Ter herinnering

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59. T/m 9 juli, di t/m zo 11-17u. Op do 15 juni om 20u geeft Hripsimé Visser een lezing. Toegang ƒ 5,-. Reserveren 020-4220471

Een fotoalbum is een dierbaar, persoonlijk bezit dat voor buitenstaanders niet altijd interessant is: vakantiekiekjes, schoolfoto's en familieportretten blijken onderling inwisselbaar. Iedereen maakt in zijn gefotografeerde leven min of meer hetzelfde mee. Yuk Lin Tang (1968) maakte van het traditionele fotoalbum wel iets bijzonders - ook voor mensen die haar niet kennen.

Wie het kleine roodfluwelen album van Tang wil inkijken moet eerst witte handschoenen aandoen. Tang die in 1994 afstudeerde aan de Rietveld Academie vertelt met foto's en korte teksten over een reis naar Hong Kong en China waar zij een deel van haar jeugd doorbracht. Eerst bekijkt zij de stad als een toerist, maar gaandeweg raakt ze meer betrokken als ze het dorpsleven aan de rand van de grote stad fotografeert, de religieuze feesten en haar familieleden en vrienden. De afwisseling van banale kiekjes en mooie afgewogen beelden, van afstand en intimiteit geeft aan het boekje een subtiel ritme. 'I'll remember..' staat in gouden letters op het rode omslag. Zonder ironie of sentimentaliteit besluit Tang de zoektocht naar haar roots met de woorden: 'I'll remember happiness'.

Tang's album vormt de kern van de tentoonstelling Places and People to Remember die Hripsimé Visser, conservator fotografie van het Stedelijk Museum, samenstelde voor het Bureau Amsterdam. Terwijl bij Tang mensen en plaatsen met elkaar verweven zijn, houden de andere twee deelneemsters aan de expositie, Romy Finke (1961) en Marjoleine Boonstra (1959), hen strikt van elkaar gescheiden.

Finke fotografeert jonge mensen alleen of met zijn tweeën tegen een neutrale achtergrond. De portretten zijn afgedrukt op half transparant materiaal waardoor de ruimte soms zelfs letterlijk in het niets is opgelost. Uit het niets verschijnen de figuren in zachte grijze tinten of lichte kleuren als bovenaardse wezens, die tegelijk door hun kleding en uiterlijk ook heel herkenbaar, alledaags zijn.

Terwijl Finke mensen isoleert, concentreert Boonstra zich op de omgeving zonder de mensen te tonen. Ter voorbereiding van documentaire films maakt Boonstra veel reizen. Onderweg legt zij fragmenten vast van de plaatsen die zij bezoekt - roltrappen in de Moskouse metro, een wachtkamer in een Mexicaanse kliniek of een muur in een Somalisch vluchtelingenkamp. Haar monumentale kleurenfoto's zijn vakkundig gemaakt, maar laten de toeschouwer toch onbewogen. De strikt formele benadering van al die plekken met hun eigen, vaak tragische geschiedenis heeft uiteindelijk iets onbevredigends.