'Een onderhandelaar moet zijn gevoelens opkroppen'; Lord Owen blikt terug op rol in ex-Joegoslavië

LEIDEN, 10 JUNI. Het is kwart over zeven 's ochtends als Lord David Owen fris de ontbijtzaal van zijn hotel in Leiden binnenstapt. Hij heeft zijn koffer alweer gepakt. Vorige week maakte Owen bekend deze maand af te treden als bemiddelaar van de Europese Unie in ex-Joegoslavië - zoals hij in januari aankondigde bij de Franse president Mitterrand - maar hij is nog permanent op reis: eerst Zagreb en Belgrado, daarna Leiden voor een toespraak op de universiteit, en over twee uur wacht op Schiphol het volgende vliegtuig.

Boven in zijn hotelkamer staat het ontbijt klaar. Owen frommelt een plakje kaas tussen een krentebol, neemt een grote hap en zakt achterover in een leren fauteuil. Hij gunt zich slechts enkele slokken koffie. Zodra hij begint over zijn rol de afgelopen drie jaar in de oorlog in ex-Joegoslavië en de mislukte vredesplannen ['Vance-Owen' en 'Owen-Stoltenberg'], ziet hij zijn koffie niet meer staan. De Britse EU-onderhandelaar (56) praat zakelijk en soms geëmotioneerd over zijn missie en de kritiek daarop.

Toen u in augustus 1992 aantrad als bemiddelaar van de Europese Unie, dacht u zes maanden nodig te hebben. Waarop baseerde u die verwachting?

“Dat was Cyrus Vance [oud-minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, en toenmalig onderhandelaar namens de Verenigde Naties]. Ik wist niks. Hij zei dat we volledige betrokkenheid voor zes maanden nodig hadden. Cy Vance, een oude vriend van mij [uit de tijd dat Owen de Britse minister van buitenlandse zaken was], had mij toen ik in Amerika was, gevraagd of hij mijn naam mocht noemen bij de Britse premier, die toen voorzitter was van de Europese Unie, en bij de Europeanen.

“Ik had in die tijd net de Britse regering gehekeld en haar verweten dat we geen VN-troepen op de grond hadden. Ik had me uitgesproken voor luchtacties in en rond het gebied van Banja Luka, waar een grote etnische zuivering aan de gang was, om de militaire opmars van de Bosnische Serviërs te stuiten. Mijn regering was daar tegen. Toen ik bij mijn aantreden de EU rondreisde, was het eerste wat ik van de meeste regeringen te horen kreeg: 'we zullen nooit akkoord gaan met luchtacties en nooit bereid zijn militair geweld te gebruiken'.”

Wat was uw doel?

“De oorlog in Bosnië-Herzegovina beëindigen.”

Had u een plan?

“Nee. Ik geloof niet in het benaderen van problemen met vooropgezette concepties. Vergeet niet dat Cy Vance al zo'n tien maanden met het gebied bezig was, hij had in januari 1992 de wapenstilstand in Kroatië bereikt en wist al heel veel. Het lag dus voor de hand dat ik in hoge mate moest afgaan op zijn veronderstellingen. Vance zei drie dingen: we moeten dag en nacht werken, full time, in Genève, en we moeten alle aspecten van het probleem aanpakken: Kroatië, Bosnië, de relatie van Zagreb met Belgrado, Macedonië, en Kosovo.”

Wat zijn nu uw belangrijkste prestaties?

“In de eerste plaats is de oorlog ingedamd. Toen vreesden velen - ik ook - dat er een lont van Sarajevo naar de Sandzak, naar Kosovo, naar Macedonië, naar Albanië, naar Griekenland en naar Turkije liep. Die is niet aangestoken. De tweede prestatie is de humanitaire missie in Bosnië-Herzegovina, die ongeveer in diezelfde tijd werd aangekondigd en die de VN-troepen ter plaatse bracht - wat de strategische situatie volledig veranderde. Iedereen vergeet nu dat deskundigen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en anderen voorspelden dat die winter van '92-'93 honderdduizenden doden zouden vallen. Dat was een realistische voorspelling toen.

