Fraudebestendig uitkeren is mogelijk

De sociale wetgeving in Nederland is zeer fraudegevoelig en dat wordt er met de individualisering niet beter op. Volgens Jos Uijlenbroek zou er veel verbeteren als alle betrokken instanties gebruik zouden maken van één uniform netwerk van gegevens.

Al sinds de eerste ongevallenwet zijn er problemen met de uitvoering van de sociale zekerheidswetten. Momenteel is een situatie ontstaan waarbij een calculerende werkzoekende beter zijn tijd kan besteden aan het omzeilen van regelingen en het uitvinden van de verschillende gaten binnen de wetgeving dan dat hij op zoek gaat naar werk. Om twee voor de hand liggende voorbeelden te noemen: Wanneer iemand een aanvraag voor een uitkering indient, moet de Gemeentelijke Sociale Dienst (GSD) deze binnen vier weken beoordelen. In de praktijk worden slechts een aantal basiscontroles uitgevoerd. Iemand die creatief is huurt op papier bij vriend of vriendin een kamer voor, laten we zeggen, zeshonderd gulden (er heerst woningnood), tekent een huurcontract en probeert vervolgens in aanmerking te komen voor een aanvulling op zijn bijstandsuitkering of een toeslag via het toeslagenfonds (bedrijfsverenigingen). Men kan gaan werken naast zijn WW-, ZW- of WAO-uitkering door zich voor bijvoorbeeld twee uur per week te laten inhuren door een malafide werkgever via een uitzendbureau; de overige 38 uur worden zwart uitbetaald. Mocht er een controle plaatsvinden dan is men toevallig in die twee uur legaal aan het werk.

Alsof zij al niet fraudegevoelig genoeg is, wordt de wetgeving voor de sociale zekerheid alleen maar ingewikkelder. Onder invloed van individualisering is de overheid geneigd de regels toe te gaan snijden op 'de persoon' en in toenemende mate afhankelijk maken van zijn 'individuele omstandigheden'. Voor ieder individu zal een uitkering 'op maat' samengesteld worden.

Nu al zijn er mensen die zijn aangewezen op tal van regelingen. Stel, iemand is gedeeltelijk arbeidsongeschikt en vindt voor zijn resterende verdiencapaciteit geen baan (maar moet wel solliciteren). Hij krijgt een uitkering toegekend die uit vier of vijf delen bestaat. Een stukje AAW-uitkering (basisuitkering voor arbeidsongeschikten), een stukje WAO (de aanvullende uitkering voor werknemers), een stukje wachtgeld of WW en een stukje Toeslag uit het toeslagenfonds (omdat hij kostwinner is). Bij deeltijdwerkers kan er ook nog sprake zijn van een aanvullende bijstandsuitkering. Deze persoon heeft te maken met talloze instanties en overal liggen zijn gegevens opgeslagen.

Hier ligt de kern van het probleem. De situatie op het gebied van de registratie van gegevens en uitwisseling ervan tussen de verschillende instanties geeft een triest beeld. Gemeentelijke Sociale Diensten erkennen niet over de juiste gegevens te beschikken om de Algemene Bijstandswet goed uit te voeren. Naam-, adres- en woonplaatsgegevens zijn in veel gevallen onbetrouwbaar. Wanneer iemand consequent de verkeerde gegevens aan de verschillende organen levert kan hij jarenlang onterecht een uitkering verkrijgen. Aan de andere kant onderhouden uitvoerende organen allemaal zelf hun eigen bestanden, zodat ze makkelijk vervuild raken. Wanneer er een koppeling gemaakt wordt en er komen verschillen voor dient het desbetreffende orgaan andere gegevensbestanden (van andere organen) te raadplegen om toch aan de juiste gegevens te komen. Uitvoerende organen hebben op deze omslachtige wijze jarenlang geprobeerd aan de juiste gegevens te komen.

