Jaloezie

TINEKE HELLWIG: Adjustment and Discontent. Representations of Women in the Dutch East Indies

101 blz., geïll., Netherlandic Press Ontario 1994, ƒ 30,-

Als een wetenschapper voor drie jaar een beurs ontvangt om onderzoek te doen, en zij komt dan met een boekje van honderd bladzijden over literaire vrouwenfiguren in Nederlands-Indië, dan hoop je op een soort grammatica van de koloniale sekseverhoudingen waar iedereen, mits hij zich aan de regels houdt, naar hartelust reeksen tropische romances mee kan construeren. Een toverlantaarn of een wajangspel voor wetenschappelijk gebruik.

In het kort schetst Tineke Hellwig de ontstaansgeschiedenis van de kolonie sinds 1600, met de nadruk op de politieke invloeden die de contacten tussen Europese mannen en inlandse vrouwen belastten. Tot het einde van de vorige eeuw was er weinig dramatisch materiaal voorhanden, doordat de machtsverhoudingen simpel waren. De bazen in de kolonie waren blanke mannen. Voor hun behoeften waren zij op inlandse vrouwen aangewezen, die zich tegen die avances maar zelden konden of wilden verzetten. De verpletterende ongelijkheid tussen de bestuursambtenaar of planter en de nyai, zijn bijzit, stond tot op zekere hoogte garant voor een huiselijk verloop van de relatie. Twee ontwikkelingen verstoorden de patriarchale idylle: het ontstaan van een halfbloedenkaste van 'indo's, en de overkomst van Hollandse vrouwen aan het begin van de eeuw. Daarmee kreeg het kwaad een kans, 'de stof waarvan romans gemaakt zijn', volgens Graham Greene.

De schrijfster heeft dertien romans en verhalen weten te analyseren, van Nederlandse en Maleise herkomst, en geschreven tussen 1893 en 1925. Van die werken zijn bij het Nederlandse publiek waarschijnlijk alleen De Stille Kracht van Couperus en Nummer Elf van P.A. Daum bekend. Door welk criterium, behalve 'interracial dating', Hellwig zich heeft laten leiden bij deze bijzonder bescheiden selectie blijft onduidelijk. In twee hoofdstukjes, het ene aan de vijf Nederlandse schrijvers gewijd, het andere aan de zes Maleise, vat ze de verwikkelingen samen en voorziet ze die van commentaar. Altijd blijkt jaloezie in het geding: van de blanke aanstaande op een vroegere inlandse nyai, van de nyai tegenover de Hollandse die haar verdringt, van de Hollandse op de 'voorkinderen' die haar verloofde al ergens heeft, van de inlanders tegenover de blanke baas die macht uitoefent op hun dochters, van de baas op de indo die met zijn vrouw flirt; jaloezie en overspel vormen net als overal de jus van de literaire intrige.

Zelfs in die schamele oogst heeft Hellwig interessante conflictstof gevonden, maar ze heeft er een opgewarmd anti-koloniaal potje van gemaakt in plaats van een literaire bouwdoos. (Onbekookt feminisme ontlokt de schrijfster in het historisch overzicht ook nog de uitspraak; 'Onwettige kinderen waren het bewijs van het immorele, onchristelijke gedrag van de mannen'.) Het hoofdstuk over de Nederlandse romans is 'Jealousy and Discontent' getiteld, en dat had de slotsom van alle dertien werken kunnen zijn. Maar terwijl de Maleise exemplaren net zo beheerst worden door afgunst, list en wraak, besluit Hellwig dat die het predikaat 'Acceptance and Adjustment' verdienen, op grond van één romannetje waarin beide koloniale gemeenschappen verzameld rond haar bed de stervende heldin berouwvol beloven niet meer akelig tegen elkaar te doen. Lelijke taal van blanke dames, die nauwelijks het niveau van een boze uitval overtreft ('zo'n slet', 'zo'n lelijke liplap'), wordt in het geval van de Hollandse romans als bewijs voor de koloniale pathologie aangevoerd, en anders schouderophalend afgedaan. Jaloerse gifmengsters en andere inlandse furies zijn in dit sjabloon daarentegen slachtoffers van de omstandigheden, die “puur uit overlevingsdrift handelden”.

Zusterlijke solidariteit geeft Hellwig tenslotte in te schrijven dat het verradelijke gedrag van de zéér blanke Léonie van Oudijck uit De Stille Kracht te begrijpen is als een “manier om zich tegen haar positie als tweederangsburger te verzetten, als verlengstuk van de mannelijke koloniale macht”. Nu begrijpt men waarom Hellwig met zo'n kleine steekproef heeft kunnen volstaan: zij wist het al. Dit royaal gesubsidieerde en geïllustreerde boekje heeft een zekere schattigheidswaarde, maar wie er de regels van de Nederlands-Indische romantiek in zocht wachten clichés en frasen.

    • Samuel de Lange