Esmee

Op de dagen na Hemelvaart gaven kranten en televisie veel ruchtbaarheid aan de op handen zijnde opera Esmee. En vooral aan de mooie mannenvriendschap zoals die was opgebloeid tussen componist en columnist. Voor hen kon het niet meer stuk. Kwajongensplezier op de tv is aanstekelijk en heeft een eigen charme. Maar als toeschouwer bleef ik achter met een sluipend gevoel van onraad: waar is Esmee? Is haar moed na de oorlog erkend? In alle publiciteit van de afgelopen weken lijkt daar een waas of waan omheen te hangen. Als de erkenning is uitgebleven, schuilt daarin dan misschien het geheim of het drama dat maakt dat de boodschap van de opera zo onoprecht, zo vrijblijvend en zo verkrampt overkomt?

Als na afloop duidelijk was dat Esmee haar verzetsvrienden niet heeft verraden, is er dan ook door de betrokkenen eervol afscheid van haar genomen? Is er gezegd: we hebben haar niet vertrouwd, we hebben haar zelf willen liquideren en we weten achteraf dat dat ten onrechte was. Esmee was te goeder trouw. Ze betaalde met haar leven voor ons aller vrijheid.

Is er een eerherstel geweest? En zo niet: wordt het dan niet tijd om dat niet horig maar manhaftig alsnog te doen?