Gefnuikte dromen bij Vandekeybus

Voorstelling: Alle Groszen decken sich zu, door Ultima Vez. Regie, choreografie, decor: Wim Vandekeybus; kostuums: Isabelle Lhoas; licht: Gerhard Maraite. Gezien: 8/6 Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 10/6. Herhaling 13 en 14/6 Rotterdam.

Sommige mensen hebben zo'n sterke uitstraling dat zij je niet loslaten. Carlo Verano (1903-1992) bezat die fascinatie. De Belgische theatermaker Wim Vandekeybus ontmoette de Hamburgse revue-artiest Karl Wegener in 1989 en raakte in de ban van zijn levensverhaal. Dat was niet zo groots en meeslepend als Verano/Wegener zijn toehoorder wilde doen geloven. Alle Groszen decken sich zu is dan ook een zoet-zure komedie over een gefnuikte carriere. Alle Groszen decken sich zu is de eerste avondvullende toneelproduktie van Vandekeybus, die vooral bekend is om zijn spraakmakende bewegingsstukken. Hij schreef zijn werk in het Duits, samen met Jan Goossens (dramaturg) en de Oostenrijkse acteur Peter Kern, aan de hand van interviews met Verano. Het realistische karakter van het stuk wordt bevestigd door de geluidscompositie van Charo Calvo en de opdringerige video-beelden van Walter Verdin. Vandekeybus noemt zijn stuk 'een monoloog in drie delen voor twee acteurs en twee stille rollen'. Peter Kern en Thomas Lehnhart spelen beurtelings de jonge, flamboyante en de vereenzaamde, oude Verano. Hij wilde Goethe, maar het werd een revue-sketch. Hij droomde van een hoofdrol in de opera, maar bleef in het koor. Hij begon te laat met dansen bij een lerares die wijselijk zei: “Voor komedie ben je nooit te oud.” Verano poetst zijn dromen op in een met rommel volgestouwd huis _ een ingenieus, uitschuifbaar decor. Daar leeft hij met zijn levensgezel Herr Baron. Een valse vriend, die door de danser Inaki Azpillaga wordt uitgebeeld als een rat-achtig wezen. Een Ungeheuer met grote, harige oren, dat elke nieuwe bewoonster van de bovenverdieping belaagt. De danseres Lieve Meeussen neemt, soms wat te geexalteerd, alle vrouwenrollen voor haar rekening.

Carlo Verano vond dat zijn leven een roman was die iedereen wilde lezen. Vandekeybus dacht dat het publiek zit te wachten op zijn toneelstuk. Beiden hebben mij daarvan niet kunnen overtuigen. In de langdradige voorstelling klopt voor mij alleen de slotclaus: 'Es fehlt etwas...'.