Vrijdag 9; De dorpsomroep

Omdat de omroep in dit land niet in de hoofdstad is gevestigd - zoals dat in grote-mensen-landen het geval is - maar in een dorp, is er dagelijks een druk verkeer van programmamedewerkers en -gasten gaande tussen Amsterdam en Hilversum v.v. Daarbij is de automobiel het meest gebruikte vervoermiddel, maar menigeen (onder wie diverse acteurs, redactie-adviseurs, tekstschrijvers en minstens één journaallezer) geeft de voorkeur aan de trein. Geen wonder: vier verbindingen per uur, waarvan twee intercity-lijnen er slechts twintig minuten over doen, bieden een uitstekend alternatief.

Nee, boden. Sinds 1 juni is alles anders. Om de Amsterdamse intercity-klanten naar Enschede, Groningen of Leeuwarden een snellere verbinding te bieden, slaan die treinen voortaan het nieuwe station van Hilversum over. Hilversum is teruggebracht tot de dorpse status, die het weliswaar formeel toekomt, maar die de aanwezigheid van de landelijke omroepen en de noodzaak van een snelle overtocht uit Amsterdam ontkent. Men kan vanuit de hoofdstad nog steeds vier keer per uur naar Hilversum, maar bij twee van de vier verbindingen dient nu te worden overgestapt in Weesp en de reis duurt nu in alle gevallen een half uur.

Op de eerste dag van de nieuwe, verslechterde dienstregeling hoorde ik er vier NS-employés in mijn coupé over klagen. De leiding had die dag op diverse stations zogenaamde promotie-teams ingezet om de reizigers lastig te vallen met hun peptalk. Dit had, zo heette het, een averechts effect gehad. De arme meisjes, zoals ze werden betiteld, hadden heel wat hoon over zich heen gekregen en daarbij ook veel nieuwe woorden geleerd. Zelf hadden deze vier zich tijdig uit de voeten kunnen maken door een personeelsruimte in te vluchten, maar de promotie-teams bleven bloot staan aan de verwensingen. Tja, luidde hun conclusie, dat krijg je ervan als ze in Utrecht niet willen luisteren naar de mensen die immers van iedereen het meeste contact met de reizigers hebben.

De drukke, dagelijkse pendel tussen Amsterdam en Hilversum zal nu ongetwijfeld vaker per auto worden gemaakt. Wie echter op de trein aangewezen blijft, ziet zijn reisritme ernstig aangetast en krijgt des te meer het gevoel dat de omroep in dit land nimmer zal loskomen van de dorpse sfeer die ze zo vaak uitstraalt. De toch al zo schrijnend gapende kloof tussen de hoofdstedelijke cultuurdragers en de Gooise produktiecentra zal er alleen maar groter door worden.

We gáán ervoor, roept de NS tegenwoordig, in een stuitende poging modern en dynamisch te doen. Maar de vaste klanten weten wel beter: ze gaan eraan voorbij.