Genie of blunderaar?

In de eerste week van het toernooi in Novgorod was Kasparov geweldig, en alle speculaties dat hij de wind er bij zijn collega's niet meer zo onder heeft als vroeger, verstomden even. Toen stokte de wonderbare vechtmachine. In de eerste vijf ronden had hij 4,5 punt gehaald, de laatste vier partijen maakte hij alle remise. Misschien was de geweldige krachtsinspanning teveel geweest, misschien dacht hij dat het werk al gedaan was. Helemaal zeker van de overwinning kon hij toch niet zijn, want Ivantsjoek kwam dreigend dichterbij tot op een half punt afstand. In de laatste ronde moest Kasparov met wit tegen Timman en Ivantsjoek met wit tegen Topalov. Als Ivantsjoek aanstalten zou gaan maken om zijn partij te winnen, zou er Kasparov veel aan gelegen zijn om zelf Timman te verslaan.

Jan Timman leek zich in dit toernooi de oude les te hebben ingeprent dat een schaker na een paar nederlagen geen grote ambities moet hebben, maar in eerste instantie op remise moet spelen, om de gekneusde ziel een noodverband aan te leggen. Timman had veel verloren de afgelopen tijd, in Riga, in Madrid en in Novgorod in de tweede ronde tegen Kramnik. In Novgorod maakte hij vervolgens alles remise en ook in de laatste ronde tegen Kasparov bleef hij overeind. Met zijn score van 4 uit 9 zal hij ratingpunten hebben gewonnen. Dat is mooi. Minder mooi is het dat Timman zo ver gedaald is op de wereldranglijst, dat hij zijn positie kan verbeteren met een licht negatieve score. En nog pijnlijker is het dat hij sinds januari geen partij meer gewonnen heeft. Zoals iedere verslaafde moet een schaker geregeld scoren, anders gaan zijn handen trillen en wordt hij misselijk van het spel. De dokter schrijft nu absolute rust voor. Een paar maanden geen toernooi, om de schaakhonger terug te vinden, dat zou Timman goed doen, denk ik.

Kasparov won niet in de laatste ronde, maar Ivantsjoek kwam toch niet langszij, want hij verloor verrassend van Topalov. Tenslotte deelden Ehlvest, Ivantsjoek, Short en Topalov de tweede plaats, een punt achter Kasparov.

Wit Kasparov-zwart Timman

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 e7-e6 3. Pb1-c3 Lf8-b4 4. Dd1-c2 d7-d5 5. c4xd5 e6xd5 6. Lc1-g5 h7-h6 7. Lg5-h4 c7-c5 8. d4xc5 g7-g5 9. Lh4-g3 Pf6-e4 10. e2-e3 Dd8-a5 11. Pg1-e2 Deze stelling kwam voor het eerst op het bord in de negende partij Kasparov-Short, WK-match Londen 1993. Er volgde 11...Lf5 12. Le5 0-0 13. Pd4 en wit won na scherpe verwikkelingen. Timman kiest een andere voortzetting, al even ingewikkeld, waarmeee hij eerder dit jaar in Madrid tegen Beljavski experimenteerde, toen zonder succes. 11...Pb8-c6 12. a2-a3 Lc8-f5 13. Dc2-c1 Pe4xc5 14. a3xb4 Pc5-d3+ 15. Ke1-d2 Da5xb4 16. Ta1-a4 Het ziet er wild uit, maar het is maar schijn, de spelers veroveren elkaars dame en vinden rust in het eindspel. 16...Pd3xc1 17. Ta4xb4 Pc1xe2 18. Tb4xb7 Pe2xg3 19. h2xg3 d5-d4 20. e3xd4 Pc6xd4 21. Pc3-d5 Ta8-d8 22. Lf1-c4 0-0 23. Kd2-c3 Pd4-e2+ 24. Kc3-b4