“In Macedonië speelden we een grote rol bij de volkstelling en de verkiezingen. Vance en ik pleitten voor de preventieve inzet van VN-troepen in Macedonië - de eerste keer dat dat gebeurde. We kregen van de Londense Joegoslavië-Conferentie de opdracht aanbevelingen te doen over het oorlogstribunaal. We besloten dat dat volledig los van het onderhandelingsproces moest staan, zodat het een eigen leven zou leiden en wij konden zeggen dat we er niets mee te maken hadden als een van de partijen ons erop zou aanspreken.

“We hebben in Kroatië - moeizaam - de vrede bewaard. Deze hele periode heeft in Kroatië een oorlog op de loer gelegen waar de wereld niets meer van wil weten. Ik ben bijna langer met Kroatië en de dialoog tussen Zagreb en Belgrado, die op gang is gebracht, bezig geweest dan met Bosnië. Maar onze grootste prestatie is het Vance-Owen-vredesplan.”

De wreedheden in Kroatië en Bosnië waren voor uw aantreden al bekend. Wat deden ze u?

“In juli 1992 had ik de stilte verbroken en voor de BBC-radio geëist dat we zouden ingrijpen, met humanitaire interventies. Toen Vukovar werd belegerd was ik behoorlijk verbaasd dat de wereld daar niets aan deed. Ik was ook echt kwaad dat we de marine geen geweld hebben laten gebruiken om het beschieten van Dubrovnik te beëindigen. Ik begon dus met een gevoel van frustratie omdat we niet genoeg deden. Ten tijde van de etnische zuivering rond Prijedor schreef ik daar behoorlijk felle stukken in de kranten over. Ik was toen te emotioneel.”

Net zoals de Amerikanen, die zeggen 'neem de Serviërs te grazen'?

“Bijna ja. Ik eiste luchtaanvallen toen [lacht] kandidaat Clinton luchtaanvallen eiste, in juli en augustus 1992. Maar toen ik als onderhandelaar aantrad wist ik dat het maximum dat we konden doen bestond uit de humanitaire missie, het voeden van de bevolking die winter en het zo snel mogelijk bereiken van een regeling. De urgentie van het Vance-Owen-plan is moeilijk aan te geven nu de wereld achterover lijkt te leunen - iets waarover ik eerlijk gezegd moreel verontwaardigd ben.”

Hebben uw emoties vóór uw aantreden invloed gehad op uw mening over de vraag wie de belangrijkste agressors waren?

“Wel ... [zucht] Natuurlijk, er bestaat bij mij geen twijfel - en die is er ook nooit geweest. Ik heb nooit geloofd in een gelijke morele schuld. De ergste zondaars zijn de Bosnische Serviërs geweest.”

Veel critici dachten eerder dat de Bosnische Serviërs uw beste vrienden waren.

“Dat is een walgelijke opvatting. Die kan alleen voortkomen uit onwetendheid. Ik ken de kritiek. Maar Cy Vance en ik hebben een grote reputatie op het gebied van de mensenrechten. Ik ben die kritiek maar in twee landen tegengekomen, drie misschien: Nederland, Amerika en tot op zekere hoogte Duitsland.”

Toen u in augustus 1992 begon hadden de Bosnische Serviërs al duidelijk gemaakt dat ze niet in de Bosnische staat wilden leven. Maakte dat uw missie niet bij voorbaat heel moeilijk, zo niet kansloos?

Verbaasd: “Wat een totaal absurde vraag. Natuurlijk willen diegenen die land hebben veroverd dat niet afstaan.”

We bedoelen: ze wilden niet in die staat leven.

