Slechts vier ministeries kwamen de 'allochtonenwet' na

DEN HAAG, 9 JUNI. Politici maken wetten, maar wat doen ze als burgers zich niet aan die wetten houden? Over dat probleem zal de Tweede Kamer zich volgende week moeten uitspreken wanneer het niet gevolg geven aan de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (WBEAA) door werkgevers op de agenda staat. Bij de 33 Kamers van Koophandel en Fabrieken die hun gegevens hebben doorgegeven aan hun overkoepelende vereniging te Woerden zijn inmiddels 737 verslagen gedeponeerd, waarin wergevers aangeven hoeveel werknemers van allochtone afkomst zij in dienst hebben. Het gaat hier om werknemers die zelf of van wie de ouders niet in Nederland zijn geboren. Het aantal van 737 ondernemingen komt overeen met 1,8 procent van de in het handelsregister ingeschreven ondernemingen die meer dan 20 werknemers in dienst hebben.

Interessant is vooral welke ministeries aan de wet hebben voldaan. Dat blijken er vier te zijn: de ministeries van sociale zaken, landbouw, volksgezondheid en binnenlandse zaken. Haastwerk was het wel. Bij het verslag van Binnenlandse Zaken heeft de onder dit departement ressorterende directie coördinatie minderhedenbeleid het woordje 'spoed!' aangetekend. Het verslag kwam op de valreep binnen: 31 mei. Het ministerie van de PvdA'er Melkert (Sociale zaken en werkgelegenheid) dat verantwoordelijk is voor de allochtonenwet was net te laat: 2 juni. De gedeponeerde verslagen bevatten een schat aan informatie. Zo lezen we dat Melkert leiding geeft aan 2290 ambtenaren. Van hen hebben er 2001 gegevens verstrekt met betrekking tot hun afkomst en 94 behoren tot de allochtone doelgroep. Dat is 4,7 procent van de geregistreerde personen. Minder dus dan het percentage allochtonen in de regio Den Haag: 7 procent. Maar Melkert heeft er iets op gevonden om toch goed uit de bus te komen. De vestigingen van het ministerie zijn gespreid over Nederland. Omdat buiten de grote steden relatief minder allochtonen wonen, daalt ook het evenredigheidspercentage waaraan het ministerie zich moet spiegelen - tot 4,3 procent. Met 4,7 procent scoort Sociale Zaken dan relatief goed.

Toch kan wel degelijk kritiek worden uitgeoefend op het ministerie. Als rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau, dan blijkt dat van de mensen met alleen basisonderwijs in Den Haag en omgeving 22 procent allochtoon is. In de laagste salarisschalen van het ministerie van Melkert (schaal 1-2) komt maar één werknemer voor met een dergelijke lage opleiding en die is niet-allochtoon. Melkert, die zich als geen ander druk maakt om de onderkant van de arbeidsmarkt, kan de hand dus in eigen boezem steken.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport komt op een score van 3 procent allochtonen. Dit ministerie belooft in 1995 een werkplan op te stellen met streefpercentages. Landbouw komt met 1,62 procent nog magerder uit de bus. Maar omdat slechts 16 procent van de medewerkers van het ministerie in de regio Den Haag werkzaam is, meent men ook hier nog redelijk te voldoen aan de nagestreefde evenredigheid. Behalve dan waar het de hoger opgeleiden betreft, daar blijft het aandeel van de allochtonen achter bij het regionale cijfer, zo geeft Landbouw toe. Bij dit ministerie hebben 245 personen bezwaar gemaakt tegen de registratie van hun herkomstgegevens. Binnenlandse Zaken toont zich tevreden met de daar gemeten score van 5,7 procent allochtonen.

Minister Melkert heeft afgelopen dinsdag per brief laten weten dat voor 15 juni de helft van de rijksoverheid gerapporteerd moet hebben. Maar de nalatigheid heeft niettemin de toorn opgewekt van de grootste oppositiepartij, het CDA. “Het is wonderlijk om bedrijven te verwijten dat ze zich niet aan de wet houden als de overheid dat zelf ook niet doet”, zegt CDA-Kamerlid A. Doelman-Pel. “Als de wet niet uitvoerbaar blijkt te zijn, of niet het gewenste resultaat oplevert, dan moet hij worden ingetrokken”. Het CDA was in 1993 als enige tegen deze wet en is dat kennelijk nog steeds. De VVD was één van de initiatiefnemers (met D66 en Groen Links) en wil dat de werkgevers zich aan de wet houden. “In het uiterste geval moeten we boetes opleggen”, zegt VVD-Tweede Kamerlid A.L. van der Stoel. Zij wil nog niet dreigen met verdergaande maatregelen, maar eerst de begin volgend jaar verwachte evaluatie afwachten. PvdA, D66 en Groen Links willen nu reeds actie ondernemen. D66-fractievoorzitter G.J. Wolffensperger drukt zich het sterkst uit: “Als een wet eenmaal is aangenomen heb je je daar in een democratie aan te houden. Gebeurt dat niet dan moeten er sancties komen en sterkere maatregelen”. Hij en vice-fractievoorzitter L. Groenman denken dan in eerste instantie aan het geven van overheidsopdrachten aan bedrijven die voldaan hebben aan de registratieverplichting, zogeheten contract compliance. In tweede instantie kan volgens D66 het kanon van de quotering in stelling worden gebracht. Minister Dijkstal (Binnenlandse zaken) heeft daar reeds mee gedreigd. PvdA en Groen Links uiten zich in dezelfde bewoordingen. Minister Melkert (Sociale zaken) probeert de zaak nog te sussen en pleit voor 'drang in plaats van dwang'. Duidelijk is wel dat begin volgende week in de Tweede Kamer een fundamenteel debat zal worden gehouden over de vraag: wie heeft het in Nederland voor het zeggen, de politiek, of de maatschappelijke groeperingen?

    • Frank van Empel