Een voorbeeld van een 'misser' is de on-line-verbinding die sociale diensten hebben met de kentekenregistratie Veendam. Iedere Sociale Dienst in Nederland heeft de mogelijkheid na te gaan in welke auto een uitkeringsgerechtigde zich voortbeweegt. Dit is handig, want als iemand met een bijstandsuitkering zich voortbeweegt in een Mercedes dan is dat (slechts) een indicatie dat hij/zij misschien fraudeert. In frauderend Nederland werd alras bekend dat Veendam gegevens leverde aan de Sociale Dienst, en oma werd bereid gevonden de Mercedes op haar naam te schrijven. Een ander manco is het ontbreken van eenduidige richtlijnen voor de wijze om dit soort zaken te beoordelen. Een Mercedes kan misschien niet van een bijstandsuitkering betaald worden, maar een klein Fiatje wel?

Voorts zijn de afspraken die gemaakt worden tussen de verschillende instanties niet eenduidig. Gemeentelijke Sociale Diensten willen graag gegevens uitwisselen met de verschillende ziekenfondsen omdat het mogelijk is zo na te gaan of iemand wit werkt. Een aantal ziekenfondsen levert deze gegevens aan uitvoerende organen, maar een aantal andere ziekenfondsen doet dit niet, omdat zij met de privatisering voor de deur bang zijn cliënten te verliezen.

Om deze problematiek het hoofd te bieden, hebben bedrijfsverenigingen onder druk van de overheid zelf een databank opgericht, de zogenaamde gemeenschappelijke verwijsindex. Dit is een groot bestand waarin alle Nederlanders die op de een of andere wijze met bedrijfsverenigingen te maken hebben gehad voorkomen. Door middel van het sofi-nummer (als uniek identificatienummer) kan men veel gegevens over een en de dezelfde persoon verkrijgen. Het probleem hiervan blijft echter de betrouwbaarheid. In de wandelgangen is bekend dat er ongeveer 300.000 'foute gegevens' aanwezig zijn en iedere maand komen er daar zo'n 30.000 bij.

De enige oplossing is één uniform netwerk voor de sociale zekerheid, dat elektronische communicatie mogelijk maakt tussen de verschillende geautomatiseerde administraties. Zo wordt grote tijdwinst geboekt omdat gegevens slechts een keer worden ingevoerd. Eén bron van potentiële fouten en fraude is dan alvast geëlimineerd.

Dit systeem stelt eisen aan de beheerders van de bronnen. Enerzijds dienen zij de gegevens up to date te houden en van een kwalitatief hoog niveau, anderzijds zullen zij gegevens in hun bestanden dienen op te nemen die misschien niet relevant zijn voor hun eigen processen maar wel relevant voor de processen van andere organen binnen de sociale zekerheid.

Ook stelt het systeem eisen aan de burger, die zelf moet zorgen dat de juiste gegevens op de juiste plaatsen liggen. Ook krijgt hij een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van de juistheid van gegevens. Zo zal hij altijd brondocumenten moeten overleggen wanneer bepaalde gegevens veranderd worden. Wanneer bij een aanvraag van een uitkering blijkt dat ergens bepaalde gegevens niet juist zijn opgeslagen, heeft dit direct gevolgen voor de aanvraag; deze kan niet in behandeling worden genomen. Groot voordeel voor de burger is dat, als de gegevens wèl kloppen, een aanvraag zeer snel beoordeeld kan worden. Wachttijden en overbodige controles verdwijnen. Ook is er een grotere waarborg voor privacy, omdat niet meer alle organen binnen de sociale zekerheid over al zijn gegevens beschikken.

Wanneer men op deze wijze gaat werken weet de burger waar hij/zij terecht kan voor bepaalde diensten. Het wordt mogelijk verificaties en controles vooraf uit te voeren. Een aanvraag voor een uitkering of dienst zal sneller verlopen, de omvang van gegevensbestanden wordt sterk verkleind en ze worden niet vervuild.

Met een schuin oog kijk ik naar onze zuiderburen, waar al een aantal jaren zo'n netwerk draait. De directeur van deze kruispuntbank van de sociale zekerheid heeft alle directeuren van de grote uitvoerende organen reeds op bezoek gehad. De politiek is helaas in geen velden of wegen te bekennen.