatie van dat bedrag lange avonden kunnen discussiëren, staat voor het departement van economische zaken wel vast dat Andriessens queeste een ommekeer in de handelsrelatie met China te weeg heeft gebracht. Die diplomatieke betrekkingen waren sinds 1984 door actieve bemoeienis van de toenmalige premier Lubbers als een kasplantje opgekweekt. Dat was nadat de relaties in 1981 ernstig waren bekoeld door de levering van twee duikboten aan Taiwan door de Rotterdamse werf Wilton Feijenoord. Taiwan wordt door China nog immer beschouwd als een “opstandige provincie”, en de betrekkingen van Nederland met het eiland zijn China een doorn in het oog. Nederlandse investeringen met Taiwan zijn nog altijd groter dan in Rood China. Maar in 1984 tekende Lubbers een overeenkomst met de Chinese leiders waarin Nederland vastlegde dat het geen duikboten meer aan Taiwan zou leveren. De Nederlandse economie liep daardoor vele manjaren werk mis, en daarvoor eiste de Kamer in 1992 compensatieorders.

Duikboten noch compensatiedwang spelen de komende tien dagen een rol, maar de betrekkingen die Nederland of Nederlandse bedrijven onderhouden met Taiwan zijn nog altijd een potentiële splijtzwam als het gaat om zakendoen met China. Als voorbeeld hiervoor kunnen de slepende onderhandelingen dienen tussen KLM en de Chinese overheden over landingsrechten en de (niet te onderschatten) overvliegrechten. Omdat KLM ook lijndiensten onderhoudt met het “vijandige” Taipei heeft het jaren geduurd voordat, onlangs, de politieke blokkades voor daadwerkelijke onderhandelingen over die onderwerpen werden opgeheven. In ambtelijke kring wordt nu wat mystiek gedaan over de invloed van Koks reis op die onderhandelingen, maar het lijkt erop dat de Chinese machthebbers in ruil voor het internationele prestige dat een bezoek van een Westerse natie, hoe klein ook, oplevert, genegen zijn geweest die blokkades op te heffen. Die intentieverklaring om over te gaan tot daadwerkelijke onderhandelingen zal Kok tijdens zijn bezoek nog eens ceremonieel overdoen.

Tijdens het programma in China zal de Nederlandse minister-president een “clean coal technology seminar” toespreken en het kan daarbij geen toeval zijn dat het diner die avond wordt aangeboden door de Koninklijke Shell. Deze multinational exploiteert immers sinds enige jaren een 'schone' kolenvergassingsinstallatie in Buggenum. Kok zal verder een vestiging van een ING bank openen, en aanwezig zijn bij de ondertekening van een joint venture van DSM waarbij het gaat om kunstmestechnologie. De premier opent ook een joint venture van Philips in Pudong bij Shanghai en legt een eerste steen van een Makro-vestiging in Kanton. Want hoewel de opbrengst van de reis niet mag meetellen, is ook de minister-president “resultaatgericht” op reis. Vandaar de aanwezigheid de komende dagen ook van kleinere bedrijven als de Meyn-group van J. Meyn (die “vrijwel zeker” een contract gaat afsluiten over een kippenslachterij) of Pacques bv. van J. (Jos) Pacques, die ook “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid” een contract gaat afsluiten over een waterzuiveringsinstallatie ten behoeve van een bierbrouwerij. En bij EZ weten ze nog een reden waarom speciaal Kok daarbij aanwezig moet zijn: “Het is toch mooi als de MP erbij is om te zeggen: Jos, dát heb je goed gedaan.”