“Dat is steeds het probleem. De Albanezen van Kosovo willen Servië uit, de Serviërs van de Krajina willen Kroatië uit - als je vindt dat je missie hopeloos is als partijen iets anders willen dan de internationale gemeenschap, moet je natuurlijk opstappen en naar huis gaan. Het was duidelijk dat het een hels gevecht zou worden om mensen die op het slagveld niet hebben verloren tot terugtrekking te bewegen. In het Vance-Owen-plan moesten de Bosnische Serviërs 24 procent teruggeven, en dat terwijl we geen militaire en maar beperkte diplomatieke macht hadden. We hadden alleen economische sancties [tegen Servië].”

Het Vance-Owen-plan is gehekeld omdat het de etnische zuiveringen van de Bosnische Serviërs legaliseerde ...

“Absolute onzin.”

... kunt u die kritiek begrijpen?

“Die kan ik dus helemaal niet begrijpen. Het was een absoluut schandelijke episode, vooral in Nederland, dat een grote reputatie heeft op het gebied van de mensenrechten. Ik hoop dat de mensen hier inzien hoe emoties - rauwe emoties - zowel de buitenlandse politiek van hun land als de media hebben geleid. Ik hoop echt dat uw land dat heel serieus heronderzoekt. U hebt heel grote problemen opgeworpen voor het Vance-Owen-vredesplan, Nederland was hèt EU-land dat ertegen te keer ging. Het beïnvloedde sommige houdingen van de nieuwe regering-Clinton. Nederland speelde een belangrijke rol bij het torpederen van het Vance-Owen-plan. Dat moet het onder ogen zien, omdat dat standpunt was gebaseerd op onwetendheid en onwerkelijk moralisme. Ik denk dat dat al gebeurt, want u steunt nu het plan van de internationale contactgroep dat de Serviërs 49 procent geeft en Bosnië in drieën verdeelt. Het Vance-Owen-plan, met tien provincies, géén aaneengesloten gebieden, demilitarisatie, massale VN-aanwezigheid, en toezicht op de naleving van de mensenrechten ... als er één land in Europa voor het Vance-Owen-plan had moeten opkomen was het Nederland wel.”

Maar had de kritiek inhoud?

“Als de militaire optie uitgesloten was - en come on, de Nederlandse regering heeft ook nooit willen vechten - konden we niets anders doen dan onderhandelen. Daarom is een zekere mate van winst door wapengeweld mogelijk gebleven.”

Wat vindt u van de kritiek dat het plan Servische agressie beloonde?

“Dat is werkelijk nonsens. Kijk naar het plan: Prijedor [het gebied van de ergste etnische zuiveringen] kwam terug bij de moslim-provincies, en veel van de felst omstreden gebieden, Bihac, Zvornik. Misschien sommige gebieden niet, maar er was altijd het probleem dat de Serviërs plattelanders zijn en daarom meer land bezetten dan hun bevolkingsaantal rechtvaardigde. De Serviërs zeggen dat ze recht hadden op zestig procent - wat ik niet geloof. Maar hoe dan ook, er was een fantastische terugtrekking. Een van de problemen was dat ik wilde verhinderen dat de mensen wisten hoeveel de Serviërs zouden moeten opgeven. Uiteindelijk gingen we ermee akkoord - om de regering-Clinton te overtuigen - een landkaart te laten zien waarop in het zwart was aangegeven hoeveel de Serviërs moesten terugtrekken. Dat was een geweldige fout. Ik wist het, ik had het niet moeten toestaan. Want het hielp ons wel om de Amerikanen te overtuigen, maar het alarmeerde de Serviërs en zij verweten het ons voortdurend.”

De Servische provincies waren niet onderling verbonden. Was het plan daardoor niet bij voorbaat onaanvaardbaar voor de Serviërs?

“Als ze wel verbonden waren geweest, hadden ze in wezen één republiek gevormd. Daar ging het om: ze mochten geen staat in de staat vormen.”

Maar waarom presenteerde u het plan als u wist dat ze het niet zouden accepteren?

