Dertig-plussers bellen hun onvolmaaktheid van zich af

UTRECHT, 9 JUNI. Het beeld van de zielige oudjes die hun eenzaamheid wegbellen is hardnekkig. Ieder jaar rond Kerst wordt de directeur van de SOS telefonische hulpdiensten weer gebeld door tientallen journalisten op zoek naar een meeslepende reportage. Maar uit het jaarverslag over 1994 blijkt dat meer dan de helft van de bellers dertig-plusser is, 'op het hoogtepunt van zijnmaatschappelijke loopbaan'. Ongeveer eenderde van hen belt wegens relatieproblemen.

Voor wie behoefte heeft aan 'een gesprek van mens tot mens' staan de lijnen van de SOS telefonische hulpdiensten dag en nacht open. In 1994 is het aantal gesprekken - na een jarenlange stijging - met acht procent afgenomen tot 183.625. Maar ondanks deze daling, nam het aantal bellers dat over een relatieprobleem wilde praten met ongeveer 10.000 toe. Met name in de leeftijdsgroep 31-50 jaar bellen relatief veel mensen omdat ze zich eenzaam voelen.

“De druk op de samenleving wordt steeds groter en dat treft vooral dertig-plussers”, zegt directeur D. van Kooten van de telefonische hulpdienst. Niet alleen ervaren vooral zij een hoge werkdruk - ze willen koste wat kost succesvol zijn - ook aan de relatie met een geliefde stellen zij hoge eisen. “De partner moet een compleet mens zijn”, zegt Van Kooten. “Alles moet perfect.” Als dan eenmaal blijkt dat het ideaalbeeld niet te verwezenlijken is, wil men voor vrienden en familie vaak nog de schijn van succes ophouden. “Of ze constateren dat hun vrienden net zo'n gejaagd leven als zijzelf leiden en geen tijd voor andermans problemen hebben.” Dan is er dus de vrijwilliger van de telefonische hulpdienst.

Een huis met gesloten gordijnen in een oude Utrechtse wijk. Bij de bel geen naambordje, in de vensterbank stoffige vetplanten. In de kale woonkamer staat in de hoek een bed, op een tafeltje ligt een puzzel van 1.500 stukjes. Hier werken de vrijwilligers van de Utrechtse hulplijn. De dienstdoende hulpverlener vertelt haar naam liever niet. De anonimiteit moet zoveel mogelijk gewaarborgd blijven - ter bescherming van de bellers èn van haarzelf.

Honderden anonieme stemmen hebben haar inmiddels hun problemen ingefluisterd. “Het karakters van de gesprekken verandert”, zegt ze. Acht jaar geleden was luisteren alleen vaak al voldoende. “Tegenwoordig willen de bellers een diepgaand gesprek.” En met de veranderingen in de samenleving, verandert ook het onderwerp. Acht jaar geleden vroegen vrouwen die van hun man af wilden vooral wat de financiële gevolgen daarvan zouden zijn. Nu vrouwen financieel zelfstandiger zijn, bellen ze vooral om te praten over hun angsten en emotionele problemen bij een scheiding. Verder zijn met het langer worden van de wachtlijsten van Riaggs en maatschappelijk werk, meer mensen met psycho-sociale problemen aangewezen op de telefonische hulpdienst. En met alle aandacht in de media voor incestslachtoffers neemt ook die groep bellers toe.

De Utrechtse vrijwilligster krijgt overigens ook steeds vaker mannenstemmen aan de lijn die vertellen dat ze nog maar net vrouw zijn. “Heel verwarrend.” Deze week komt een 'genderteam' van de Amsterdamse GG en GD naar Utrecht om de vrijwilligers bij te praten over de zorgen en problemen van transseksuelen en travestieten.

Maar de vrijwilligers van de SOS telefonische hulpdiensten zijn lang niet de enige die aan de andere kant van de telefoon gedachten ordenen en eenzaamheid verdrijven. Een kleine greep uit de door Van Kooten aangelegde lijst: Vrouwen bellen Vrouwen, de Relatielijn seksuele minderheden, de 06-psychiaterlijn, de Stichting Anonieme Bellers, de Opvoedtelefoon, de Stop-met-roken-lijn en het Meldpunt leeftijddiscriminatie. Voor mensen met een minder duidelijk omschreven probleem zijn ook de commerciële babbelboxen nog een mogelijkheid. Deze lange lijst zou volgens directeur Van Kooten een verklaring kunnen zijn voor de genoemde daling van het totaal aantal gesprekken bij de SOS telefonische hulpdiensten. “Want ik ga er maar even niet van uit dat Nederlanders gelukkiger zijn geworden.”

    • Monique Snoeijen