Schrijvers en dichters als hoofdpersoon

Peter Schmink: Het slinkende papier. Uitg. Veen, 141 blz. Prijs ƒ 29,90.

Iedereen die dacht dat het schrijven van Revisor-proza net zo'n anachronisme was geworden als kantklossen of haringkaken, zal met enige verbazing kennis nemen van Het slinkende papier, de verhalenbundel van debutant Peter Schmink. Voor de goede verstaander zegt de titel al voldoende: hier wordt proza gepresenteerd dat voornamelijk over zichzelf gaat, waarin de hoofdpersoon schrijver, dichter of acteur is, waarin werkelijkheden als soepblikken op elkaar wordt gestapeld en de perspectiefwisselingen als lentelammetjes over elkaar heen buitelen.

Schmink presenteert zijn elf verhalen als variaties op literaire clichés, en komt onder anderen met een detective-verhaal, een Egyptische mythe, een scenario en een stripverhaal, waarin de werkelijkheid de hoofdpersonen telkens opnieuw ontglipt. Dat zou boeiend kunnen zijn, ware het niet dat Schmink de vaardigheid mist die voor goed Revisor-proza onontbeerlijk was: een perfecte stijlbeheersing, die elk woord precies op z'n plaats en elke zin strak in cadans zet. Daar is Schmink nog niet aan toe; bij zijn zinnen ben je al te vaak geneigd je af te vragen of ze een slechtgeschreven cliché zijn of toch een parodie daarop.

De enige relatieve uitzondering daarop is in Het slinkende papier het afsluitende verhaal 'De cultus van het lijden' dat voor Schminks doen opvallend helder is geschreven. Maar waarom het hem daar opeens wel lukt blijft ook al onduidelijk - ter bevordering van zijn leesbaarheid zou Schmink zulke verhalen misschien eens vaker moeten proberen.