“Uiteindelijk kregen we hen ertoe het te accepteren. Maar toen brachten we ongelukkigerwijs één grote verandering aan om de Amerikanen aan boord te krijgen. We brachten in de Bosnisch-Kroatische provincie Posavina een kleine correctie aan. We verbonden [de moslimsteden] Tuzla en Brcko met elkaar door een corridor en doorsneden daarmee twee keer de Servische corridor [tussen Servië en Noord-Bosnië]. Dat was voor de Serviërs een brug te ver. Het was een fatale fout van Vance en mij. We wisten het op dat moment, maar we hadden geen keus, we moesten de Amerikanen overtuigen.

“Ons probleem was dat de dynamiek van ons plan was beïnvloed door de Amerikaanse verkiezingen. Als Bush de verkiezingen had gewonnen was het plan er doorgekomen. Clinton had een ander standpunt. Ik heb me niet gerealiseerd hoe diep dat zat. Het werd gevoed door een heel effectieve public relations-campagne in het Congres voor de zaak van de moslim-regering. Daardoor moesten we steeds onze acties tegen de moslim-regering rechtvaardigen zonder dat er ooit een greintje begrip voor de Serviërs kwam. In die tijd waren er heel wat hooggeplaatste Amerikanen die dachten dat de Bosnische Serviërs allemaal uit Servië waren gekomen. We hadden voortdurend met onwetendheid te maken.

“In mei 1993 torpedeerden de Amerikanen het plan uiteindelijk [nadat de Bosnische Serviërs het vier keer hadden afgewezen]. De regeringen die ons verweten dat wij etnische zuiveringen voorstonden [staccato nu], dat wij voor territoriale vergroting gingen, dat het concessiepolitiek was, dat het een Chamberlain-act was, zeiden nù ineens dat wij genereuzer moesten zijn tegenover de Serviërs.

“Het was de grootste fout die de internationale gemeenschap heeft gemaakt. Het leidde ertoe dat Karadzic en de anderen in Pale met hun uitdagende houding wegkwamen. Toen ik in juni Karadzic weer zag, was hij als the cat that licked the cream. Hij had het opgenomen tegen de hele internationale gemeenschap èn tegen zijn collega-Servische leider Milosevic [president van Servië]. Het holde de macht van Milosevic uit. Het was een zelftoegebrachte wond van Amerika, en Frankrijk en Groot-Brittannië. Het Vance-Owen-vredesplan was de laatste mogelijkheid om Bosnië weer aan elkaar te plakken.”

Historici vinden dat de moslim-Kroatische oorlog van '93-'94 in Bosnië voortkwam uit uw plan, omdat de provinciegrenzen niet goed waren aangegeven en de partijen om meer land gingen vechten. Deelt u die kritiek?

“Nee. Ik was geschokt toen ik al heel vroeg ontdekte dat het moslim-Kroatische bondgenootschap geen echte coalitie was. In het collectieve presidentschap van Bosnië hadden de Kroaten al geen rol meer. Er waren in november 1992 al heel nare etnische zuiveringen in westelijk Herzegovina. Het lange uitstel van het plan moedigde de Kroaten en moslims aan te gaan vechten. Die oorlog was de straf voor de vertraging van het plan.”

Vance werd namens de VN opgevolgd door de Noor Thorvald Stoltenberg. Korte tijd later, in de zomer van 1993, kwam het Owen-Stoltenberg-plan ...

Fel: “Het is geen Owen-Stoltenberg-plan, dat was de mythe die de pers en de propagandisten verzonnen. Wij hebben er aan meegeholpen, maar het plan voor de Unie van Drie Republieken is van de grond af opgebouwd. Toen 'Vance-Owen' eenmaal op de schroothoop lag en de etnische zuiveringen doorgingen, die de landkaart elk week veranderden, was het duidelijk dat we afgingen op scheiding. Natuurlijk zeiden de grote regeringen dat niet op die manier, maar ze wisten het.

