Timmans absentie bij NK-schaken doet er niet langer toe

AMSTERDAM, 9 JUNI. Even vroegen de gasten bij de opening van het Nederlands Schaakkampioenschap zich in verwachtingsvolle verwondering af wat Jan Timman in De Balie kwam doen. De vraagtekens waren van korte duur. Met acht grootmeesters is de 53ste titelstrijd sterker bezet dan ooit, maar Timman was slechts op bezoek. Net terug van een matig verlopen toernooi in Novgorod had hij zin gekregen om even te buurten bij zijn collega's. Graag had hij weer eens meegedaan, zei hij. “Maar het viel niet in mijn toernooischema in te passen. Helaas, want het zou interessant zijn geweest om te zien hoe de strijd zou verlopen.” Het gemis van Timman werd ook door de meeste deelnemers betreurd. Zoals dat ieder jaar weer het geval was, sinds 1987, toen hij voor het laatst meedeed.

Nieuw was het gevoel dat Timmans afwezigheid niet vergaand afbreuk doet aan de uitstraling van het kampioenschap. Zoals Paul van der Sterren, kampioen in 1985 en 1993, stelde: “Vroeger stond het buiten kijf dat Timman iets aparts was. Wie kampioen werd, had niet de pretentie dat hij beter was. De situatie is nu niet meer zo dat hij er boven staat. Als hij mee zou doen, zou hij helemaal niet méér favoriet zijn dan een paar andere mensen.”

Timman zelf ziet de omvang van zijn concurrentie in Nederland iets beperkter. “Alleen de confrontatie tussen Jeroen Piket en mij is interessant. Andere confrontaties niet.” Een mening die niet gedeeld wordt door Loek van Wely. “Ik denk dat ik op de komende Elo-lijst ook boven Timman sta. Het is jammer dat Timman niet meedoet, maar ik vind onderhand wel dat de kampioen van dit jaar recht van spreken heeft”, zei Van Wely.

De vrijmoedigheid waarmee gesproken wordt over de niet langer onaantastbare positie van Timman, wekt de indruk dat de magere prestaties van de Amsterdammer zijn naaste concurrenten van een juk hebben bevrijd. Daarnaast klinkt er erkenning in door voor de positie van titelverdediger en viervoudig kampioen Jeroen Piket. Al meer dan een jaar is hij de eerste Nederlander op de wereldranglijst. Wanneer hij geconfronteerd wordt met de steeds vaker opklinkende mening dat wie dit jaar wint, ook de beste is, reageert Piket voor zijn doen buitengewoon uitgesproken. “Ik denk daar anders over. Ik denk dat ik de beste ben, sowieso. Kijk maar naar Jans prestaties, hij is niet langer de nummer één van Nederland. Het is minder belangrijk dat hij niet meer meedoet, ook al blijft het spijtig.”

De geprikkelde reactie van Piket komt voor een deel voort uit zijn overtuiging dat de sterkste spelers een morele verplichting hebben om zich eens per jaar met hun landgenoten te meten. Een gevoel dat ook bij Van der Sterren een rol speelt. “Het heeft altijd iets extra's. Noem het het kampioenschap van je dorp, of van je stam. Het zijn hele mooie toernooien om te winnen.”

Over de grootste kanshebbers op de hoofdprijs zijn de meningen ook al erg eensluidend en eensgezind. Steevast worden Jeroen Piket en Ivan Sokolov genoemd, die met hun rating van respectievelijk 2670 en 2645 een straatlengte voorsprong hebben op de rest. Spelers die het in zich hebben om, in de woorden van Loek van Wely, voordat je het weet ineens anderhalf punt los te zijn. Piket neemt die druk na een aantal loodzware toptoernooien met plezier op zich. “Het is wel eens lekker om een toernooi als favoriet te beginnen. In plaats van het als gemiddelde speler op te moeten nemen tegen een van de wereldkampioenen. Zoals tegen Karpov in Monaco en Dos Hermanas en tegen Kasparov in Amsterdam.”

Ivan Sokolov maakte op de opening geen geheim van zijn drukke agenda. Vlak nadat in De Balie zijn lotingsnummer was getrokken, arriveerde hij in een taxi vanaf Schiphol. Over zijn vorm had hij goede hoop. In Malmö won hij dankzij een eindsprint van vier uit vier een aardig bezet grootmeestertoernooi. Bijkomend van zijn vlucht, concludeerde hij verder slechts droogjes dat “als het rating-systeem betrouwbaar is, en Jeroen en ik niet schandalig overgewaardeerd, wij dan wel de favorieten zullen zijn”.

Loek van Wely heeft begrip voor deze pikorde, ook al heeft hij zelf maar één doel voor ogen. “Het enige wat voor mij telt, is de titel. Zoals ze in Amerika zeggen: second place is first loser. Dat geldt hier ook.” Tijdens zijn vele wereldwijde omzwervingen heeft Van Wely al aardig wat mooie toernooien op zijn naam geschreven. Over zijn reputatie in het buitenland heeft hij allerminst te klagen. Toch zou de landstitel niet onwelkom zijn. “Als ik kampioen word, zou dat in het buitenland wel een beetje helpen. Ook al zou ik toch eerst moeten verklaren waarom Timman niet meedeed.” Even schudt hij zijn hoofd en voegt er dan uit ervaring aan toe: “Die naam blijft maar door de schaakwereld gaan. Jaren na zijn dood zullen er nog mensen vragen waarom hij niet heeft meegedaan aan het NK.”