Kleiduivenschutter Hennie Dompeling wil olympische revanche in Atlanta; 200 keer pats-boem in het hart van de duif

Ruim een jaar geleden was kleiduivenschutter Hennie Dompeling, als eerste Nederlandse atleet, al zeker van deelname aan de Olympische Spelen van volgend jaar zomer in Atlanta. Komende week neemt hij deel aan de wereldkampioen- schappen op Cyprus. “Een kleiduivenschutter mag geen beslommeringen aan zijn kop hebben.”

AMSTERDAM, 10 JUNI. Voor het kind Hennie Dompeling waren de bezoekjes die hij met zijn vader aan de schietbaan bracht ware uitjes. Prachtig vond Dompeling junior het om te zien hoe z'n pa de kolf van de machtige Beretta tegen zijn schouder legde, de loop op een overvliegende kleiduif richtte, de trekker overhaalde en pats-boem de ronde schijf aan diggelen schoot.

Een enkele keer gebeurde het weleens dat Hennie een voltreffer van zijn weinig getalenteerde vader miste. Dan was hij in gedachten verzonken. Dan dagdroomde hij hoe het zou zijn om zelf een Beretta in z'n handen te hebben. Dan zag hij zichzelf als een volleerd scherpschutter de kleiduif in het hart raken.

Dat zijn jongensdroom is uitgekomen, hoeft Dompeling niet met woorden te vertellen. Een blik door de kantine van zijn schietschool in Amsterdam is voldoende om een indruk te krijgen van zijn glansrijke carrière. Overal staan bekers, de een nog groter dan de ander. De kleintjes, zegt hij lachend, liggen bij hem thuis. “Ergens in een koffer. Ik kon ze hier niet meer kwijt.”

Hij is inmiddels 29 jaar, maar ondanks de weldadig over de broekriem hangende buik is Dompeling op het eerste gezicht nog altijd het kind dat aan de hand van zijn vader naar de schietbaan ging: gezonde blosjes op de bolle wangen, lange blonde lokken en heldere blauwe ogen die, hoewel er nauwelijks een plek op de aardbol is waar hij nog niet is geweest, van de wereld geen kwaad lijken te weten. Dagdromen doet hij ook nog altijd. Over Atlanta vooral, de Amerikaanse stad waar hij volgend jaar zomer een olympische medaille hoopt te winnen.

Sinds ruim een jaar is Dompeling al zeker van deelname aan de Spelen. Vorig jaar mei voldeed hij al aan de limiet. Bij wereldbekerwedstrijden in China werd hij toen eerste op het onderdeel skeet met een score van 147, drie onder het maximum. Tot de Spelen moet de kleiduivenschutter 'vormbehoud' tonen, maar niemand die er aan twijfelt of hem dat wel zal lukken.

Al jaren behoort Dompeling tot de absolute wereldtop. Als junior werd hij Europees kampioen, als senior schreef hij vijf wereldbekerwedstrijden op zijn naam en is hij eenmaal winnaar geworden van de jaarlijkse cyclus. Samen met een Duitser heeft hij ook het wereldrecord in handen: 200 pogingen om een kleiduif te raken, 200 keer een voltreffer. Alleen op de Spelen waren zijn prestaties niet optimaal. In Seoul werd hij tiende, zijn score van Barcelona heeft hij verdrongen. “Dramatisch slecht was het”, is het enige dat hij zich nog herinnert.

“Schieten is een reactie- en concentratie-sport”, vertelt Dompeling in de kantine van zijn schietschool. In zijn rechterhand rust een kopje koffie, de vingers van zijn linkerhand houden een light-sigaret vast, de tweede in nog geen kwartier tijd. “Waar het vooral om gaat is of je je zenuwen in bedwang kunt houden, of je je voor de volle honderd procent kunt concentreren. Dat kan je niet leren, dat kun je of dat kun je niet. Als je een topprestatie wilt leveren, moet daarom alles goed geregeld zijn. Je mag geen beslommeringen aan je kop hebben. Ook geen zakelijke of privé-problemen die je dwars zitten. Ten tijde van Barcelona ging dat voor mij niet op. Met als gevolg een sportieve teleurstelling.”

Naast hem op tafel ligt zijn dubbelloops Beretta, kaliber twaalf. De kolf is van wortelnotenhout en op maat gemaakt. In de stalen onderdelen van het geweer zijn rondfladderende duiven gegraveerd. Voor zijn sport-attribuut heeft hij zes jaar geleden zo'n twaalfduizend gulden betaald. “Maar met goed onderhoud gaat-ie zeker nog mee tot na Atlanta.”

Het schieten zelf is - net als het vermogen je optimaal te kunnen concentreren - volgens Dompeling “iets wat je beheerst of niet beheerst”. “Op het hoogste niveau heeft iedereen een geweldige techniek. De vorm van de dag bepaalt daarom meestal of je eerste wordt of net buiten de prijzen valt.”

Dat kan soms vrij frustrerend zijn, beweert Dompeling. “Want een misser kan je nooit meer goed maken. Dat is een verspeelde kans die je niet opnieuw krijgt.” Hij ervaart het ook als frustrerend dat hij eigenlijk zijn top al heeft bereikt door het schieten van het wereldrecord. Meer dan tweehonderd pogingen om een kleiduif te raken krijgt een schutter in een wedstrijd immers niet. “Een 100 meter-loper kan altijd proberen zijn record nog met éénhonderdste te verbeteren. Daardoor blijf je gemotiveerd. In het jaar na dat record presteerde ik aanzienlijk minder, want wat moest ik nog?”

Grote wedstrijden winnen, besloot hij toen maar. Daarvoor traint hij drie keer per week op zijn eigen baan. Hij zou wel vaker willen trainen, maar in tegenstelling tot veel van zijn internationale concurrenten is Dompeling een amateursporter. Komende week neemt hij deel aan de wereldkampioenschappen op Cyprus, over ruim een jaar wachten de Spelen. Na Erik Swinkels (Montreal '76) hoopt hij de tweede Nederlander te worden die bij het kleiduivenschieten een olympische medaille wint. Als kind droomde hij daar nog niet van, wilde hij alleen maar dat zijn vader hem de eerste kneepjes bijbracht. In Atlanta is hij straks op zichzelf aangewezen: “Op mijn niveau moet je het helemaal alleen doen.”