“Ik heb toen bijna ontslag genomen. Ik ben naar Izetbegovic [de Bosnische president] gegaan, die mij met klem vroeg aan te blijven. Ik heb lange tijd een heel goede werkrelatie met Izetbegovic gehad. Ik las in de kranten dat David Owen en Stoltenberg hem 'dwongen' te praten over Sarajevo, terwijl wij dan net uit een overleg kwamen waar hij zèlf vijf, zes uur straat na straat doornam. Er was een constante desinformatiecampagne aan de gang.

“Vervolgens kwamen Tudjman [president van Kroatië] en Milosevic in juni naar Genève en presenteerden ons een voorstel om Bosnië-Herzegovina in drieën te verdelen. Die eerste kaart, op de achterkant van een servetje, ging uit van 23 procent [voor de moslims]. Wij vonden dat belachelijk. Ik heb toen de Europese Unie voorgesteld te onderhandelen over een moslim-republiek, die economisch levensvatbaar is, van de Sava tot de zee, van ongeveer 30 procent. Daarmee zijn we aan de slag gegaan. De hele zomer hebben we door-onderhandeld over de constitutie van de Unie van Drie Republieken, zin voor zin. Met alle partijen. Dat was geen Owen-Stoltenberg-plan! En het beloonde wel degelijk agressie!”

Owen vertelt hoe hij er in het najaar van 1993 tijdens moeizaam overleg in slaagde de moslim-republiek tot uiteindelijk 33,5 procent van het grondgebied uit te breiden. Tijdens overleg in Brussel eiste Izetbegovic “nog een half procent in West- en een half procent in Oost-Bosnië”. “Milosevic keek naar Karadzic en [diens tweede man] Krajisnik en zei: 'Kom op, dat moet lukken', en vertrok. De volgende ochtend kwamen ze over de brug met 0,2 en 0,3 procent. Absoluut typisch Servisch, die weigering om met dat extra beetje over de brug te komen.” De moslims waren er toen echter volgens Owen al van overtuigd met militaire middelen meer te bereiken.

U heeft zelf gezegd dat dit plan “in de hel” is ontwikkeld. Om die beeldspraak aan te houden: wie was de duivel dan?

“Bosnië-Herzegovina. Het plan kwam voort uit het slagveld.”

De critici mogen dus u niet als de duivel beschouwen?

Plotseling furieus: “Ik zit hier niet in de beklaagdenbank. Ik hoef hier niet eens te blijven. Als u op deze manier doorgaat, interesseert me dat geen bal. Dan ga ik weg. Jullie zijn erg bevooroordeeld.”

Het is geen mening, het is een vraag.

“Als u in 1995 nog steeds deze onzin verkondigt, moet u dat vooral doen. It's rubbish!”

U bent in de internationale publieke opinie gehekeld en zelfs Lord Fraud genoemd.

“Ik ben in mijn eigen land niet gekritiseerd over morele vragen. Men vond ons fatsoenlijke mensen met een moeilijke opdracht. In Nederland is dat soort kritiek er wel geweest. Je moet die kritiek serieus nemen zonder paranoïde te worden. Paranoia is de ziekte van de politici.”

Veel mensen noemen degenen met wie u moest onderhandelen het tuig van de Balkan. Bent u het daarmee eens?

“Nee, nee. Het heeft geen zin om dat soort woorden te gebruiken. Mijn opvolger [de Zweedse ex-premier] Carl Bildt, moet ook nog een werkrelatie met hen opbouwen. Het enige wat ik erover wil zeggen is dat het vreemden van de waarheid zijn. We moeten de consequenties van vijftig jaar communisme onder ogen zien. Dat heeft waarden uitgehold. Dat was een groot probleem in de onderhandelingen. Ze kwamen uit een soort woud van leugens en de waarheid vaststellen is dan extreem moeilijk. Wapenstilstanden waren net confetti. Ze tekenden die, en nog voor de inkt droog was was het al weer voorbij. Dat was verbazingwekkend. [lacht] Ze kijken je recht in de ogen, zij weten het, jij weet het.”

