Triomf op het zwijgen; Henry Miller volgens Erica Jong

Erica Jong: De duivel loopt los (The Devil at Large). Over Henry Miller. Vert. Dorien Veldhuizen. Uitg. De Prom, 280 blz. Prijs ƒ 45,-

Gerard Reve noemde hem 'de oude bosneuker', en met die uithaal werd de Amerikaanse schrijver Henry Miller in Nederland voorgoed in de ban gedaan. In de jaren dertig bevrijdde Miller het puriteinse Amerika met zijn roman Tropic of Cancer (De Kreeftskeerking), een even openhartige als dolgedraaide roman over seks, geschreven op het ritme van woorden bestaande uit drie letters.

Toch moeten we Miller anders lezen, betoogt Erica Jong in haar biografie over het wellustige Amerikaanse fenomeen. Biografie is niet het goede woord voor haar boek De duivel loopt los. Pas ergens op een derde krijgen we enkele levensfeiten opgedist, die al snel het veld moeten ruimen voor tal van andere zaken waar Jong van overloopt. Miller is niet de vrouwenverslinder of vrouwenverachter die de feministische beweging in hem ziet. Zijn uitputtende, in delirische visioenen ontvlammende beschrijvingen van de lichamelijke liefde hebben vaak de indruk gewekt dat hij de vrouw slechts zag als object voor de paringsdrang van de man. Bovendien: alle vrouwen zijn gelijk. Ze hebben iets verleidelijks tussen hun dijen, en daarmee basta. Dat een vrouw een hoofd heeft, een wil, onafhankelijkheid, geestkracht, individualiteit - dat zou in Millers op seks gerichte universum niet bestaan. Jong ziet het anders: ze beschouwt Miller als een man die dankzij de beschrijving van seksualiteit zijn vrijheid verwierf.

Het boek van Erica Jong is afrekening, polemiek en pleidooi tegelijkertijd. Het is wild en onstuimig geschreven, onophoudelijk variërend van register. Het ene ogenblik beoefent ze de essayistiek, een alinea verderop spreekt ze de lezer, eigenlijk: lezeres, met 'jij' aan. Net als in haar boeken Fear of Flying (in Nederland bekend als Het ritsloze nummer) en Fear of Fifty biedt ze de lezeressen de helpende hand op weg naar zelfbevrijding. Meteen na verschijning van haar debuutroman Fear of Flying ontving ze een brief van Miller. De correspondentie die daarop volgde, vormt de basis van deze biografie. Miller, die Fear of Flying voor Amerika ontdekte, herkende in de vrouwelijke hoofdpersoon ervan veel van zijn eigen obsessies. De personages in de boeken van beide auteurs zijn op zoek naar zelfbevrijding. Bij Jong doen ze dat door zich over te geven aan erotische fantasieën; bij Miller door zich daadwerkelijk te buiten te gaan aan allerhande affaires. Het resultaat is hetzelfde: zich ontdoen van remmingen. Voor Erica Jong heeft het schrijven een therapeutische betekenis. Een schrijver moet zijn eigen stem vinden. Dat kost moeite en pijn. Volgens Jong vond Henry Miller pas die stem nadat hij in Amerika door een dal van ellende was gegaan en naar Parijs vluchtte. Daar kwam hij onder de bekoring van Anaïs Nin. Ver van het benepen Amerika vond hij er de moed en de vrijheid De Kreeftskeerkring te schrijven. Hij wilde het hebben over zaken 'waarover gezwegen wordt in andere boeken'. Uiteindelijk, zo betoogt Jong in het voetspoor van Miller, wil de man terug naar de moederschoot, want de moeder is de eerste verloren geliefde. In Millers leven volgden op dat eerste verlies talloos veel anderen. Rusteloos, eenzaam ook, zou hij met vrouw na vrouw samenleven. Toen hij ver in de tachtig was, had hij een vrouw van halverwege de twintig.

Miller was geen gelukkig man. Zoveel is duidelijk. Hij schreef onstuimig, slordig, bekommerde zich om vorm noch stilering. Alles werd rauw en direct met de machine op het papier geslingerd. Dat levert fascinerende bladzijden op. Hij bezat iets waar veel schrijvers jaloers op kunnen zijn: een eigen, onvervreemdbare stem. Erica Jong moet eerst haar weerzin tegen deze vermeende pornograaf overwinnen voordat ze hem kan aanvaarden als schrijver. Ze komt tot de slotsom dat boeken, zoals die van Henry Miller, geschreven moeten worden als triomf op het zwijgen.

Wat Miller dreef was angst, grenzend aan doodsangst, verlaten te worden. Met al zijn boeken riep hij de voorbije liefdes weer terug, zoals met de June-trilogie (Sexus, Plexus, Nexus). Net als Millers werk is deze biografie met de persoonlijkst denkbare stem geschreven. Meer nog dan over Miller gaat het over de Strindbergiaanse thema's als liefde en haat tussen de seksen, hun strijd, verzoening, onbegrip, aantrekkingskracht. Er wordt allemachtig veel overhoop gehaald. Veel blijft onuitgewerkt. Dat hindert niet. Juist door de uitgesproken ruwheid en de directe stellingname zonder nuancering dwingt Jong de lezer tot tegenwerping. Want ís het zo dat seks geen kwestie is van puur lichamelijke honger maar van het celebreren van erotische fantasieën? In navolging van Miller toont Erica Jong dit aan. Ze doet dat overtuigend. Als lezer ben ik hierin met haar meegegaan.