Deen ruikt Britse aandelen in Shell

ESBJERG, 10 JUNI. “Het stinkt naar oliebelangen in de Britse regering”, zei gisteren opeens een lid van de Deense delegatie bij de Noordzee-milieuconferentie in Esbjerg. “Volgens mij zitten ze daar tot over hun oren in aandelen Shell.” Geschrokken keek hij vervolgens zijn nieuwsgierige omstanders aan en vertrok toen schielijk, verontschuldigingen voor zich uit mompelend. De omstanders keken elkaar geamuseerd aan. De Deen had op kernachtige wijze een gevoel onder deelnemers en toehoorders van de conferentie vertolkt dat de Britten, met hun goedkeuring aan Shell om een zwaar vervuild olieplatform in zee te laten verdwijnen, meer dienen dan wat zij zelf uitsluitend een 'milieubelang' noemen.

De Britten onthielden gisteren hun steun aan een passage in de slotverklaring waarin wordt gesteld dat verouderde olie- en gasplatforms aan land moeten worden ontmanteld.

Het Verenigd Koninkrijk maakt zelf wel uit wat het beste is voor het milieu, zei John Grummer, de Britse mninister van milieuzaken. De ene keer betekent dat een platform naar land brengen, de andere keer het laten zinken in zee. De Britse regering laat zich in elk geval niet de wet voorschrijven door Greenpeace, dat “geen cent in de offshore-industrie heeft gestoken”, aldus de Britse minister.

Greenpeace zei dat de Britse regering zijn beslissing nog wel zou betreuren, maar gaf niet aan waarop Londen kan rekenen aan vergeldingsacties door de milieu-organisatie.

Het olieplatform in kwestie, een omvangrijke stalen cylinder van 140 meter hoog genaamd Brent Spar, diende tot 1991 als opslagplaats voor opgepompte olie. Tankers legden regelmatig aan Brent Spar vast om de olie aan land te brengen. Een pijpleiding heeft die taak overgenomen.

Brent Spar is vervuild met zo'n 100 ton oliebezinksel dat zware metalen bevat, en met ruim 30 ton aan strontium en bariumzouten die licht radioactief zijn.

Pag.5: De Britten werken graag mee aan verbetering milieu, 'maar helaas is het niet haalbaar'

Het aan land brengen van deze stoffen diende volgens Shell geen enkel milieubelang, terwijl het slopen van het platform alleen maar heel veel geld kost. De Britse regering bleek het daarmee eens en gaf Shell toestemming het platform te dumpen. Men besloot dat niet in de relatief ondiepe Noordzee te doen, maar in de Atlantische Oceaan op een plek ten oosten van de Shetlandeilanden waar de zee ruim twee kilometer diep is.

Gezien deze plek buiten het conferentiegebied klaagden de milieuministers van de Noordzee-landen de afgelopen dagen dat de platformproblematiek wel een erg grote rol voor zichzelf opeiste. Die klacht achtten de milieu-organisaties volkomen ongegrond. In de Noordzee staan 400 olie- en gasplatforms die allemaal op zijn tijd zullen moeten verdwijnen. Een eerste generatie platforms afkomstig uit de jaren zeventig is de komende tien jaar aan de beurt. Wat er met Brent Spar dreigt te gebeuren schept gevaarlijke precedenten, vinden de milieu-organisaties.

De meeste Noordzee-landen halen hun schouders op over het probleem. Het spreekt voor hen vanzelf dat de oliemaatschappijen platforms naar land brengen om ze daar te ontmantelen. “Ze hebben ze in zee neergezet, dus halen ze ze er ook maar weer uit”, aldus een Nederlands delegatielid.

Als de platforms van staal zijn moet dat zonder meer kunnen. Bij betonnen bouwsels ligt het iets moeilijker, zoals Noorwegen met gepaste gêne aanvoerde om vervolgens eveneens geen steun te geven aan de passage over platforms in de slotverklaring. Maar Noorwegen toonde zich op vrijwel alle andere punten solidair, terwijl de Britten zich voortdurend op de vlakte hielden. Aan het vrijmaken van zeewater van nitraten en fosfaten afkomstig uit mest die voor giftige algen zorgen, werken de Britten graag mee. Wat jammer alleen dat het niet haalbaar is in de praktijk, aldus milieuminister Gummer.

Ook het elimineren van gevaarlijke stoffen binnen 25 jaar waartoe de conferentie besloot, is in de praktijk nauwelijks te doen, aldus de Britten. “De Britten tekenen niets dat onhaalbaar is”, aldus Gummer, en maakte opnieuw een voorbehoud. Daarentegen aarzelden de Britten niet de Denen af te schilderen als primitieve piraten, die kleine visjes in grote hoeveelheden uit zee halen om er meel van te maken en diervoeder. Dat is een slechte gewoonte vinden ook veel Denen, waar maar eens een eind aan moet worden gemaakt. De Denen stemden in met een speciale conferentie over visserij in de Noordzee. “Het wordt pijnlijk voor de Denen om die industrie te ontmantelen”, aldus een Noors delegatielid. “Maar als de bevolking er aan wil, zal het ook wel gebeuren.” De reacties op de resultaten van deze vierde Noordzeeconferentie zijn gemengd. Buiten de problematiek rond de olieplatforms toonde Greenpeace zich verheugd over de beslissing de zee vrij te maken van giftige stoffen. “Dit is een grote nederlaag voor de chemische industrie die de Noordzee tot nog toe als zijn particuliere gifbelt heeft gezien”, aldus de milieuorganisatie. Op het punt van overbevissing had volgens Greenpeace een krachtiger besluit genomen moeten worden dan de extra vergadering in Noorwegen waartoe de ministers te bewegen waren.

Het Wereldnatuurfonds is blij dat de Noordzee de status van beschermd gebied krijgt, maar beschuldigde de ministers verder van besluiteloosheid. Voordat ergens tussen 2000 en 2002 een volgende Noordzeeconferentie wordt gehouden wil het Wereldnatuurfonds harde toezeggingen zien van afzonderlijke landen om de problemen aan te pakken.

De Vogelbeschermingsorganisatie Bird Life International is blij dat de conferentie heeft erkend dat het slecht gaat met de visstanden in de Noordzee waardoor ook de vogels lijden. Volgens de organisatie zijn de woorden van de ministers valse beloftes als niet met heel veel geld vissers schadeloos worden gesteld. “Maar omdat de drie vorige conferenties niet zonder resultaten zijn gebleven en de Noordzee nu veel schoner is dan tien jaar geleden”, aldus een woordvoerder van Birdlife, “hebben we goede hoop dat het ook nu goed komt.”