Ongeveer de hele wereld beschouwt Karadzic als de ergste boef. Kunt u zich daar in vinden?

“De Bosnische Serviërs zijn verantwoordelijk voor de meeste misdaden. Hun bijdrage aan de etnische zuivering is verreweg het grootst en het afschuwelijkst.”

Kon u Karadzic vertrouwen?

“Nee.”

Hoe ging u daarmee om?

“Je moet zaken doen met wie je zaken mòèt doen. Een onderhandelaar krijgt te maken met macht. Karadzic vormt samen met Krajisnik en [generaal] Mladic de machtsstructuur. Waarom worden mensen als ik op pad gestuurd? Omdat regeringen niet betrokken willen raken. Onderhandelaars knappen het vuile werk op voor regeringen en het publiek. De regeringen waren niet bereid om Milosevic te ontmoeten. Maar die mòèsten we zien. Twee jaar lang zijn we gehekeld voor het ontmoeten van Milosevic. En nù zitten de Amerikanen in Belgrado met Milosevic aan tafel. Dat is je rol: jij maakt je handen vuil voor anderen. Het wordt anders als je anderen moet vragen te leven met een onvolmaakte, onrechtvaardige vrede. Dat is het probleem met Bosnië. Te weinig mensen plaatsten vraagtekens bij het soort propaganda over de volmaakte vrede, en hoe bereikbaar die was. We gingen het verkeerde pad op toen we [in Bosnië] een regering erkenden die maar elf procent van het land beheerste.

“Een onderhandelaar moet zijn gevoelens opkroppen, maar wel weten wat goed en fout is. Als er excessen zijn moet hij zijn stem verheffen en dat heb ik gedaan. Ik weet te veel - schieten op eigen troepen om incidenten te creëren ... Er is teveel gebeurd om van een zuivere, simpele oorlog tussen goed en kwaad te praten.”

U hebt herhaaldelijk gepleit tegen het gebruik van Westers geweld tegen de Bosnische Serviërs.

“Nee, nee, dat is niet waar. Wie heeft om het vliegverbod gevraagd? Wie heeft gezegd dat het moet worden afgedwongen? Wie was voor luchtaanvallen? Wie was voor de wapenvrije zone rond Sarajevo, onder de juiste voorwaarden? Ik was bijvoorbeeld veel uitgesprokener dan Vance voor selectief gebruik van geweld uit de lucht.

“Trouwens, je ziet nu dat de Bosnische Serviërs niet bang zijn voor luchtaanvallen. Sommigen geloofden dat de Bosnische Serviërs slivovits-drinkende slapjanussen zijn. Dat zijn ze niet! Ik heb uren met generaal Mladic rond de tafel gezeten. Die man heeft heel goed op een rij gezet wat er gebeurt bij aanvallen van de NAVO. Hij heeft de kleinste details van de geallieerde luchtaanvallen in Irak bestudeerd. Die man zat in de topklasse van het in omvang vierde of vijfde leger in de wereld [het Joegoslavische federale leger]. Die mensen máken de radar, máken de wapensystemen, ze kennen de beperkingen en de kracht ervan. Het heeft geen zin te praten over Mladic alsof hij een gek is. Ik vind hem overigens wel een racist.”

Ziet u zichzelf als een symbool van het gebrek aan Westerse politieke wil om werkelijk betrokken te raken?

“Nee. Want democratische regeringen hebben besloten geen strijdende partij te worden. De media willen misschien dat ze dat worden. Wellicht willen jullie heel graag je camouflagepak aantrekken en gaan vechten. Het zou goed zijn als sommige journalisten dat eens zouden doen. Mijn weerzin tegen dit soort laptop bombardiers is behoorlijk groot. Volgens mij is het vak journalistiek aan een serieuze herziening toe. Als democratische regeringen geen strijdende partij willen worden, val dan mensen niet aan die door die regeringen worden gevraagd te onderhandelen. En probeer ook eens de zaak van de Bosnische Serviërs en de Bosnische Kroaten te begrijpen.”

