De onvermijdelijke versporting van de universiteit

Wat een pech voor minister Ritzen! Het hele jaar kan hij al niets goed doen, en dan nu, tot overmaat van ramp, nog die betweterige amateurs uit de Eerste Kamer die zijn prestatiebeurs tegenhouden.

Het is de tragiek van het onderwijs zelf, de noodgedwongen omgang met onwetenden, die zijn optreden in het paarse kabinet tot zo'n pijnlijke struikelpartij maken. Want goedbeschouwd is er geen ander beleidsterrein waarop zoveel leken zoveel onzinnige kritiek hebben als juist het onderwijs. Alleen vanwege het feit dat men zelf de lagere school doorlopen heeft, denkt iedereen het beter te weten dan ambtenaar of minister. Het resultaat is een muur van wantrouwen en conservatisme, die elke vernieuwing in de weg staat. Vaak zijn het de minst getalenteerden die nog zo onder de indruk zijn van het eigen diploma dat ze zich niet kunnen voorstellen dat zoveel geleerdheid ook sneller verworven kan worden. Nu weer die VVD-senator Van Boven die bang is dat een prestatiebeurs de omzet van de corpssociëteit doet kelderen, omdat de student geen tijd meer heeft voor een 'actief verenigingsleven'. Daarom was hij 'principieel' tegen. En daarom komt de arme Ritzen nu 500 miljoen tekort.

Terwijl zijn beurs toch zo'n prima paars idee is, dat helemaal past bij de we-gaan-ervoor mentaliteit van de generatie Next, waarvan de schooltas nu aan de vlaggestok bungelt. Deze generatie is namelijk als eerste helemaal het produkt van het sportveld. Toen in de jaren tachtig de ideologieën niet meer uit het Frans vertaald konden worden, politieke vernieuwing slechts bejaarden op de been bracht, en het geloof alleen nog maar ingestraald werd, bleef de sport over als bindmiddel voor de jongeren. En dat merken de intellectuelen in het wetenschappelijk onderwijs van de jaren negentig. Het begon met de schoenen, daarna kwam de base-ball cap, vervolgens het rugby-shirt en nu komen de meeste eerstejaars op skeelers de collegezaal binnen suizen, gehuld in avant-gardistische trainingspakken. Ze komen niet om te studeren, maar om te presteren. En liefst zo maximaal mogelijk. Daarvoor zijn duidelijke spelregels nodig, een glashelder puntensysteem en een goed gevulde prijzenpot. Als daarvoor gezorgd kan worden, is de motivatie geen probleem en wordt de studie een wedstrijd die zij in no time in hun voordeel beslissen. De prestatiebeurs van Ritzen is een flinke stap in die richting, omdat het de eerste overheidsbeurs is die je kunt winnen in plaats van kwijtraken.

Niet alleen het studeren maar ook de wetenschap zelf wordt trouwens steeds meer topsport. Zo koestert iedere universiteit tegenwoordig zijn toptalenten in Centers of Excellence. Dat zijn trainingskampen waar de beste wetenschappelijke speurhonden scherp gehouden worden door internationaal befaamde coaches. Onder hun bezielende leiding worden hechte teams gesmeed, die in de academische wereldcompetitie het ene succes na het andere binnenhalen. Daarbij gaat het er hard aan toe, en zijn de rust, inkeer en distantie die de wetenschap vroeger tot zo'n vrijblijvende bezigheid maakten streng verboden. Commitment, drive, force, dat zijn de kwaliteiten waarop geselecteerd wordt. En menig hoogleraar studeert in Zeist voor zijn Trainers A-diploma, om in de academische wereld mee te kunnen blijven draaien.

Er zijn meer voorbeelden van versporting aan de universiteit. Wat te denken van de vele prijsvragen en competities die vaak in samenwerking met het bedrijfsleven worden uitgeschreven. Met een beetje behoorlijke scriptie kun je tegenwoordig niet alleen afstuderen, maar vaak ook nog een forse premie binnenhalen. Daarvoor hoef je alleen de inhoud aan te passen aan de voorwaarden van de firma die de prijs uitlooft. En bij deze vorm van sponsoring zal het niet blijven. Het is denkbaar dat hele faculteiten contracten gaan afsluiten voor reclame op bedrijfskleding, in proefschriften en op de schoolborden. Allemaal inkomsten waarmee je nieuwe talenten kunt aantrekken. Heel wat sportverenigingen zijn op die manier kampioen geworden.

De universiteit verandert door al deze ontwikkelingen van een plaats van bezinning in een druk en rumoerig spelers-home waarin iedereen gespannen rondloopt in afwachting van de volgende wedstrijd. Aan zo'n universiteit wordt niet gestudeerd, maar getraind. Hier wordt niet gewerkt aan kennis, maar aan vaardigheden. En de academische vorming is vooral het vormen van de juiste mentaliteit: gaan voor de winst.

Met dit ideaal is natuurlijk niets mis. Het is democratisch, omdat iedereen ongeacht geloof, klasse, kleur of intelligentie eraan mee kan doen. Het is enthousiasmerend omdat het door het wedstrijdelement altijd spannend blijft. En het ideaal is reuze bruikbaar in de gewone maatschappij, waarin winnen nog steeds meer oplevert dan verliezen.

Er zijn, nog niet eens zo lang geleden, wel schadelijker idealen nagejaagd aan de universiteit. Jammer dus dat zovelen de prestatiebeurs afwijzen. Jammer dat zij nog niet begrijpen dat Ritzens prijzengeld van studeren een echte sport maakt. Jammer dat Kysia Hekster, de vurige aanvoerster van het studentenverzet dit ook niet inziet, in haar titanenstrijd met Jo Ritzen. Want juist zij toont daarin uit het ware sporthout gesneden te zijn. Toen de minister deze week in de Eerste Kamer zijn nederlaag leed, zat zij op de eerste rij en voelde zich, zo bericht de Volkskrant, 'gelukkig en leeg door het wegvloeien van alle spanning uit haar lichaam'.

Wie zo kan genieten van een overwinning, mag dat plezier haar mede-studenten niet onthouden.