De generaal is generaal gebleven

In strijd met het regeringsbeleid, voorbarig en uit de verkeerde mond - de ministers struikelden over elkaar om te laten zien wie hier eigenlijk de baas is. Luitenant-generaal Couzy, de bevelhebber der Landstrijdkrachten, is dat in ieder geval niet. Hij mag dan de hoogste commandant zijn van een 'resultaatverantwoordelijke eenheid' en verantwoordelijk voor het welzijn van tienduizenden mensen en voor materieel ter waarde van miljarden guldens, dat geeft hem blijkbaar nog niet het recht zijn mond open te doen. Zeker niet, wanneer het om zaken gaat waarin hij bij uitstek deskundig is en waarvoor hij in ieder geval een deel van de eindverantwoordelijkheid draagt. Dit laatste tenzij de minister van defensie inmiddels ook opperbevelhebber van Land-, Zee- en Luchtmacht is geworden. Hoe dan ook, kennelijk heerst de mening dat een bevelhebber zijn mond moet houden, tenzij het interne huishoudelijke aangelegenheden van de landmacht betreft. Zo niet, dan treft hem het verwijt politieke uitspraken te doen.

Nu hebben alle ook maar enigszins belangrijke zaken ook politieke dimensies. Dat geldt voor de Betuwelijn, het universitair onderwijs, de kerncentrales, de gemeentelijke herindeling, en ook voor het reilen en zeilen van de landmacht. Men kan toch niet serieus wensen dat deskundigen en voor de uitvoering van beleid verantwoordelijken bij voorbaat monddood worden gemaakt? Een weldoordacht beleid bevat voldoende argumenten om verschillen van opvatting te kunnen pareren en de eigen opvatting te verantwoorden. Het lijkt erop dat daar nu juist de schoen wringt. Hoe minder argumenten, des te meer angst voor deskundigheid.

De verantwoordelijkheid van een bevelhebber strekt zich ook in een andere richting uit, namelijk in die van zijn ondergeschikten. Zij spreken hun commandant aan op de situatie waarin zij zijn of worden geplaatst, op de frustraties door van het ontbreken van de mogelijkheden om hun taken uit te voeren, op de onuitvoerbaarheid of het ontbreken van opdrachten, op de chaos in het commandosysteem en op de risico's van het nabootsen van vrede onder oorlogsomstandigheden. Die commandant moet dan tonen dat hij begrip heeft voor hun positie en dat hij de situatie beheerst. Het zou hem kwalijk worden genomen wanneer hij vragen daarover simpelweg zou doorverwijzen naar de politiek. In dit specifieke geval dan bovendien nog vragen waarop de politiek, voor iedereen zichtbaar, al drie jaar lang geen fatsoenlijk antwoord heeft gegeven. Tot zover 'de verkeerde mond'.

Dan 'overhaast' en 'in strijd met het regeringsbeleid'. Couzy deed een drietal uitspraken. De eerste luidde dat het probleem-Joegoslavië slechts langs diplomatieke en niet langs militaire weg kan worden opgelost. Deze uitspraak is niet opzienbarend en zeker niet overhaast. Hij komt overeen met het door Nederland reeds lang beleden regeringsbeleid.

Zijn tweede uitspraak luidde dat de internationale strijdmacht moet vermijden in gevechtsacties betrokken te worden, aangezien men dan het risico loopt partij te worden in een situatie waarin men juist onpartijdigheid wil bewaren. Ook hierin valt weinig nieuws en voorbarigs te ontdekken, zij het dat de introductie van meer gevechtstroepen in het crisisgebied dat risico wel kan vergroten. Ten slotte betoogde hij dat het zenden van meer troepen slechts kon gebeuren nadat was vastgesteld wat, en binnen welke randvoorwaarden, de precieze taak daarvan zou zijn en in welke commandostructuur die dan zouden moeten opereren. Zelfs een leek zou verwachten dat dit altijd gebeurt wanneer het leger ergens op wordt afgestuurd. Het kan hoogstens voorbarig en in strijd met regeringsbeleid worden genoemd, wanneer men de ruimte wil houden om paniekreacties en spierballenpolitiek tot beleid te verheffen zonder door zakelijke argumenten gehinderd te worden. Dan moeten wij genoegen nemen met schijnduidelijkheid in termen van 'snelle interventiemacht', 'hergroepering' en 'actieve presentie'.

Dit laat het primaat van de politiek onverlet. Wanneer men zo een beleid wil, het zij zo. De generaal moet dan doen wat de politiek beslist. Couzy is zo een generaal. Dat heeft hij bij herhaling bewezen en daarvoor heeft hij een aansporing als van premier Kok na afloop van de ministerraad van 2 juni (De Telegraaf 3 juni 1995) niet nodig. De schoenmaker Couzy heeft zich keurig bij zijn leest gehouden, maar wel schoenen gemaakt. Couzy's uitspraken waren evenmin in strijd met het regeringsbeleid. Dat was er nog niet. Het zou hem kwalijk genomen moeten worden wanneer hij in het openbaar van het beleid afwijkende uitspraken had gedaan nadat dat beleid was vastgesteld. Dus inderdaad: mond dicht. Het is of te vroeg of te laat, maar nooit goed.

Op 3 juni werd bekend dat Nederland nog eens ruim 100 militairen naar Joegoslavië zal zenden. Een argument is dat Nederland daardoor wellicht een grotere stem krijgt in internationale overlegfora. Daar zal de besluitvorming van opknappen. Het kan ook zijn dat men, als minister van Mierlo (Brandpunt 2 juni), van mening is dat 'vergaderen beter is dan niets doen', wetend dat het scenario toch in Belgrado en Pale wordt geschreven.

Misschien heeft Couzy wel gelijk. Dat is pas echt iets om hem kwalijk te nemen.

    • Wapensystemen bij de Kma
    • M.A.W. Scheffelaar
    • Reservemajoor Artillerie Bd