MmMdMdlm aJmMmgmM MmMmMmMa mMmHmiaM MFImMmMm mMmMmMAM MAMmhAGm mMmMmMmJ Deze partij laat weer eens zien hoe ver de openingsvoorbereiding kan gaan tegenwoordig. Pas nu komt de eerste nieuwe zet. In Beljavski-Timman, Madrid 1995, volgde 24...Kg7 25. Td1. Wit won. 24...Pe2-d4 Vermijdt dat zijn paard in moeilijkheden komt. Ook nu ziet het eindspel er op het eerste gezicht verdacht uit voor zwart, maar Timman heeft dit ongetwijfeld goed bekeken voor hij aan de partij begon. Er staan een paar pionnen van hem in, maar hij krijgt tegenspel doordat de vier witte stukken aan de linkerkant van het bord niet helemaal veilig staan. 25. Pd5-e7+ Kg8-g7 26. Tb7xa7 Td8-b8+ 27. Kb4-c5 Pd4-e6+ 28. Lc4xe6 Lf5xe6 29. b2-b4 Tf8-d8 30. Th1-e1 Kg7-f6 31. Te1-h1 Kf6-g7 32. Th1-e1 Kg7-f6 33. Te1-h1 Remise.

Misschien vertraagde Kasparov zijn tempo in de tweede helft omdat hij geschrokken was van iets dat in zijn partij tegen Vaganian in de vijfde ronde gebeurd was. Die partij gaf ik vorige week en ik dacht toen dat het een modelpartij van de kant van Kasparov was geweest. Een interessante discussie in de nieuwsgroep rec.games.chess van het Internet, waar voor schakers veel moois binnen te halen valt, deed me daar later aan twijfelen.

In Kasparov-Vaganian ontstond na 1. d4 e6 2. c4 d5 3. Pc3 Le7 4. Pf3 Pf6 5. Lf4 0-0 6. e3 c5 7. dxc5 Le7xc5 8. Dc2 Pc6 9. a3 Da5 10. 0-0-0 Le7 11. h4 dxc4 12. Lxc4 b6 de volgende stelling:

jmimMdlm aMmMcgag MahmgbMm eMmMmMmM MmImMCMA AMBMAHmM MAKmMAGm mMFJmMmJ Kasparov speelde 13. Pf3-g5, een zet waaraan ik achteloos voorbij ging, omdat hij volstrekt logisch is en ik geen reden zag om al op de dertiende zet naar bijzondere dingen te zoeken. Oplettender was Internetgebruiker P.A. van Linde, die er op wees dat wit zijn tegenstander meteen naar de keel had kunnen springen met 13. Lb5 Lb7 (wat anders? 13...Ld7 gaat niet wegens 14. Txd7 en het stukoffer 13...La6 14. Lxc6 Tac8 is in de verste verten niet correct) 14. Pd2! Wit dreigt damewinst door 15. Pb3 of 15. Pc4, de dame kan niet ontsnappen, zwart moet materiaal verliezen. Een Fin, Kari Kinnunen, reageerde met de volgende reddingspoging: 14...a6 15. Pc4 axb5 16. Pxa5 Txa5, waarna zwart twee stukken voor de dame heeft en de mogelijkheid om met 17...b4 op aanval te spelen. Dat lijkt me inderdaad de beste manier voor zwart om terug te vechten, maar is het voldoende? Van Linde dacht van niet en sloeg terug met een variant die begint met 17. Ld6 Lxd6 18. Txd6 b4 19. Pa4. Ik denk dat hij gelijk heeft en dat zwart inderdaad te weinig voor de dame heeft.

Een kras geval. Zou het echt zo zijn dat Vaganian al op de dertiende zet een beslissende blunder maakte waardoor Kasparov op slag kon winnen, en dat Kasparov dat niet opmerkte? Of heeft Vaganian op de dertiende zet bewust een geniaal dame-offer gebracht, dat vervolgens door Kasparov, nog genialer, op zijn juiste merites werd geschat en daarom ontweken? Het zou een vorm van genialiteit zijn die mij boven de pet gaat, want zoals gezegd, ik zie niet hoe zwart voldoende compensatie zou kunnen krijgen. Hoe het ook zij, of het nu wederzijds geblunder is geweest, of schaak op stratosferisch, voor gewone stervelingen onnavolgbaar niveau, de vondst van de zet 13. Lb5 laat ons weer eens zien hoe veel intrigerende mogelijkheden er in een schaakpartij verborgen kunnen zitten die vaak onopgemerkt blijven, maar deze keer gelukkig niet.