Beurs negatief over florerend KLM

AMSTERDAM, 10 JUNI. Ondanks de opstandige piloten gaat het goed met de KLM. De winst over het boekjaar 1994/1995 van 470 miljoen gulden is wat dat betreft slechts een deel van het verhaal.

Een verbetering van het bedrijfsresultaat tot 722 miljoen gulden en een rendement op eigen vermogen dat is opgelopen van 3,5 procent in 1993/94 naar 13,4 procent in 1994/95 zijn cijfers die duidelijker taal spreken over de wederopstanding van de nationale luchtvaartmaatschappij, die met zijn 25-procents deelneming in Northwest Airlines menig Europese concurrent jaloers het nakijken geeft.

Niettemin waren de cijfers voor de financiële wereld niet mooi genoeg. Die was uitgegaan van een winst van een half miljard gulden, waarop de koers van KLM begin deze week anticipeerde door woensdag even te stijgen boven de 51 gulden. Na publikatie van de jaarcijfers afgelopen donderdag kelderde de koers in twee dagen 3,60 gulden om gistermiddag te sluiten op 47,70.

“Een volstrekt overtrokken reactie”, meent een analist van Stroeve Effectenbank. “De koers van KLM wordt bepaald door een aantal Amerikaanse luchtvaartanalisten. Bovendien zijn beleggers afgegaan op een verkoopadvies van Goldman Sachs op grond van het feit dat de harde gulden de KLM parten speelt. Hetzelfde is eerder gebeurd met de koers van Hoogovens, Akzo en DSM. Maar als je de onderliggende cijfers van KLM ziet is dat verkoopadvies van Goldman Sachs niet terecht”.

Door een toevoeging van 361 miljoen gulden beschikt de KLM momenteel over 3,2 miljard aan liquide middelen. Financieel directeur Abrahamsen verklaarde deze week tegenover analisten dat hij wel een heel slechte financiële directeur zou zijn wanneer hij deze riante financiële positie zou laten ondermijnen door valutaire tegenwind van de harde gulden of lage dollar, die overigens ook (brandstofkosten) in het voordeel kan werken.

De resultaten van KLM worden derhalve sterker bepaald door een goed uitgestippelde bedrijfsvoering dan door valutaperikelen, waarbij de KLM als enige Europese maatschappij op een Amerikaanse open skies status kan bogen. British Airways, Lufthansa en Air France durven die stap (nog) niet aan. Zij krijgen dan concurrentie van Amerikaanse mega-carriers op eigen bodem, wat ten koste van de klandizie op de thuismarkt kan gaan. Voor de KLM maakt dat weinig uit: 80 procent van de 13 miljoen reizigers die de KLM vorig jaar vervoerde kwam niet uit Nederland.

De pijn voor KLM zit in Europa waar de maatschappij in toenemende mate concurrentie van de combinatie Lufthansa-SAS ondervindt en met een marktaandeel van zes procent een tamelijk onbeduidende speler is.

Uit oogpunt van kostenbeheersing besteedt KLM steeds meer vluchten in Europa uit, onder meer aan Air UK en Eurowings. KLM leed er een verlies van 300 miljoen. “Maar ook dat geeft een vertekend beeld”, meent een analist. “Veel Europese vluchten fungeren, ook voor vracht, als opstap voor intercontinentaal vliegverkeer. En daarmee verdient KLM momenteel het geld.”

Financieel deskundigen buigen zich derhalve graag over de vraag hoeveel 'verborgen winst' partner Northwest Airlines voor de KLM in de toekomst in petto heeft. De twee partners vliegen wereldwijd naar 800 bestemmingen. Omdat het vermogen van Northwest nog een paar honderd miljoen gulden negatief is mag KLM niet aan zogeheten equity accounting doen, het bijschrijven van een gedeelte van de winst van Northwest op eigen rekening. Maar ook dat euvel behoort binnen enkele jaren tot het verleden.

Northwest heeft 900 miljoen gulden bespaard op loonkosten, onder andere doordat zijn piloten 30 tot 40 procent van hun salaris moesten inleveren. Wat dat betreft is de eis van KLM-president Pieter Bouw dat de loonkosten van zijn vliegers 20 tot 30 procent omlaag moeten nog gematigd.

Geen beursanalist gelooft dat de belegger warm of koud wordt van een pilotenstaking. “Dat maakt voor de koers niks uit”, zegt een handelaar. “Wij adviseren KLM te kopen tussen de 43 en 45 gulden en te verkopen rond de 55 gulden. Zulke fluctuaties zijn zomaar mogelijk. Want de resultaten kunnen in deze bedrijfstak heel snel omslaan.”

Op de Amsterdamse effectenbeurs was het verder een tamelijk rustige week. De beursgraadmeter AEX, die vorige week sloot op 433,10, kwam gisteren nagenoeg onveranderd uit op 432,47.

Een zaak die de afgelopen beursweek de aandacht trok was de constatering van staalgigant Thyssen dat de vraag naar staal aan het inzakken is. De voorraden op de wereldmarkt nemen weer toe. Vooral de inzakkende staalmarkt en de daarmee gepaard gaande stagnerende export naar de VS zouden een gedeeltelijke verklaring voor de huidige lage koers van Hoogovens kunnen zijn. De koers van het IJmuidense staal- en aluminiumconcern bleef gisteren steken op 59,40 gulden (een stijging van 1,10). Dat is beduidend lager dan de 80,80 gulden die op 25 januari nog werd bereikt onder invloed van de hosanna-verhalen over Hoogovens in het begin van dit jaar.