Het neen, neen en nog eens neen van Berlusconi

ROME, 10 JUNI. Silvio Berlusconi had de afgelopen weken maar één boodschap: neen, neen en nog eens neen.

Alle kopstukken uit zijn tv-stal zijn opgetrommeld, alle lagen en listen van de massapsychologie zijn gebruikt om de kiezers te bewegen bij de twaalf referenda die morgen tegelijkertijd worden gehouden, in ieder geval drie keer neen te zeggen. Neen tegen het verbod voor één man om meer dan één tv-zender te bezitten, neen tegen de inperking van het werkterrein van reclamebureaus, neen tegen een verbod op het onderbreken van films voor reclamespotjes.

Mediamagnaat en oud-premier Berlusconi vreest dat deze maatregelen zijn Fininvest-groep dodelijk zouden treffen. Hij zou twee zenders moeten verkopen en veel minder reclamegeld kunnen ophalen. De argumenten dat dit een strijd is voor een opener informatievoorziening, legt hij bruusk naast zich neer, zoals hij met alle verwijten over belangenverstrengeling deed toen hij vorig jaar premier was.

Zijn tegenstanders bestoken Berlusconi met de termen die hij zelf zo graag gebruikt: markt, vrijheid, een groter en beter aanbod. Niet alle tv's voor één man, maar veel tv's voor allemaal, is hun slogan. Pluraliteit, diversiteit, Italië op één lijn brengen met de rest van Europa.

Op papier leek deze strijd niet te verlezen. Maar Berlusconi heeft twee handige zetten gedaan. Allereerst heeft hij de referenda verpolitiseerd. Hij heeft een vast refrein: 'de referenda zijn een poging om mij als politicus te breken door mijn bedrijf kapot te maken' - vergetend dat hij dat zelf mogelijk maakt door nu eens de politicus, dan weer de ondernemer te spelen.

Op de afsluiting van de campagne, gisteravond in een half-lege sporthal in Rome, zaten zijn bondgenoten allemaal op de voorste rij. Ook al hebben sommige rechtse politici privé gezegd dat het niet ongezond is om een mediamonopolie te doorbreken, naar buiten blijven de rijen gesloten. Berlusconi zelf ontbrak. Hij heeft zich bewust buiten de campagne gehouden, om deze niet nog persoonlijker te maken. Gianfranco Fini, de luid toegejuichte leider van de Nationale Alliantie, de ex-neo-fascisten, herhaalde de officiële lijn. “Voor het ja zijn alleen maar degenen die duidelijk uit zijn op wraak,” zei hij. En daarna, in een kort interview: “Wij zijn wel degelijk voor een hervorming van het mediabestel, maar moeten de staatsomroep Rai en Fininvest allebei tegelijk inleveren. Het parlement moet vanuit de huidige situatie zo'n hervorming aanpakken, en niet als één van de twee partijen nog maar één zender overheeft.”

De tweede strategische zet was dat hij met een bombardement van tv-spotjes, advertenties en manifestaties er in ieder geval voor een aantal mensen in is geslaagd de hele vraagstelling van het referendum te veranderen. Zijn spotjes lieten populaire shows zien, sportflitsen, fragmenten van soap opera's, quizzen. Al de Fininvest-sterren zijn hierbij ingezet. De slotvraag was: Wilt u dit allemaal kwijt? Wie ja zegt bij de referendum kiest in Berlusconi's optiek niet voor een opener mediabestel, maar zegt zijn populaire tv-programma's vaarwel. “Stem neen, net als wij, om uw tv-zenders niet kwijt te raken,” zeiden de presentatoren van een populair sportprogramma. Ineens ging het referendum toch over vrijheid, maar dan over de vrijheid van de kijkers om Berlusconi's programma's te blijven zien.

De populairste programma's en presentatoren zijn gisteravond breed uitgespeeld in een marathon-uitzending op de drie zenders van Berlusconi. Het werd gepresenteerd als een feest ter gelegenheid van vijftien jaar televisie à la Fininvest. Maar de boodschap was duidelijk: laat u dit niet afnemen. Stem neen.

Die terugblik was ook een herinnering aan het feit dat Berlusconi met zijn commerciële zenders de Italiaanse tv ingrijpend heeft veranderd. Zij is volkser, oppervlakkiger en commerciëler geworden. Maar ook sneller in ritme en professioneler gemaakt, minder direct paternalistisch en meer gericht op wat het publiek wil, ook al is dat voetbal en Dallas en een toneel vol mooie meiden.

Maar de mediareferenda gaan niet over vervlakking en de consumptiecultuur waarvan Berlusconi de verpersoonlijking is geworden. Afgelopen week zocht een groepje toneelspelers de publiciteit door Fellini's film La Dolce Vita na te doen en in de Trevi-fontein te springen. Dit was een protest tegen het culturele kolonialisme van de geïmporteerde films en tv-series. “We lopen het risico onze kinderen in idioten te veranderen,” zei een van hen. Zij zeiden uitdrukkelijk dat het geen keuze was in de campagne. De Rai blijft niet zo ver meer achter bij Fininvest in oppervlakkigheid.

Berlusconi's tegenstanders hebben minder populair geschut in stelling kunnen brengen. Er zijn genoeg artiesten, regisseurs en presentatoren die normaal geen geheim maken van hun sympathie. Nu zwijgen veel van hen. Vaak is dat uit angst of uit eigenbelang. Berlusconi denkt sterk in termen van persoonlijke loyaliteit. Openlijk verzet kan ertoe leiden dat Fininvest hen niet meer inhuurt voor tv-programma's, of voortaan weigert hun films te financieren.

In het algemeen heeft links weinig tegenover de schaamteloze manier kunnen stellen waarop Berlusconi zijn mediamacht heeft gebruikt. Het standaard verweer is dat Berlusconi meer geld en mankracht heeft, plus natuurlijk zijn zenders. “Het is toch absurd dat wij Berlusconi moesten betalen om spotjes te kunnen uitzenden op zijn zenders,” zei Giuseppe Giulietti, een van de initiatiefnemers van de referenda. Maar Berlusconi's tegenstanders missen ook diens vechtlust en diens organisatietalent. Toen Berlusconi een paar weken geleden begon met de uitzending van spotjes, verraste dat het ja' front. Het duurde een paar weken voordat er iets in elkaar was gedraaid. De ja-stemmers kunnen ook niet uitleggen hoe ze dat precies voor zich zien, de inkrimping van Fininvest. Uiteindelijk is het een van de grootste groepen van Italië.

Opvallend is dat op beide slotmanifestaties van gisteren de opkomst mager was. In het verleden hebben referenda over echtscheiding en abortus veel passies losgemaakt en de wetgever gedwongen de veranderde opvattingen in de samenleving te volgen. In 1993 was een referendum over het kiesstelsel een kans om de oude politieke garde de wacht aan te zeggen. Het referendum tegen een tv-monopolie maakt minder los. Maar dat betekent niet dat er minder op het spel staat. Uiteindelijk gaat het, Berlusconi ten spijt, om garanties voor een pluriform bestel.