Kinderarbeid kost tapijtindustrie orders

NEW DELHI, 10 JUNI. De tapijtindustrie in India en Pakistan lijkt een wanhoopsoffensief te hebben ingezet tegen haar critici, nu ze de laatste maanden door beschuldigingen van het gebruik van kinderarbeid buitenlandse orders ter waarde van vele miljoenen guldens is misgelopen.

Via processen en intimidatie proberen de geplaagde zakenlieden hun tegenstanders in eigen land het zwijgen op te leggen. In beide landen zijn er de afgelopen dagen prominente activisten tegen kinderarbeid opgepakt. Op steun van de politieke elite van beide landen, die de inkomsten van geëxporteerde tapijten met lede ogen ziet dalen, hoeven de campagnevoerders niet te rekenen. Wel krijgen ze adhesiebetuigingen uit het buitenland.

In India moet Kailash Satyarthi, voorman van de Zuidaziatische Coalitie tegen de Horigheid van Kinderen (SACCS), zich voor de rechter verantwoorden op verdenking van laster tegen Sheena Carpets, een grote tapijtenfabriek in de deelstaat Haryana. Hij zou het bedrijf in een reportage van de Duitse Stern-televisie ten onrechte in verband hebben gebracht met kinderarbeid.

In een gesprek met deze krant verklaarde Satyarthi gisteren dat hij in maart al eens door mensen van Sheena Carpets onder druk was gezet om schriftelijk te bevestigen dat dit geen kinderarbeid gebruikte. Toen hij dit weigerde, volgden er verscheidene telefoontjes waarin hem werd voorgehouden dat het slecht met hem zou aflopen als hij bij zijn weigering bleef.

In het programma van Stern onthulden journalisten tegenover een hoge vertegenwoordiger van het Zweedse bedrijf IKEA met filmbeelden uit Haryana dat de tapijten van Sheena Carpets met kindervingertjes waren geknoopt. Geschokt annuleerde IKEA orders ter waarde van vijf miljoen mark bij het bedrijf.

Satyarthi wijst erop dat Sheena Carpets kan rekenen op krachtige steun van de deelstaatregering van Haryana omdat de broer van een van de leiders van het concern daarin een ministerspost bekleedt. Naar oud Indiaas gebruik poogt deze politie en justitie voor zijn eigen doeleinden in te zetten. Tekenend was dat in eerste instantie politiemensen uit Haryana Satyarthi probeerden te arresteren in zijn huis in New Delhi zonder hun collega's uit de hoofdstad daarover te hebben ingelicht, zoals de voorschriften vereisen.

Terwijl in India tot dusverre alleen enkele niet-gouvernementele organisaties het voor Satyarthi hebben opgenomen, heeft op initiatief van de Nederlandse natuurkundige Simon van der Meer een groep van ruim honderd Nobelprijswinnaars per brief haar steun voor de actievoerder uitgesproken. Satyarthi zelf neemt de toestand laconiek op. “Ik ben er noch door geschokt, noch door verrast”, zegt hij. “Ik wist dat dit elk moment kon gebeuren. Het is per slot van rekening een harde strijd tegen een mafia met sterke gevestigde belangen.”

In de Pakistaanse stad Lahore moest intussen woensdag Zafaryab Ahmad, een Pakistaanse activist tegen kinderarbeid, voorkomen voor de rechter. Hij werd ervan beticht een Indiase agent te zijn die met opzet probeerde de Pakistaanse tapijtindustrie schade te berokkenen. De tapijtindustrie in Pakistan raakte internationaal in opspraak, toen in april een 12-jarige jongen, die zelf zes jaar lang tapijten had geknoopt en vervolgens campagne was gaan voeren tegen de kinderarbeid in die branche, werd doodgeschoten. De verdenking was algemeen dat de tapijtindustrie de hand had in zijn dood. Een officiële Pakistaanse commissie kwam tot de verrassende conclusie dat de jongen door een seksueel gestoorde man was vermoord en dat hij in werkelijkheid bovendien niet twaalf, maar ten minste achttien jaar oud was. Het 'onafhankelijke' onderzoek ten spijt, annuleerden veel Westerse tapijtimporteurs orders uit Pakistan.

In India en Pakistan samen werken tientallen miljoenen kinderen, die soms niet ouder dan vier jaar zijn. In de tapijtindustrie zijn onder dikwijls miserabele omstandigheden en onder dwang honderdduizenden kinderen werkzaam. In het buitenland gaan steeds meer stemmen op om niet langer tapijten in te voeren die met kinderarbeid zijn vervaardigd. Hiertoe zou een speciaal keurmerk moeten worden ingevoerd. Veel politici in India verklaren openlijk dat het goed is voor kinderen om al op zeer jonge leeftijd een vak te leren. Westerse bezorgdheid over de kinderarbeid doen ze af als een poging om de Indiase buitenlandse handel te treffen.