De Nederlandse minister Kooijmans heeft u op zeker moment naar Den Haag geroepen voor opheldering. Zijn voorganger, Van den Broek, heeft u zelfs een “capitulatiestrategie” verweten.

“Hans van den Broek heeft in diverse fasen dingen gezegd over het voeren van oorlog, die toen hij minister was niet door zijn eigen regering en die toen hij Europees Commissaris was niet door de Europese Gemeenschap werden gesteund. Van den Broek heeft zijn standpunt, waar de Europese Commissie naar luistert, maar het is absoluut niet cruciaal, omdat het om de stem van het voorzitterschap [van de EU] gaat. Hij kan zich de luxe van zulke commentaren dus permitteren. But I like Hans van den Broek.”

Vindt u dat Europa verdeeld is over Bosnië?

“We zijn meer één dan in het verleden. Ik heb veel steun gekregen. De EU steunde het Vance-Owen-plan tot het werd gedumpt.”

Het Europees Parlement heeft niettemin om uw aftreden gevraagd.

“Het Europees Parlement speelt geen grote rol in het gemeenschappelijke en veiligheidsbeleid. Ik ben blij dat de meeste ministers van buitenlandse zaken het volledig oneerlijk vonden. Als het beleid van de EU je niet bevalt, geef dan de ministers de schuld, niet de onderhandelaar.”

Wat het Amerikaanse leiderschap betreft: heeft vrede in Bosnië ooit van de Amerikanen afgehangen?

“Ja, bij een aantal gelegenheden wel. Hun invloed op de Bosnische moslims is een aantal keren heel belangrijk geweest. Ze hebben zich er - niet terecht volgens mij - niet toe kunnen brengen een paar vredesinitiatieven te steunen. Ze zagen deze oorlog erg in termen van agressor en slachtoffer. De ingewikkeldheid van de oorlog is het Amerikaanse volk nu veel duidelijker.”

Een jaar geleden belandde u in de schaduw, toen uw onderhandelingen over Bosnië werden overgenomen door de internationale contactgroep [VS, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland]. Was het zinvol het overleg over Bosnië los te koppelen van dat over Kroatië?

“Het was okee de onderhandelingen te scheiden. Het was wel heel belangrijk de koppeling met de contactgroep te leggen. Daarom is het belangrijk dat mijn privésecretaris in de contactgroep zit. De contactgroep is van belang omdat regeringen betrokken raken. Ik was daar een van de architecten van. We konden niet verder gaan terwijl de Amerikanen zich bleven distantiëren van de onderhandelingen. Ze moesten erbij zijn. Veel leden van de EU waren ongelukkig omdat ze er niet tegen konden dat een kleine groep landen aan het werk ging. De laatste tijd richten Stoltenberg en ik ons vooral op Kroatië en Macedonië.”

Hoe ziet u de toekomst van de oorlog?

“Er is nu een window of opportunity voor onderhandelingen, deze zomer. Ik hoop vurig dat ze die kans aangrijpen. Het simplisme van het bombarderen is aangetoond. Amerika is er nu bij en onderhandelt met Milosevic. Als deze kans niet wordt aangegrepen wordt het erg moeilijk om een aanwezigheid van de VN te rechtvaardigen en is Libanon het perspectief. Ik ben blij dat de VN-macht wordt versterkt [met de 'snelle reactiemacht' die nu naar Bosnië gaat].”

U bent weer heel optimistisch.

“Natuurlijk. Er zijn genoeg pessimisten.”

Sommigen vinden dat naïef.

Lord Owen grijnst, kijkt uit het raam, kijkt naar zijn schoenen: “Dat is zelden over mij gezegd. Misschien wel nooit.”

    • Peter Michielsen
    • Robert van de Roer